WorksheetsGrammatica hele boekje brugklas
Total questions: 35
Worksheet time: 21mins
Onze leraar verbetert ons werk altijd met een groene pen.
Wat is het gekleurde woordsoort?
Wie gooide dat lege blikje? Welk woordsoort is 'gooide'?
lidwoord
bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord
werkwoord
Wie gooide dat lege blikje? Welk woordsoort is 'lege'?
lidwoord
bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord
werkwoord
Wie gooide dat lege blikje? Welk woordsoort is 'blikje'?
lidwoord
bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord
werkwoord
Wat kostte die blauwe scooter? Welk woordsoort is 'blauwe'?
lidwoord
bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord
werkwoord
Wat kostte die blauwe scooter? Welk woordsoort is 'scooter'?
lidwoord
bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord
werkwoord
Werkwoorden?
Leerlingen van de middelbare school gaan vandaag voor het eerst weer naar school.
naar
voor
gaan
school
Zelfstandige naamwoorden?
Op de pont moesten leerlingen een mondkapje dragen.
pont, leerlingen
leerlingen, mondkapje
pont, leerlingen, dragen
pont, leerlingen, mondkapje
Wat is het werkwoord?
Mijn vader schildert de kozijnen van ons huis.
(a)
Bijvoeglijke naamwoorden?
Die lieve leerlingen kunnen helaas geen heerlijke panini kopen in de aula.
lieve, leerlingen
lieve, heerlijke, panini
lieve, helaas, heerlijke
lieve, heerlijke
Lidwoorden?
Die lieve leerlingen kunnen helaas geen heerlijke panini kopen in de aula.
(a)
De persoonsvorm is altijd ...
Een werkwoord
Een persoon
Afstanden, gewicht en maten kunnen nooit lijdend voorwerp zijn.
Juist
Onjuist
Wat is het werkwoordelijk gezegde?
De persoonsvorm van een zin
Alle werkwoorden in een zin
De persoonsvorm en onderwerp van een zin
Het onderwerp en de persoonsvorm horen bij elkaar. Als de een in meervoud is, is de ander dat ook.
Juist
Onjuist
Wat is de persoonsvorm van de volgende zin:
De stichting verhoogde de huur met vier procent.
De stichting
verhoogde
de huur
vier procent
Wat is het werkwoordelijk gezegde van de volgende zin:
Dat kind zit steeds te giechelen.
Dat kind
zit
zit te giechelen
giechelen
Wat is het werkwoordelijk gezegde van de volgende zin:
De zeeverkenners hebben dit jaar weer meegedaan aan de zeilwedstrijd.
De zeeverkenners
hebben
hebben meegedaan
meegedaan
Naamwoordelijk deel van de volgende zin:
melk drinken is altijd gezond
wat is het naamwoordelijk deel in de volgende zin:Hij is gisteren van zijn fiets gevallen
Deze oplossing lijkt mij erg goed.
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
Zij is vroeger een uitstekende schaatsster geweest.
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
Waarom hebben jullie hem dat niet verteld?
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
Volgens de minister blijft de hulp noodzakelijk.
werkwoordelijk gezegde
naamwoordeliik gezegde
Wat is het naamwoordelijk gezegde?
Bij hem thuis schijnt het een vreselijke bende te zijn.
schijnt te zijn
schijnt [een vreselijke bende] te zijn
[een vreselijke bende] te zijn
schijnt [een vreselijke bende]
