Font size
S
M
L
XL
WorksheetsPythagoras
Total questions: 10
Worksheet time: 23mins
Name
Class
Date
1.
Dit is de balk PQRS.TUVW. Schrijf dit in de figuur erbij.
Teken ook de lichaamsdiagonalen en benoem deze.
2.
Wat is de hoogte van deze driehoek?
a)
10
b)
75
c)
75
d)
5 5
3.
Bereken CE.
Schrijf je berekeningen op. Rond in je eindantwoord af op 1 decimaal.
4.
Bereken met je rekenmachine en kladpapier de lengte van PQ.
a)
PQ = √70
b)
PQ = √10
c)
PQ = √40
d)
PQ = √4 = 2
5.
Bereken in deze piramide de lengte van BD (diagonaal van het grondvlak). Gebruik kladpapier en je rekenmachine.
a)
BD = √12 cm
b)
BD = √36 = 6 cm
c)
BD = √72 cm ≈ 8,49 cm
d)
BD = √84 ≈ 9,17 cm
6.
Bereken de exacte lengte van lichaamsdiagonaal AG. Gebruik kladpapier en je rekenmachine. (Tip: gebruik 2x de stelling van Pythagoras!)
a)
AC = √(6²+3²) = √45
AG = √(45+25)=√70
AG = √(45+25)=√70
b)
EG = √(6²+3²) = √45
AG = √(45+25) = 8,37
AG = √(45+25) = 8,37
c)
AC = √(6²+5²) = √61
AG = √(61+25)=√86
AG = √(61+25)=√86
d)
AC = √(6²+3²) = √45
AG = √(45+9)=√54
AG = √(45+9)=√54
7.
Bereken de lengte van AB
a)
4,6
b)
3,6
c)
4,9
d)
4,0
8.
Wat is de schuine zijde van driehoek ABC?
a)
AB
b)
BC
c)
AC
9.
De lengte van de ladder is...
a)
de schuine zijde
b)
een rechthoekszijde
c)
geen onderdeel van een rechthoekige driehoek
10.
Bereken de lengte van AD.
(a)
Reset
