wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

genotype fenotype gen allel

Total questions: 12

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

De bruine kleur die je krijgt als je in de zon ligt.

a)

Genotype

b)

Fenotype

2.

Wanneer komt het genotype van een baby tot stand?

a)

Bij de vorming van de eicel

b)

Bij de bevruchting

c)

Bij de geboorte

3.

Wanneer ligt het fenotype van een iemand vast?

a)

Bij de vorming van de eicel

b)

Bij de bevruchting

c)

Bij de geboorte

d)

Nooit

4.
Twee uitspraken:
Winston zegt: Het hebben van een erfelijke ziekte is een voorbeeld van een fenotype
Henk zegt: Het fenotype is altijd hetzelfde als het genotype
Wie heeft gelijk?
a)
Winston
b)
Henk
c)
Winston en Henk
d)
Geen van beide
5.
Vul het juiste getal in:
Het aantal chromosomen in een spiercel van een man is .........
a)
23
b)
46
c)
48
6.

Dit plaatje is een voorbeeld van verandering in

a)

Genotype

b)

Fenotype

c)

Dna

d)

Milieu

7.

Wat voor DNA zit er in je oogcellen?

a)

Alleen DNA voor de kenmerken van het oog

b)

Dat ligt er aan waar in het oog het ligt

c)

Dat kan je niet weten

d)

Alle informatie van je DNA

8.

Bij sommige baby’s die geboren zijn met donker haar, wordt het haar na enkele maanden lichter. Tijdens de puberteit wordt het haar dan weer donkerder. De kleur van het haar vlak na de geboorte wordt beïnvloed door geslachtshormonen van de moeder. Na een tijdje zijn die uit het bloed van de baby verdwenen. In de puberteit neemt de productie van geslachtshormonen bij het kind toe.


Verandert door de werking van de geslachtshormonen het fenotype voor haarkleur? En verandert het genotype erdoor?

a)

Alleen het fenotype verandert

b)

Alleen het genotype verandert

c)

Zowel het genotype als het fenotype verandert

d)

Geen van beide verandert

9.

Welk organisme bevat evenveel chromosomen als de mens.

a)

Tarwe

b)

Hond

c)

Veldmuis

d)

Chimpansee

10.

Welk organisme heeft 21 chromosomen in zij of haar geslachtscellen zitten?

a)

Tomaat

b)

Tarwe

c)

Mens

d)

Konijn

11.

Je ziet in de afbeelding verschillende stadia van een metamorfose van een vlinder. Welke van de volgende zinnen klopt?

a)

In alle stadia van de metamorfose is het fenotype gelijk.

b)

In alle stadia van de metamorfose is het genotype gelijk

c)

In alle stadia van de metamorfose is zowel het fenotype als genotype gelijk

d)

In alle stadia van de metamorfose is zowel het fenotype als genotype anders

12.

Angela is 50 jaar en had altijd donkerblond haar. Nu wordt haar haar langzaam grijs. Haar genotype is nu veranderd.

a)

Juist

b)

Onjuis