wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 5 V1

Total questions: 35

Worksheet time: 25mins

Name
Class
Date
1.
Iets waar je zintuigen op reageren heet een ...
a)
Impuls
b)
Seintje
c)
Prikkel
d)
Zenuw
2.
Een ander woord voor impuls is ...
a)
Zenuw
b)
Prikkel
c)
Seintje
d)
Reactie
3.

Wat is een zintuig?

a)

Een orgaan waarmee je prikkels opvangt

b)

Een orgaan waarmee je impulsen opvangt

c)

Een onderdeel van de hersenen

d)

Een cel die impulsen vervoert door het lichaam

4.

Wat is een zintuig?

a)

Een orgaan waarmee je prikkels opvangt

b)

Een orgaan waarmee je impulsen opvangt

c)

Een onderdeel van de hersenen

d)

Een cel die impulsen vervoert door het lichaam

5.

Welk deel van een zintuig maakt impulsen wanneer het prikkels opvangt?

a)

De tastknopjes

b)

De zintuigcellen

c)

De zenuwcellen

d)

De impulscellen

6.
Wat kun je met je zintuigen doen?
a)
informatie uit je omgeving zien
b)
informatie uit je omgeving horen
c)
informatie uit je omgeving waarnemen
d)
geen idee
7.
Geluid is een
a)
zintuig
b)
waarneming
c)
prikkel
d)
impuls
8.
Wat is de functie van oorsmeer?
a)
Vochtig houden van het trommelvlies
b)
Soepel houden van het trommelvlies
c)
Zorgt ervoor dat het trommelvlies niet kan bewegen
d)
Geeft het trommelvlies een gele kleur
9.
Hier bevindt zich het gehoorzintuig.
a)
Trommelvlies
b)
Gehoorbeentjes
c)
Slakkenhuis
d)
Buis van Eustachius
10.
Wimpers zorgen ervoor dat het zweet niet in je ogen loopt.
a)
Juist
b)
Onjuist
11.
Met dit deel van het oog kan je scherp zien.
a)
Iris
b)
Pupil
c)
Harde oogvlies
d)
Lens
12.
In deze laag van het oog liggen de meeste bloedvaten.
a)
Harde oogvlies
b)
Vaatvlies
c)
Netvlies
13.
Langs welke weg gaat het licht van het oog-zintuig?
a)
Hoornvlies-pupil-lens-glasachtige lichaam-netvlies
b)
Glasachtige lichaam-netvlies-pupil-lens-hoornvlies
c)
Hoornvlies-lens-netvlies
d)
Lens-pupil-hoornvlies-netvlies-glasachtige lichaam
14.
Met deze vlek kan je niets zien.
a)
Gele vlek
b)
Blinde vlek
c)
Lege vlek
d)
Zenuw vlek
15.
De pupil is eigenlijk een opening in plaats van een zwart gedeelte.
a)
Juist
b)
Onjuist
16.

Sven is bijziend, hij kan van dichtbij dus scherp zien en veraf niet. De lens in het oog van Sven is van zichzelf 1: platter/boller. Daarom heeft hij een bril met 2: platte/bolle lenzen nodig.

a)

1: platter

2: platte

b)

1: platter

2: bolle

c)

1: boller

2: bolle

d)

1: boller

2: platte

17.

Welk getal hoort er bij de lens?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

5

18.

Welk getal hoort er bij de oogzenuw?

a)

2

b)

3

c)

4

d)

5

e)

6

19.

Wat hoort er bij nummer 1?

a)

Stijgbeugel

b)

Trommelvlies

c)

Gehoorgang

d)

Aambeeld

20.

Wat hoort er bij nummer 7?

a)

Gehoorgang

b)

Gehoorzenuw

c)

Buis van Eustachius

d)

Slakkenhuis

21.
Met welk nummer wordt de pupil aangeven?
a)
11
b)
10
c)
12
d)
8
22.

Wat is de drempelwaarde?

a)

De kleinste prikkelsterkte die een impuls veroorzaakt

b)

De hoogste prikkelsterkte die een impuls veroorzaakt

c)

De kleinste impulssterkte die een prikkel veroorzaakt

d)

De hoogste impulssterkte die een prikkel veroorzaakt

23.

Welke zintuigen zitten in de huid?

a)

Tast, druk, warmte, koude en pijn

b)

Tast, druk, warmte, koude en gehoor

c)

Warmte, koude, zicht en pijn

d)

Smaak en reuk

24.
Waaruit bestaat het centrale zenuwstelsel?
a)

hersenzenuwen
b)

hersenen en ruggenmerg
c)

wervels en ruggenmerg
d)

grote en kleine hersenen
25.
Het zenuwstelsel bestaat uit:
a)
hersenen en zenuwen
b)
hersenen en ruggenmerg
c)
hersenen en perifere zenuwen
d)
hersenen, ruggenmerg en zenuwen
26.
Op de afbeelding zie je 
a)
de grijpreflex
b)
de terugtrekreflex
c)
de kniepeesreflex
d)
de pupilreflex
27.

Wat is de functie van de Buis van Eustachius?

a)

Zorgen dat de druk rondom het trommelvlies gelijk blijft zodat het goed kan trillen

b)

Zorgen dat er geen bacteriën vanuit de keelholte naar de trommelholte kunnen

c)

Trillingen doorgeven van de oorschelp naar het trommelvlies

d)

Impulsen vanuit het oor doorgeven aan de hersenen

28.

Waar of niet waar? Je bent pas bewust van iets van buitenaf als het signaal in je grote hersenen is verwerkt

a)

Waar

b)

Niet waar

29.

Wat is het verschil tussen een bewuste reactie en een onbewuste reactie (=reflex)?

a)

bij een reflex voel je eerst de pijn en daarna maak je de beweging

b)

bij een reflex maak je eerst de beweging en daarna voel je pas de pijn

30.
Wat is een Reflexboog?
a)
Een boog van reflexen 
b)
De weg die impulsen bij een reflex afleggen
c)
De spanning tussen reflexen
d)
De ruggenmerg
31.

De ooglidreflex kan ook optreden als de buitenste laag van de ogen te droog wordt. De zenuwuiteinden in de buitenste laag van het oog worden dan geprikkeld.


Van welk type zenuwcellen maken deze zenuwuiteinden deel uit?

a)

van bewegingszenuwen

b)

van gevoelszenuwen

c)

van schakelcellen

32.

wat betekent adequate prikkel

a)

dat het een prikkel is die opgepikt wordt door het juiste zintuig

b)

dat elke zintuigcel deze prikkel kan verwerken

33.

Bij welk type zenuwcel ligt alleen het cellichaam in het centrale zenuwstelsel, maar de uitloper erbuiten?

a)

schakelcel

b)

bewegingszenuwcel

c)

gevoelszenuwcel

d)

geen van alle

34.

Wat voor zenuwcel is dit?

a)

Gevoelszenuwcel

b)

Bewegingszenuwcel

c)

Schakelcel

35.

Een reflex heeft een korte en snelle werking om het lichaam te beschermen. De weg van een reflexboog is ..

a)

zintuigcel-gevoelszenuwcel-ruggenmerg-bewegingszenuwcel-spier

b)

impuls-bewegingszenuwcel-grote hersenen-ruggenmerg-bewegingszenuwcel-spier

c)

prikkel-gevoelszenuwcel-grote hersenen-kleine hersenen-bewegingszenuwcel