Font size
S
M
L
XL
WorksheetsHet verkeer
Total questions: 10
Worksheet time: 8mins
Name
Class
Date
1.
De ... vastklikken
a)
stoel
b)
stuur
c)
gordel
d)
spiegel
2.
Ik heb geen ... want ik ben 14 jaar.
(a)
3.
Ik steek het ... over.
(a)
4.
Ik neem een ... als ik fiets.
a)
helm
b)
helm en een fluovestje
c)
helm en een bril
d)
een fluovestje en een bril
5.
De ... van de trein is niet goed omdat de trein vaak vertraging heeft.
(a)
6.
Op de fiets steek ik ... uit om de richting te tonen.
(a)
7.
Tijdens de covid-pandemie moeten we ... houden om niet ziek te worden.
a)
afstand
b)
een feestje
c)
reünie
d)
een sportwedstrijd
8.
Een ander woord voor winkelen is ...
a)
dromen
b)
slapen
c)
droppen
d)
shoppen
9.
Ik sta in de ... omdat er een ongeluk gebeurd is. Er is een lange rij auto's.
a)
file
b)
sportzaal
c)
verkeerslichten
d)
bibliotheek
10.
Ik ... want ik nader de bebouwde kom.
(a)
Reset
