wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Oefentoets H7

Total questions: 29

Worksheet time: 23mins

Name
Class
Date
1.

Waarom is de EU ontstaan?

a)

Om oorlog te voorkomen

b)

Voor meer economische samenwerking

2.

Na welke oorlog gingen Europese landen samenwerken?

a)

Eerste Wereldoorlog

b)

Tweede Wereldoorlog

c)

Koude Oorlog

d)

Krimoorlog

3.

Elk land in de Europese Unie gebruikt de euro

a)

Juist

b)

Fout

4.

Over welk land gaat het als we het hebben over de Brexit?

a)

Bulgarije

b)

Bosnië Herzegovina

c)

Verenigd Koninkrijk

d)

Noorwegen

5.

Welke van de volgende dingen heeft de EU niet voor gezorgd?

a)

Open Grenzen

b)

Gratis bellen in Europa

c)

Euromunten

d)

6 weken zomervakantie

6.

Landen die sinds 2000 een snelle economische ontwikkeling doormaken.

(a)  

7.

Wat betekent Referendum?

a)

Bij een referendum vraagt de overheid advies aan de burgers die kiesrecht hebben. De burgers geven hun mening met een ja of nee.

b)

Bij een referendum vragen de burgers advies aan de overheid. De overheid geeft zijn mening met een ja of een nee.

c)

Bij een referendum vraagt de overheid aan de burgers om een wetsvoorstel goed te keuren. De burgers geven hun mening met en nemen deel aan de vergadering.

d)

Bij een referendum beslist de overheid en hebben de burgers inspraak. De burgers geven hun mening.

8.
Wat is de betekenis van Atmosfeer?
a)
De luchtlaag om de aarde
b)
De luchtlaag om de maan
c)
De luchtlaag op de grond
d)
De luchtlaag rond de zon
9.
Dit plaatje laat het versterkt broeikaseffect zien
a)
Juist
b)
Onjuist
10.
Sinds 1850 is de temperatuur in Nederland met ... 
a)
0,5 graad gestegen
b)
1 graad gestegen 
c)
1,5 graad gestegen
d)
2 graad gestegen
11.
Welke gevolgen van klimaatverandering horen bij Nederland?
a)
Zeespiegelstijging, hittegolven, regenbuien en stijgende rivieren
b)
Zeespiegelstijging, hittegolven en regenbuien
c)
Stijgende rivieren, zeespiegelstijging en regenbuien 
d)
Stijgende rivieren, zeespiegelstijging en hittegolven
12.

In 2040 is de kans groot dat er op de Noordpool in de zomer geen ijs meer ligt.

a)

Waar

b)

Niet waar

13.

Wat is het weer?

a)

Met het weer bedoelen we de dagelijkse weersomstandigheden op een bepaalde plaats. bijvoorbeeld de ene dag bewolkt en nat zijn en de volgende dag zonnig.

b)

Met het weer bedoelen we de gemiddelde weersomstandigheden op een bepaalde plaats gedurende lange periodes. Woestijnen hebben bijvoorbeeld een warm en droog klimaat, terwijl de poolgebieden koud en droog zijn.

14.
Waterbeheer waarbij alleen de voorraad vernieuwbaar water wordt gebruikt.
a)
Waterbalans
b)
Vernieuwbaarwater
c)
Duurzaamwaterbeheer
d)
Grondwater
15.

Hoeveel dieren eet een Belg in zijn leven?

a)

180

b)

1800

c)

18000

d)

18000

16.

Wat is duurzaamheid?

a)

Ongezond voedsel voor ons, onze kinderen en kleinkinderen

b)

Gezond voedsel voor ons en onze kinderen.

c)

Gezond en ongezond voedsel voor ons en onze kinderen.

d)

Gezond voedsel voor ons, voor onze kinderen en kleinkinderen.

17.

Hoeveel eten gaat er verloren?

a)

1/2

b)

1/3

c)

1/4

d)

1/5

18.
Steenkool, aardgas en aardolie zijn.......brandstoffen.
a)
Natuurlijk
b)
Groene
c)
Oneindige
d)
Fossiele
19.
Zonne-energie en windenergie zijn.... energiebronnen.
a)
Dure
b)
Hernieuwbare
c)
Radioactieve
d)
Nieuw
20.
Houtsnippers, frituurvet, mest en plantenresten zijn voorbeelden van
a)
Biomassa
b)
Aardwarmte
c)
Fossielen
d)
Groene energie
21.

waar haalt België de meeste elektriciteit vandaan?

a)
b)
c)
d)
22.

Wat is de belangrijkste energiebron in Nederland?

a)

Stroom

b)

Aardgas

c)

Windenergie

d)

Zonne-energie

23.

Op de afbeelding zie je een voorbeeld van een ........

a)

ecosysteem

b)

popuatie

c)

levensgemeenschap

d)

individu

24.

Wat zijn de 3 belangrijkste kenmerken van weer?

a)

Neerslag, wind en water.

b)

Neerslag, water en temperatuur.

c)

Neerslag, temperatuur en wind.

d)

Temperatuur, wind en water.

25.

Wat is het weer?

a)

Met het weer bedoelen we de dagelijkse weersomstandigheden op een bepaalde plaats. bijvoorbeeld de ene dag bewolkt en nat zijn en de volgende dag zonnig.

b)

Met het weer bedoelen we de gemiddelde weersomstandigheden op een bepaalde plaats gedurende lange periodes. Woestijnen hebben bijvoorbeeld een warm en droog klimaat, terwijl de poolgebieden koud en droog zijn.

26.
Welke gevolgen van klimaatverandering horen bij Nederland?
a)
Zeespiegelstijging, hittegolven, regenbuien en stijgende rivieren
b)
Zeespiegelstijging, hittegolven en regenbuien
c)
Stijgende rivieren, zeespiegelstijging en regenbuien 
d)
Stijgende rivieren, zeespiegelstijging en hittegolven
27.
Wat is de betekenis van Atmosfeer?
a)
De luchtlaag om de aarde
b)
De luchtlaag om de maan
c)
De luchtlaag op de grond
d)
De luchtlaag rond de zon
28.

Waarom heeft Nederland een zeeklimaat?

a)

Het klimaat van het grootste gedeelte van het land staat onder invloed van de Noordzee

b)

Het klimaat van het grootste gedeelte van het land staat onder invloed van de land

c)

Het klimaat van het grootste gedeelte van het land staat onder invloed van de Middellandse zee

d)

Het klimaat van het grootste gedeelte van het land staat onder invloed van de Kaspische Zee

29.

Wat is een verschil tussen de land en zeeklimaten, als het gaat om de temperatuur?

a)

Het verschil in graden tussen zomer en winter is voor zeeklimaten kleiner

b)

In de landklimaten is het in de winter droger

c)

In de zeeklimaten groeien vooral loofbossen

d)

De landklimaten komen meer voor op de wereld