wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Bullish_Bearish

Total questions: 9

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Welke van de volgende factoren wordt NIET tot de productiefactoren gerekend?

a)

Natuur

b)

Ondernemer-schap

c)

Beleid

d)

Arbeid

2.

In welke sector is de MediaMarkt vooral actief?

a)

Primair

b)

Secundair

c)

Tertiair

d)

Quartair

3.

De hoeveelheid goederen en diensten die een werknemer binnen een bepaalde tijd (bijvoorbeeld een uur) kan produceren, heet

(a)  

4.

Wie heeft de hoogste productiviteit?

a)

Max: 6 stoelen in 5 uur.

b)

Ellen: 24 stoelen in 20 uur

c)

Mark: 14 stoelen in 13 uur

d)

Jessica: 18 stoelen in 12 uur

5.

Wie heeft de hoogste productiviteit?

a)

Max: 6 stoelen (verkoopwaarde: € 400 per stuk) in 5 uur.

b)

Ellen: 24 stoelen ( verkoopwaarde: € 410 per stuk) in 20 uur

c)

Mark: 14 stoelen (verkoopwaarde: € 450 per stuk) in 13 uur

d)

Jessica: 18 stoelen (verkoopwaarde: € 300 per stuk) in 12 uur

6.

Welke van de volgende situaties hoort NIET bij hoogconjunctuur?

a)

Werkloosheid

b)

Inflatie

c)

Groei van hoeveelheid spaargeld

d)

Koersstijging aandelen

7.

Op welke manieren kan een bedrijf de arbeidsproductiviteit vergroten?

2 lines
8.

Welke van de volgende situaties hoort bij laagconjunctuur?

a)

Veel investeringen

b)

Lagere staatsschuld

c)

Lagere belastinginkomsten

d)

Lage werkloosheid

9.

Welke stelling(en) is/zijn juist?
Stelling 1: Stefan verliest zijn baan omdat zijn bedrijf minder klanten heeft;

Stelling 2: Marja verliest haar werk omdat haar werk overgenomen wordt door AI;

a)

In beide gevallen is sprake van conjuncturele werkloosheid

b)

Stelling 1 is conjuncturele werkloosheid; 2 is structurele werkloosheid

c)

Stelling 1 is structurele werkloosheid; 2 is conjuncturele werkloosheid

d)

In beide gevallen is sprake van structurele werkloosheid