wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Tijdvak 5 - Basisvragen

Total questions: 20

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Wie was de ontdekker van Amerika?

a)

Columbus

b)

Da Gama

c)

Verspucci

d)

Barentsz

2.

Voor welk land vaarde Columbus naar ' Indië ' ?

a)

Portugal

b)

Italië

c)

Spanje

d)

Amerika

3.

In welke periodes valt de renaissance?

a)

De Oudheid en de Middeleeuwen.

b)

De Middeleeuwen en de vroegmoderne tijd.

c)

De prehistorie en de Oudheid.

d)

De vroegmoderne tijd en de moderne tijd.

4.

Je kan een aantal kenmerken noemen waarom dit schilderij een mooi voorbeeld is van de renaissance. Welk kenmerk hoort hier niet bij?

a)

De anatomie is perfect weergegeven.

b)

Er is gebruik gemaakt van perspectief.

c)

Het onderwerp van het schilderij komt uit de Bijbel.

d)

Het onderwerp van het schilderij komt niet uit de Bijbel.

5.

Wat was geen doel van de conquistadores (Spaanse veroveraars) in de Amerika's?

a)

Rijkdom

b)

Roem.

c)

Eer.

d)

Macht.

6.

Welke twee Europese landen ondernamen als eerste ontdekkingsreizen?

a)

Spanje en Portugal.

b)

Spanje en Italië.

c)

Portugal en Italië.

d)

Frankrijk en Portugal.

7.

Waarom was het interessant voor Duitse vorsten om naar Maarten Luther te luisteren? Twee antwoorden zijn juist.

a)

Onderdanen moesten meer belasting betalen aan hun vorst.

b)

Onderdanen moesten hun vorst gehoorzamen.

c)

Vorsten konden kerkelijke rijkdommen in bezit nemen.

d)

Je hoefde niet in God te geloven om in de hemel te komen.

8.

De Hertog van Alva bracht een aantal zaken met zich mee toen hij naar de Nederlanden kwam. Wat bracht hij niet met zich mee?

a)

Een armada (grote vloot van schepen).

b)

Een groot landleger.

c)

Een rechtbank om protestanten te veroordelen.

d)

Hij stelt de Tiende Penning, een belasting, in.

9.

Maarten Luther en Johannes Calvijn verschilden van mening in een aantal zaken. Maar ze hadden dezelfde mening over:

a)

Onderdanen moeten de overheid onvoorwaardelijk gehoorzamen.

b)

God had voor je geboorte al bepaald of je in de hel of hemel terecht zou komen.

c)

Alleen een oprecht geloof in God kan de zondige mens redden.

d)

Via aflaten kun je niet je zonden afkopen.

10.

Bij welke overeenkomst werd door gewesten in de Nederlanden afgesproken dat de Spaanse troepen de Nederlanden moesten verlaten?

a)

Unie van Utrecht.

b)

Pacificatie van Gent.

c)

Plakkaat van Verlatinghe.

d)

Unie van Atrecht.

11.

Zet de volgende gebeurtenissen in de juiste volgorde

a)

Smeekschrift

b)

Hagepreken

c)

Beeldenstorm

d)

Komst Alva

e)

Vele gaan vluchten

1)
2)
3)
4)
5)
12.

Welke gebeurtenis zie je hierboven?

a)

De bestorming van de Bastille

b)

De Beeldenstorm

c)

De slag bij Nieuwpoort

d)

De moord op Willem van Oranje

13.

Een stelling: "de centralisatiepolitiek van Filips II was een oorzaak voor het ontstaan van de Opstand."

a)

Ja, want de adel en steden waren boos omdat ze minder macht hadden

b)

Nee, het was een gevolg, niet een oorzaak

c)

Ja, want de protestanten waren hierop tegen omdat ze geen rechten meer kregen

d)

Nee, het was een oorzaak voor de Reformatie

14.
Welke stad werd door de Watergeuzen veroverd op 1 april 1572?
a)
Den Briel
b)
Delft
c)
Amsterdam
d)
Beverwijk
15.

Wat voor titel had Margareta van Parma?

a)

Koningin

b)

Stadhouder

c)

Landvoogdes

d)

Landsvervanger

16.

Wie stuurde Filips II naar de Nederlanden na de Beeldenstorm?

a)

De hertog van Alva

b)

De hertog van Andalusië

c)

De graaf van Madrid

d)

De heer van Mechelen

17.

Waar heeft Maarten Luther geen kritiek op?

a)

De aflatenhandel

b)

De geestelijken die zich niet aan de regels van de kerk houden

c)

Het gewone volk dat zelf de Bijbel leest

d)

De rijkdom in de kerken

18.
Wat is een aflaat?
a)
een briefje dat je kreeg van de kerk, als je goed geloofde
b)
een briefje dat je kreeg als je een zonde had begaan
c)
Een briefje dat je kon kopen, in ruil voor een plekje in de hemel
d)
een briefje dat je van Luther kreeg, als je hem hielp
19.
Van wie is deze kerk?
a)
Katholieke kerk
b)
Protestantse kerk
20.

Van wie is deze kerk?

a)
Katholieke kerk
b)
Protestantse kerk