wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

kleur licht en schaduw

Total questions: 89

Worksheet time: 2hrs 59mins

Name
Class
Date
1.
Als een voorwerp rood is, wordt alleen het rode licht door het voorwerp opgenomen. 
a)
Waar
b)
Niet Waar
2.
Bij een convergente lichtbundel komen de lichtstralen samen. 
a)
Waar
b)
Niet Waar 
3.

Als een voorwerp rood is, wordt alleen het rode licht door het voorwerp weerkaatst. Alle andere lichtkleuren worden geabsorbeerd.

a)

Waar

b)

Niet Waar

4.

Waarvan hangt het aantal schaduwen van een voetballer in een verlicht stadion bij een avondwedstrijd af?

a)

van de positie van de voetballer

b)

van het aantal voetballers op het veld

c)

van het tijdstip op de avond

d)

van het aantal lichtmasten

5.

Een gele trui wordt beschenen door een blauwe lamp.

Je ziet deze trui dan:

a)

geel

b)

blauw

c)

zwart

d)

groen

6.

Een gele trui wordt beschenen door een blauwe lamp.

Je ziet deze trui dan:

a)

geel

b)

blauw

c)

zwart

d)

groen

7.

Een gele trui wordt beschenen door een blauwe lamp.

Je ziet deze trui dan:

a)

geel

b)

blauw

c)

zwart

d)

groen

8.

Waarvan hangt het aantal schaduwen van een voetballer in een verlicht stadion bij een avondwedstrijd af?

a)

van de positie van de voetballer

b)

van het aantal voetballers op het veld

c)

van het tijdstip op de avond

d)

van het aantal lichtmasten

9.

Een gele trui wordt beschenen door een blauwe lamp.

Je ziet deze trui dan:

a)

geel

b)

blauw

c)

zwart

d)

groen

10.

Het zichtbaar licht bevat o.a. volgende kleuren:

a)

violet

b)

Rood

c)

blauw

d)

groen

e)

bruin

11.

De juiste volgorde voor de kleuren in het zichtbare licht is ...

a)

Rood-geel-blauw-oranje-groen-violet

b)

Blauw-violet-groen-geel-oranje-rood

c)

Rood-oranje-geel-groen-blauw-violet

d)

Violet-blauw-groen-geel-oranje-rood

12.

Wat zijn natuurlijke lichtbronnen? (meerdere antwoorden mogelijk).

a)

Zon

b)

Kaars

c)

Kampvuur

d)

Bliksem

13.

Lichtstralen gaan in...?

a)

Rechte lijnen

b)

Kromme lijnen

c)

Rechte en kromme lijnen

d)

Gaan nergens naartoe

14.

Licht is altijd afkomstig van

a)

de zon

b)

een lamp

c)

iets wits

d)

een lichtbron

15.

Een warmtescan kun je gebruiken om warmteverlies van je woning op te sporen. Hier maakt men gebruik van ...

a)

Uv-straling

b)

Microgolven

c)

Rontgenstraling

d)

Infrarode straling

16.

Uv-straling is minder schadelijk dan Ir-straling

a)

Waar

b)

Niet waar

17.

Welke soort licht zie je op de afbeelding?

a)

gammastraling

b)

infrarood-straling

c)

röntgenstraling

d)

microgolven

18.

Een warmtelamp heeft zijn eigen kleurenspectrum. Als je een thermometer langs dit spectrum beweegt, verandert de temperatuur met de kleur van het licht. In welke kleur zal de thermometer de hoogste temperatuur aangeven?

a)

vlak voor het rood

b)

in het rood

c)

in het violet

d)

net voorbij het violet

19.

Waar of niet waar.

Ultraviolette straling is onzichtbaar.

a)

Waar

b)

Niet waar

20.

Welke lichtbron maakt een lichtbundel?

         

      

a)

computerscherm

b)

kaars

c)

zaklamp

d)

zon

21.

De kleuren rood, groen en blauw maken samen alle kleuren op een computerscherm.

a)

Waar

b)

Niet waar

22.

Een regendruppel breekt zonlicht.

a)

Waar

b)

Niet waar

23.

Een lichtbundel bestaat uit lichtstralen die alle kanten op gaan.

a)

Waar

b)

Niet waar

24.

Welke warmtestraling straalt een mens uit?

a)

ir- straling

b)

microgolven

c)

uv-straling

d)

röntgenstraling

25.

Welke soort elektromagnetische straling zie je op de afbeelding?

a)

zichtbaar licht

b)

ultraviolet-straling

c)

kosmische straling

d)

tv-golven

26.

Is op de foto sprake van kunstmatig-licht of natuurlijk-licht

a)

kunstmatig-licht

b)

natuurlijk-licht

27.

Is op de foto sprake van kunstmatig-licht of natuurlijk-licht

a)

kunstmatig-licht

b)

natuurlijk-licht

28.

Is op de afbeelding sprake van kunstmatig-licht of natuurlijk-licht

a)

kunstmatig-licht

b)

natuurlijk-licht

29.

Is op de afbeelding sprake van fel licht of zwak licht?

a)

Fel licht

b)

Zwak licht

30.

Achter een brandende kaars staat een foto.

In welke van de afbeeldingen is de schaduw juist weergegeven.

a)

A

b)

B

c)

C

31.

Waarvan hangt het aantal schaduwen van een voetballer in een verlicht stadion bij een avondwedstrijd af?

a)

van de positie van de voetballer

b)

van het aantal voetballers op het veld

c)

van het tijdstip op de avond

d)

van het aantal lichtmasten

32.

Als je het klein beeldje dichter bij de lichtbron schuift dan wordt de schaduw groter.

a)

juist

b)

onjuist

33.
Als een voorwerp rood is, wordt alleen het rode licht door het voorwerp opgenomen. 
a)
Waar
b)
Niet Waar
34.
Bij een convergente lichtbundel komen de lichtstralen samen. 
a)
Waar
b)
Niet Waar 
35.

Een gele trui wordt beschenen door een blauwe lamp.

Je ziet deze trui dan:

a)

geel

b)

blauw

c)

zwart

d)

groen

36.

Waarvan hangt het aantal schaduwen van een voetballer in een verlicht stadion bij een avondwedstrijd af?

a)

van de positie van de voetballer

b)

van het aantal voetballers op het veld

c)

van het tijdstip op de avond

d)

van het aantal lichtmasten

37.

Een gele trui wordt beschenen door een blauwe lamp.

Je ziet deze trui dan:

a)

geel

b)

blauw

c)

zwart

d)

groen

38.

Het zichtbaar licht bevat o.a. volgende kleuren:

a)

violet

b)

Rood

c)

blauw

d)

groen

e)

bruin

39.

De juiste volgorde voor de kleuren in het zichtbare licht is ...

a)

Rood-geel-blauw-oranje-groen-violet

b)

Blauw-violet-groen-geel-oranje-rood

c)

Rood-oranje-geel-groen-blauw-violet

d)

Violet-blauw-groen-geel-oranje-rood

40.

Een kunstmatige lichtbron is...?

a)

door de mens gemaakt.

b)

komt voor in de natuur.

41.

Wat zijn natuurlijke lichtbronnen? (meerdere antwoorden mogelijk).

a)

Zon

b)

Kaars

c)

Kampvuur

d)

Bliksem

42.

Lichtstralen gaan in...?

a)

Rechte lijnen

b)

Kromme lijnen

c)

Rechte en kromme lijnen

d)

Gaan nergens naartoe

43.

Licht is altijd afkomstig van

a)

de zon

b)

een lamp

c)

iets wits

d)

een lichtbron

44.

Een warmtescan kun je gebruiken om warmteverlies van je woning op te sporen. Hier maakt men gebruik van ...

a)

Uv-straling

b)

Microgolven

c)

Rontgenstraling

d)

Infrarode straling

45.

Uv-straling is minder schadelijk dan Ir-straling

a)

Waar

b)

Niet waar

46.

Welke soort licht zie je op de afbeelding?

a)

gammastraling

b)

infrarood-straling

c)

röntgenstraling

d)

microgolven

47.

Een warmtelamp heeft zijn eigen kleurenspectrum. Als je een thermometer langs dit spectrum beweegt, verandert de temperatuur met de kleur van het licht. In welke kleur zal de thermometer de hoogste temperatuur aangeven?

a)

vlak voor het rood

b)

in het rood

c)

in het violet

d)

net voorbij het violet

48.

Waar of niet waar.

Ultraviolette straling is onzichtbaar.

a)

Waar

b)

Niet waar

49.

Welke lichtbron maakt een lichtbundel?

         

      

a)

computerscherm

b)

kaars

c)

zaklamp

d)

zon

50.

De kleuren rood, groen en blauw maken samen alle kleuren op een computerscherm.

a)

Waar

b)

Niet waar

51.

Een regendruppel breekt zonlicht.

a)

Waar

b)

Niet waar

52.

De letters A, M, O en K zien er hetzelfde uit als je ze in een spiegel bekijkt.

a)

Waar

b)

Niet waar

53.

Een lichtbundel bestaat uit lichtstralen die alle kanten op gaan.

a)

Waar

b)

Niet waar

54.

Welke warmtestraling straalt een mens uit?

a)

ir- straling

b)

microgolven

c)

uv-straling

d)

röntgenstraling

55.

Welke straling gaat niet door je botten.

a)

ir- straling

b)

microgolven

c)

uv-straling

d)

röntgenstraling

56.

Welke soort elektromagnetische straling zie je op de afbeelding?

a)

zichtbaar licht

b)

ultraviolet-straling

c)

kosmische straling

d)

tv-golven

57.

Is op de foto sprake van kunstmatig-licht of natuurlijk-licht

a)

kunstmatig-licht

b)

natuurlijk-licht

58.

Is op de foto sprake van kunstmatig-licht of natuurlijk-licht

a)

kunstmatig-licht

b)

natuurlijk-licht

59.

Is op de afbeelding sprake van kunstmatig-licht of natuurlijk-licht

a)

kunstmatig-licht

b)

natuurlijk-licht

60.

Is op de afbeelding sprake van fel licht of zwak licht?

a)

Fel licht

b)

Zwak licht

61.

Achter een brandende kaars staat een foto.

In welke van de afbeeldingen is de schaduw juist weergegeven.

a)

A

b)

B

c)

C

62.

Waarvan hangt het aantal schaduwen van een voetballer in een verlicht stadion bij een avondwedstrijd af?

a)

van de positie van de voetballer

b)

van het aantal voetballers op het veld

c)

van het tijdstip op de avond

d)

van het aantal lichtmasten

63.

Als je het klein beeldje dichter bij de lichtbron schuift dan wordt de schaduw groter.

a)

juist

b)

onjuist

64.

Zijn de figuren (punten) elkaars spiegelbeeld?

a)

ja

b)

nee

65.

Zijn de figuren (lijnstukken) elkaars spiegelbeeld?

a)

ja

b)

nee

66.
Als een voorwerp rood is, wordt alleen het rode licht door het voorwerp opgenomen. 
a)
Waar
b)
Niet Waar
67.
Bij een convergente lichtbundel komen de lichtstralen samen. 
a)
Waar
b)
Niet Waar 
68.
De Invalshoek is..
a)
Hoek A
b)
Hoek B
69.

Tegen ioniserende straling moet je jezelf beschermen.

a)

Waar

b)

Niet waar

70.

Welke hoek is in figuur 1 de hoek van inval?

a)

Hoek 1

b)

Hoek 2

c)

Hoek 3

d)

Hoek 4

71.

Een lichtstraal valt op een spiegel zoals in de afbeelding.

Onder welke hoek moet de normaal ten opzichte van de spiegel worden getekend?

a)

90 graden

b)

60 graden

c)

45 graden

d)

30 graden

e)

180 graden

72.

In een huis staan bij een raam 2 schemerlampen. ’s Avonds gaan de lampen aan. Op welke van de afbeeldingen is juist weergegeven het licht naar buiten schijnt.

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

73.

In de afbeelding zie je een constructietekening. Is dit goed getekend?

a)

Ja

b)

Nee

74.
Met welk nummer is het glasachtige lichaam aangegeven?
a)
11
b)
2
c)
8
d)
12
75.
Met welk nummer wordt de pupil aangeven?
a)
11
b)
10
c)
12
d)
8
76.
In welke volgorde komt het licht je oog binnen?
a)
hoornvlies, lens, pupil, glasachtig lichaam, vaatvlies, netvlies
b)
harde oogvlies, pupil, lens, glasachtig lichaam, netvlies
c)
harde oogvlies, lens, pupil, glasachtig lichaam, vaatvlies, netvlies
d)
hoornvlies, pupil, lens, glasachtig lichaam, netvlies
77.

bij welke van de ogen zou het waarschijnlijk donker zijn?

a)

oog 1

b)

oog 2

c)

bij beide

78.

Je staat voor een spiegel en doet een stap naar voren.

          Wat doet je spiegelbeeld?

a)

Je spiegelbeeld blijft staan op dezelfde plaats.

b)

Je spiegelbeeld doet een stap naar achteren.

     

c)

  Je spiegelbeeld doet een stap naar voren.

d)

  Je spiegelbeeld stapt naar links of naar rechts, afhankelijk van de stand van de spiegel.

 

79.

Welke lenzen zijn negatief?

a)

A en B

b)

A en C

c)

A, B en E.

d)

C en D.

80.

Welke plek geeft het brandpunt aan?

a)

1

b)

2

81.

Wat geeft de letter f aan?

a)

Brandpunt

b)

Voorwerpsafstand

c)

Beeldsafstand

d)

Brandpuntsafstand

82.

Bij een divergente lichtbundel komen de lichtstralen samen.

a)

Waar

b)

Niet Waar

83.

Het zichtbaar licht bevat volgende kleuren:

Let op! er kunnen meerdere antwoorden goed zijn.

a)

violet

b)

rood

c)

blauw

d)

groen

e)

geel

84.

Wat voor soort lens is dit?

a)

Dit is een bolle lens.

b)

Dit is een holle lens.

c)

Dit is een Platte lens.

85.

De lens in de afbeelding heeft een.......

a)

Convergerende werking

b)

Divergerende werking

86.

Je kan aan de lens niet zien wat voor lens het is.

Maar door naar de lichtstralen, te kijken weet je dat het een ...... lens is.

a)

Bolle

b)

Holle

87.

Robert wil een verkeerslicht nabouwen. Hij heeft hiervoor lampen nodig.

Welke kleuren lampen heeft hij nodig?

a)

Rood

b)

Groen

c)

Blauw

d)

Geel

e)

Magenta

88.

Wat verstaan we onder evenwijdige lichtstralen?

a)

Lichtstralen die uit elkaar lopen

b)

Lichtstralen die naar elkaar toelopen

c)

Lichtstralen die alle kleuren hebben

d)

Lichtstralen die naast elkaar blijven lopen

89.

Lasergame

Het laserpistool ‘schiet’ een lichtstraal als je de trekker overhaalt. Alle voorwerpen in de tekening zijn zo hoog dat je er niet overheen kunt kijken.

Selecteer alle juiste zinnen

a)

Luc kan Ibrazim wel zien

b)

Hilda kan Anton niet zien

c)

Hilda kan Luca niet zien