wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Geluid

Total questions: 19

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Geef een ander woord voor tussenstof

a)

lucht

b)

medium

c)

vacuüm

d)

stolp

2.

Menno steekt een carbidbus aan. Het geluid van de knal wordt 7 seconden later gehoord door Tjebbe. Wat is de afstand van Tjebbe tot de carbidbus?

a)

4,9 km

b)

2,4 km

c)

49 m

d)

0,02 m

3.

Geluid plant zich het snelste voort door...

a)

Lucht

b)

Water

c)

Ijzer

4.
Het onweert. Tussen de flits en het gedonder zit 5,2 seconden. Hoever is het onweer bij je vandaan?
a)
5,2 x 343 = 1783,60 m
b)
5,2 x 343 = 1783,6 s
c)
343 : 5,2 =  65,96 km
d)
343 : 5,2 = 65,96 m
5.

Als de docent praat en jij hoort het. Wat is dan het medium?

a)

Haar stem

b)

De lucht

c)

Jouw oor

d)

Haar stembanden

6.

s staat voor?

a)

Tijd

b)

Afstand

c)

Snelheid

d)

Frequentie

7.

Welke is geen geluidsbron?

a)

Microfoon

b)

speaker

c)

telefoon

d)

gitaar

8.

Wat trilt in je oor als er geluid in komt?

a)

oorschelp

b)

trommelvlies

c)

hersenen

d)

oorhaar

9.

Wat is de geluidssnelheid in de lucht?

a)

500 m/s

b)

300 m/s

c)

340 m/s

d)

390 m/s

10.

Wat voor tussenstof zit er in de ruimte?

a)

zuurstof

b)

geen tussenstof

c)

lucht

d)

stikstof

11.

Jane en Sophie zaten in een zwembad. Sophie vroeg iets aan Jane en Jane gaf antwoord onderwater. Sophie kon het niet goed verstaan. Waarom niet?

a)

Jane gaf het antwoord niet hard genoeg

b)

oren kunnen niet onderwater horen

c)

er ontstaan geen trillingen onderwater

d)

geluid verplaatst anders onderwater dan in lucht

12.

Waarom hoor ik niks in de ruimte?

a)

Mijn oren werken niet in de ruimte

b)

er is geen tussenstof in de ruimte

c)

er te veel tussenstof in de ruimte

d)

amplitude van geluid wordt 100x minder in de ruimte

13.

Je ziet bliksem het duurt 8 seconden voordat je de donder hoort. Op welke afstand sta jij van de bliksem?

a)

2744 m

b)

2832 m

c)

2455 m

d)

2400000000

14.

Een geluidssignaal gaat naar de bodem van de oceaan. De echo wordt na 4,5 seconden opgevangen. De geluidssnelheid in water is 1450 m/s. Bereken de diepte van de oceaan

a)

322 m

b)

0,0031 m

c)

109,75 m

d)

3262,5 m

15.

Geluid ontstaat door

a)

Trillende voorwerpen

b)

Botsende voorwerpen

c)

Vliegende voorwerpen

d)

Zwevende voorwerpen

16.
Ik sta in een steeg en roep. De steeg is 12 meter lang. Hoelang duurt het voordat ik mijn eigen stem weer hoor?
a)
4116 ms
b)
28,58 s
c)

0,07 s

d)
0,34 s
17.

Via de gehoorbeentjes komen de trillingen aan bij

a)

Het trommelvlies

b)

Stijgbeugel

c)

Slakkenhuis

18.

In je trommelvlies worden de geluiden doorgegeven aan je gehoorzenuw

a)

waar

b)

niet waar

19.

Wat is de juiste route die de trillingen afleggen om in de hersenen te komen?

a)

Gehoorgang-trommelvlies-gehoorbeentjes-slakkenhuis-oorzenuw

b)

Trommelvlies-gehoorgang-gehoorbeentjes-slakkenhuis-oorzenuw

c)

Gehoorgang-gehoorbeentjes-trommelvlies-slakkenhuis-oorzenuw

d)

Gehoorgang-trommelvlies-gehoorbeentjes-oorzenuw-slakkenhuis