Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H2 Stoffen - Begrippentest

Total questions: 10

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Match de begrippen met de juiste definitie.

a)

Bouwsteen van een molecuul.

1.

atoom

b)

Bevat moleculen van verschillende stoffen (dus verschillende soorten moleculen).

2.

mengsel

c)

Bevat één soort moleculen.

3.

zuivere stof

d)

molecuul

4.

Klein deeltje waaruit een stof bestaat.

2.

Match de begrippen met de juiste definitie.

a)

Aantasten van ijzer en staal door zuurstof.

1.

roesten

b)

Temperatuur waarbij een stof smelt.

2.

smeltpunt

c)

Mate waarin stoffen elektriciteit geleiden.

3.

elektrische geleiding

d)

Aantasten van een metaal door zuurstof.

4.

oxideren

e)

Eigenschap die je gebruikt om stoffen te herkennen.

5.

stofeigenschap

3.

Match de begrippen met de juiste definitie.

a)

Geeft aan of je een stof wel of niet in water kunt oplossen.

1.

oplosbaarheid

b)

Temperatuur waarbij een stof kookt.

2.

kookpunt

c)

Temperatuur waarbij een vloeistof vast wordt.

3.

stolpunt

d)

Vorm waarin een stof voor kan komen: als vaste stof, als vloeistof of als gas.

4.

fase

4.

Match de begrippen met de juiste definitie.

a)

Massa van 1 cm³ van een stof.

1.

dichtheid

b)

Manier om het volume van een voorwerp met een onregelmatige vorm te bepalen.

2.

onderdompelmethode

c)

Ruimte die een voorwerp inneemt.

3.

volume

d)

Proces waarbij moleculen niet veranderen.

4.

natuurkundig proces

e)

Proces waarbij moleculen veranderen in andere moleculen.

5.

chemische reactie

5.

Match de begrippen met de juiste definitie.

a)

De stof na de reactie.

1.

reactieproduct

b)

De stof aan het begin van de reactie.

2.

beginstof

c)

Reactie van een stof met zuurstof.

3.

verbranden

d)

Manier om een reactie eenvoudig en gestructureerd op te schrijven.

4.

reactieschema

e)

Bij een verbrandingsreactie reageert een (brand)stof met zuurstof, waarbij verbrandingsproducten ontstaan. Daar komt warmte en vaak licht/vuur bij vrij.

5.

verbrandingsreactie

6.

Match de begrippen met de juiste definitie.

a)

Reactie waarbij uit één stof twee of meer andere stoffen ontstaan.

1.

ontledingsreactie / ontleden

b)

Symbool dat een gevaar weergeeft van een stof.

2.

pictogram

c)

Aanduiding voor stoffen die gemakkelijk in brand kunnen vliegen.

3.

licht ontvlambaar

d)

Een boekje en een app met informatie over giftige stoffen.

4.

gifwijzer

e)

Kaart waarop staat wat de gevaren van een stof zijn en welke veiligheidsmaatregelen je moet nemen als je met die stof werkt.

5.

veiligheidskaart

7.

Match de begrippen met de juiste definitie.

a)

Zin die aangeeft welke voorzorgsmaatregelen je moet nemen als je een stof gebruikt.

1.

P-zin

b)

Zin die aangeeft voor welk gevaar je moet oppassen als je een stof gebruikt.

2.

H-zin

c)

Symbool dat een gevaar weergeeft van een stof.

3.

pictogram

d)

Aanduiding voor stoffen die gemakkelijk in brand kunnen vliegen.

4.

licht ontvlambaar

e)

Aanduiding voor een stof die je huid en je ogen kan beschadigen.

5.

irriterend

8.

Match de begrippen met de juiste definitie.

a)

Kaart waarop staat wat de gevaren van een stof zijn en welke veiligheidsmaatregelen je moet nemen als je met die stof werkt.

1.

veiligheidskaart

b)

Andere naam voor een pictogram.

2.

gevarensymbool

c)

Een boekje en een app met informatie over giftige stoffen.

3.

gifwijzer

9.

Match de pictogrammen met de juiste definitie.

a)

1.

explosief

b)

2.

ontvlambaar

c)

3.

giftig

d)

4.

irriterend, schadelijk

10.

Match de pictogrammen met de juiste definitie.

a)

1.

corrosief, bijtend

b)

2.

gevaar voor het milieu

c)

3.

niet mengen