wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Begrippen systeem aarde H4-H5

Total questions: 21

Worksheet time: 2hrs 45mins

Name
Class
Date
1.

Het van een helling glijden of rollen van een grote hoeveelheid gesteente of los materiaal.

 

(a)  

2.

Het geheel aan gasvormige stoffen die het vaste en vloeibare deel van de aardkorst omringen. Heet ook dampkring.

(a)  

3.

Deel van een rivier of beek vanaf de middenloop tot de monding, waar het verval en de stroomsnelheid over het algemeen gering zijn en waar de sedimentatie groot is.

(a)  

4.

Het leven op aarde: planten, dieren, mensen

(a)  

5.

Het uiteenvallen van gesteente waarbij de scheikundige samenstelling verandert.

(a)  

6.

Vorming van waterdruppels door afkoelen van waterdamp.

(a)  

7.

Het afschuren en uitschuren van de ondergrond door met verweringsmateriaal beladen ijs, water of wind

(a)  

8.

Water dat door verdamping van het oppervlaktewater terugkomt in de lucht.

(a)  

9.

Proces waarbij gesteenten door geologische processen (verwering, erosie, sedimentatie) telkens worden afgebroken en opnieuw gevormd.

(a)  

10.

Een ijsmassa die op land is gevormd en onder invloed van de zwaartekracht in beweging is.

(a)  

11.

Proces waarbij water op aarde een nooit eindigende kringloop van verdamping, condensatie, neerslag en transport doorloopt.

(a)  

12.

Gesteente dat ontstaat door de opeenhoping van (kalkhoudende) stoffelijke overblijfselen van in zee levende organismen

(a)  

13.

De buitenste schil van de aarde, bestaande uit de aardkorst en het vaste, buitenste gedeelte van de aardmantel.

(a)  

14.

Metamorf gesteente dat onder invloed van hoge druk en temperatuur is ontstaan uit kalksteen.

(a)  

15.

Het uiteenvallen van vast gesteente waarbij de chemische samenstelling van het gesteente niet verandert.

(a)  

16.

Gesteente dat onder hoge druk en/of bij hoge temperatuur andere eigenschappen heeft gekregen.

(a)  

17.

Proces waardoor los materiaal na transport door wind, water of ijs op het aardoppervlak wordt afgezet.

(a)  

18.

Het hele gebied dat afwatert op een bepaalde rivier

(a)  

19.

De mate waarin een oppervlak zonne-energie weerkaatst, uitgedrukt in een percentage.

(a)  

20.

Gebied met een hogere luchtdruk aan het aardoppervlak dan in de omgeving. Heet ook maximum.

(a)  

21.

Zone met lage luchtdruk op en nabij de evenaar. Heet ook tropisch minimum of zone van equatoriale lage druk.

(a)