Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

4V tijdvak 4

Total questions: 16

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een inquisitie?

a)

Een speciale kerk

b)

Een concilie

c)

Een speciale rechtbank

d)

Een plechtige benoeming

2.

Waardoor ontstond de investituurstrijd?

a)

Ruzie tussen paus en keizer over kardinalen

b)

Ruzie tussen paus en keizer over bisschopbenoeming

c)

Ruzie tussen paus en keizer over primaat

d)

Ruzie tussen paus en keizer over geld

3.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

De reis naar Cannossa van Hendrik IV

a)

de opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een agrarisch-urbane samenleving.

b)

de opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden.

c)

het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke dan wel de geestelijke macht het primaat behoorde te hebben.

d)

de expansie van de christelijke wereld naar buiten toe, onder andere in de vorm van de kruistochten.

e)

het begin van staatsvorming en centralisatie.

4.

Bij welk kenmerkend aspect hoort dit begrip?

keurvorsten

a)

de opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een agrarisch-urbane samenleving.

b)

de opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden.

c)

het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke dan wel de geestelijke macht het primaat behoorde te hebben.

d)

de expansie van de christelijke wereld naar buiten toe, onder andere in de vorm van de kruistochten.

e)

het begin van staatsvorming en centralisatie

5.

Match the following

a)
1.

Centralisatie succesvol

b)
2.

Gedeeltelijke centralisatie

c)
3.

Centralisatie mislukt

6.
Question Image

Plaats het begrip bij de juiste beschrijving

a)

Soevereiniteit

1.

Streven van vorsten om het gebied vanuit hetzelfde punt te besturen

b)

Centralisatie

2.

De hoogste macht in een gebied/land

c)

Monarchie

3.

Koninkrijk

d)

Parlement

4.

Bestuurt samen met de koning/regering het land of geeft advies

e)

Onafhankelijk

5.

Niet afhankelijk van een andere staat/land/regering

7.

Waardoor ontstond rond het jaar 1000 weer een landbouwstedelijke samenleving in West-Europa? (meerder antwoorden goed)

a)

Het was veiliger (doordat de Vikingtochten voorbij waren)

b)

Er werden meer kinderen geboren.

c)

De landbouwgrond nam toe

d)

Mensen leefden langer

e)

De landbouwtechnieken verbeterden

8.

Wat is de Hanze?

a)

Een rijke bankiersfamilie in Italie en Duitsland

b)

Een nieuw type schip dat zorgde voor een toename van de handel

c)

Een samenwerkingsverband havensteden in Noord-Europa

d)

Een belasting op het gebruik van wegen, rivieren en bruggen.

9.

Wat past bij deze afbeelding?

a)

Lakenhandel

b)

Wisselbrief

c)

Hanze

d)

Verstedelijking

10.

Reorder the following

a)

Vlaamse kooplieden importeren wol uit Engeland

b)

Ambachtslieden produceren laken van de wol

c)

Vlaams laken wordt verkocht in geheel Europa

d)

Italiaanse kooplieden verhandelen laken voor specerijen

e)

Producten van de Zijderoute bereiken west Europa weer

1)
2)
3)
4)
5)
11.

Match the following

a)

Christelijke herovering Spanje

1.

Reconquista

b)

Gebied waar Jezus zou hebben gepredikt

2.

Heilige Land

c)

Kwijtschelding van je zonden

3.

Aflaat

d)

Islamitisch volk uit Noord Afrika

4.

Berbers

e)

Islamitisch volk uit Centraal Azië

5.

Turken

12.

Organize these options into the right categories

Categorize the following

Godfried van Bouillon

Sultan Saladin

Keizer Alexios I Komnenos

Op zoek naar Aflaat

Bescherming tegen de Turken

Herovering Jeruzalem

Kruisvaarders
Moslims
Byzantijnse Rijk
13.

Match the following

a)

1.

Handelaar die naar China reisde

b)

2.

Paus die opriep tot de eerste kruistocht

c)

3.

Duitse keizer, koning van Jeruzalem

d)

4.

Sultan die Jeruzalem heroverd

14.

Wat hoort niet bij het begrip stadsrechten?

a)

eigen bestuur

b)

eigen wetgeving

c)

privileges

d)

horigheid

15.
Question Image

Match het begrip met de beschrijving

a)

Gilde

1.

Beroepsvereniging

b)

Privilege

2.

Voorrecht

c)

Elite

3.

Bovenlaag van de samenleving

d)

Stadsrechten

4.

Stad verkrijgt verschillende rechten

e)

Burgerij

5.

Mensen in een stad die in aanmerking komen voor het burgerschap

16.

Van wanneer tot wanneer was de 'Tijd van steden en staten'?

a)

500 - 1000

b)

1000 - 1500

c)

500 - 1500

d)

0 - 1000