Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3mavo bio HS 6 tm par 4

Total questions: 17

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Is het een biotische of abiotische factor?

a)

Biotische factor

b)

Abiotische factor

2.

herbivoren zijn altijd:

a)

consumenten van tweede orde of hoger

b)

producenten

c)

consumenten van 1e orde

d)

reducenten

3.

Welke functie hebben schimmels en bacteriën?

a)

producent

b)

consument

c)

reducent

4.

Welke genoemde factoren is niet abiotisch?

a)

water

b)

licht

c)

voedsel

d)

temperatuur

5.

populatie is

a)

een individu

b)

Alle abiotische factoren in een gebied

c)

groep van dezelfde soort in een gebied

d)

Alle biotische factoren in een gebied

6.

Wat is de producent in deze voedselketen?

a)

De alg

b)

De garnaal

c)

Vis 1

d)

De vogel

7.

In welk antwoord staan alleen voorbeelden van abiotische factoren?

a)

licht, zuurstofgehalte en regen

b)

roofdieren, voedsel en soortgenoten

c)

temperatuur, water en voedsel

d)

wind, nestgelegenheid en bodem

8.

In deze grafiek is een predator-prooirelatie weergegeven. Ook aan de hand van de y-assen kun je bepalen welke soort de prooi is. Welke van onderstaande beweringen hierover is juist?

a)

Het aantal prooidieren per hectare is vrijwel altijd groter dan het aantal predatoren per hectare, dus de linker y-as moet bij de prooidieren horen

b)

Het aantal predatoren per hectare is vrijwel altijd groter dan het aantal prooidieren per hectare, dus de rechter y-as moet bij de prooidieren horen

9.

Wat is een voorbeeld van een tolerantiegebied?

a)

De temperatuur in een gebied die varieert tussen 0o C en 30o C.

b)

De zuurgraad (pH) van het water moet voor een bepaalde vis tussen de 5 en 7 zijn om daar te kunnen leven.

c)

De verspreiding van herten op de Veluwe is willekeurig in groepen.

d)

In de Waddenzee leven er gemiddeld 0.6 krabben per m3.

10.

Lijsterbes -> sprinkhaan -> kikker -> slang vormen een voedselketen.

a)

juist

b)

onjuist

11.

Welke factor is biotisch?

a)

Wind

b)

Temperatuur

c)

Predatie

d)

Stromingen in het water

12.

In de afbeelding is een kringloop weergegeven.

Pijl 1 geeft aan dat koolstofdioxide wordt opgenomen door producenten.

Bij welk proces verbruiken producenten koolstofdioxide? Welke andere stof wordt bij dit proces ook verbruikt?


Proces waarbij koolstofdioxide verbruikt wordt: ....1.....

Andere stof die bij dit proces gebruikt wordt: ....2.....

a)

1 = fotosynthese / 2 = zuurstof

b)

1 = verbranding / 2 = zuurstof

c)

1 = fotosynthese / 2 = water

d)

1 = verbranding / 2 = water

13.

Welke voedselrelatie zie je hier?

a)

Voedselketen

b)

Voedselweb

c)

Voedselpiramide

d)

Voedselkringloop

14.
Wat voor een soort voedselpiramide zie je hier?
a)
Piramide van aantallen.
b)
Piramide van biomassa.
c)
Piramide van energiedoorstroming.
15.

Welke voedselketen is juist

a)

gras - koe - mens

b)

mens - koe - gras

c)

mens --> koe --> gras

d)

gras --> koe --> mens

16.

Bij welk nummer moet een plantensoort worden ingevuld?

a)

1

b)

2

c)

3

17.

Wat is de functie van nitraat in planten?

a)

Het maken van eiwitten

b)

Het maken van zuurstof

c)

Het maken van glucose

d)

Het maken van water