WorksheetsV2 Bloed en bloedsomloop
Total questions: 25
Worksheet time: 59mins
Een atleet uit Nederland traint enkele maanden in het hooggebergte. Hierna blijkt hij in Nederland tot een grotere prestatie te komen.
Welke verandering in het bloed zal mede tot deze grotere prestatie geleid hebben?
een groter aantal witte bloedcellen
een groter aantal rode bloedcellen
een groter aantal bloedplaatjes
een grotere hoeveelheid bloedplasma
Bij iemand komt een afwijking van de bloedplaatjes voor, waardoor deze hun inhoud niet kunnen afgegeven.
Wat kan daarvan het gevolg zijn?
het bloed stolt te snel
het bloed kan niet stollen
het bloed kan geen zuurstof vervoeren
het bloed kan een virus niet meer aanvallen
Wanneer zijn zowel de hartkleppen tussen de boezems en de kamers, als de kleppen aan het begin van de grote slagaders open (bij een normaal werkend hart)?
tijdens het samentrekken van de boezems
tijdens het samentrekken van de kamers
tijdens de rustpauze van het hart
nooit
Het bloed stroomt van een kuitspier via de longen weer terug naar dezelfde kuitspier. Het bloed gaat daarbij minstens tweemaal door het hart. De weg die het bloed hierbij door het hart aflegt is achtereenvolgens:
linkerkamer - linkerboezem - rechterkamer - rechterboezem
linkerboezem - linkerkamer - rechterboezem - rechterkamer
rechterkamer - rechterboezem - linkerkamer - linkerboezem
rechterboezem - rechterkamer - linkerboezem - linkerkamer
De afbeelding geeft de doorsnede van een bloedvat uit het been van een mens weer.
Is dit een beenader of beenslagader?
Vervoert dit bloedvat zuurstofarm of zuurstofrijk bloed?
beenader / zuurstofarm
beenslagader / zuurstofarm
beenader / zuurstofrijk
beenslagader / zuurstofrijk
Over het hart van de mens worden twee beweringen gedaan:
1) In de wand van het hart vindt dissimilatie van glucose plaats
2) In de rechterkamer van het hart is de glucoseconcentratie in het bloed lager dan die in de linkerkamer
Welke bewering(en) is of zijn juist?
Alleen bewering 1
Alleen bewering 2
Bewering 1 en 2
Beide zijn onjuist
De bindingskracht tussen hemoglobine en koolmonoxide is groter dan die tussen hemoglobine en zuurstof.
Verschijnselen van koolmonoxidevergiftiging worden dan ook veroorzaakt doordat
koolmonoxide aan de cellen wordt afgegeven
veel rode bloedcellen geen zuurstof meer kunnen binden
zuurstof nu gebonden blijft aan de hemoglobine
er nu veel kooldioxide vrijkomt
De kransaders voeren bloed uit het hartspierweefsel. Dit bloed kan terechtkomen in o.a. het hart, de hersenen, de longen en organen in de buikholte.
Waar komt het bloed het eerst?
in het hart
in de hersenen
in de longen
in de buikholte
Bekijk onderstaande stellingen:
1) Alle slagaders vervoeren zuurstofrijk bloed
2) De poortader vervoert zuurstofrijk bloed naar de darmen
Welke is/zijn juist of onjuist?
Beide juist
Alleen 1 is juist
Alleen 2 is juist
Beide onjuist
Een kransslagader van de mens is een aftakking van
de aorta
de armslagader
de halsslagader
de longslagader
Op welke plaatsen in de afbeelding kan bloed met vrijwel dezelfde samenstelling worden aangetroffen?
op de plaatsen 1, 2 en 3
op de plaatsen 4, 5 en 6
op de plaatsen 7, 8 en 9
op de plaatsen 3, 6 en 9
Wat is het eerstvolgende onderdeel van de bloedsomloop waar het bloed doorheen stroomt na de nierhaarvaten?
nierader
nierslagader
holle ader
poortader
Wat is de kleine bloedsomloop?
Via de kleine bloedsomloop wordt bloed naar de longen gepompt. Daar wordt zuurstof opgenomen in het bloed.
Via de kleine bloedsomloop wordt bloed naar de darmen gepompt. Daar worden voedingsstoffen opgenomen in het bloed
In dit gedeelte van de bloedsomloop wordt lymfe opgenomen in het bloed
Via de kleine bloedsomloop stroomt bloed naar de hersenen en terug.
Op welke afbeelding staan de haarvaten afgebeeld?
Wat bepaalt een bloedgroep?
De antigenen op de witte bloedcellen
De antigenen op de rode bloedcellen
De antistoffen die je aanmaakt
Er is maar 1 soort bloed
Wat gebeurt er als je de verkeerde bloedgroep krijgt bij een transfusie?
Niks
Rode bloedcellen klonteren
Rode bloedcellen barsten
Witte bloedcellen klonteren
De allelen I(A) en I(B) zijn beide dominant over het recessieve allel i.
Homozygoot i geeft bloedgroep O;
I(A)I(B) geeft bloedgroep AB.
De kinderen van een man met bloedgroep A en een vrouw met bloedgroep AB kunnen de volgende bloedgroepen hebben:
antibiotica is een medicijn tegen
alle infectieziekten
bacteriën en virussen
bacteriën
virussen
Een antigeen is
Lichaamsvreemd
Lichaamseigen
Een ander woord voor een witte bloedcel
Een antistof is..
(twee antwoorden zijn goed)
Lichaamseigen
Lichaamsvreemd
Iets dat gemaakt wordt door witte bloedcellen
Iets dat gemaakt wordt door de rode bloedcellen
Natuurlijk immuniteit is...
wanneer je natuurlijke antistoffen ingespoten krijgt
wanneer je kunstmatige antistoffen ingespoten krijgt
wanneer je zelf natuurlijke antistoffen maakt
wanneer je zelf kunstmatige antistoffen maakt
Kunstmatige immuniteit is...
...als je een vaccin toegediend krijgt
...als je witte bloedcellen ingespoten krijgt
...als jouw lichaam zelf antistoffen aanmaakt na een vaccinatie
... als jouw lichaam zelf antigenen aanmaakt na een vaccinatie
Een antistof kan zich hechten aan verschillende ziekteverwekkers
Waar, antistoffen werken op verschillende antigenen
Niet waar, antistoffen werken op slechts één type lichaamsvreemde stof
Waar, antistoffen werken op een groep van dezelfde antigenen
Niet waar, dit is niet de functie van antistoffen
