wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Formules en vergelijkingen

Total questions: 13

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Schrijf de volgende formule zo kort mogelijk: y = 4 x a + a x 6 -2

a)

y = 4a + 6a - 2

b)

y = 8a

c)

y = 8 - 2a

d)

y = 10a - 2

2.

Geef een formule voor de omtrek van deze figuur.

Gebruik voor de omtrek in cm de letter P.

Schrijf de formule zo kort mogelijk

(a)  

3.

Gegeven is de formule L = 4b + 60. Bereken L voor b = 20

a)

L = 35

b)

L = 70

c)

L = 100

d)

L = 140

4.

Rashid bezorgt pizza's. Hij krijgt per week een fietsvergoeding van €7,50 en per uur werken €3,50.

Welke formule hoort bij het berekenen van zijn weekloon?

a)

aantal uur werken x 11 = loon

b)

aantal uur werken x 7,50 + 3,50 = loon

c)

aantal uur werken x 3,50 + 7,50 = loon

d)

loon x 3,50 = aantal uur werken +7,50

5.
Schoorsteenveger ' Veilig en Schoon' gebruikt voor het berekenen van de kosten voor het vegen van de schoorsteen de formule: 40 x u + 25 = W.
Hoeveel euro rekent ' Veilig en Schoon'  per uur?
a)
65 euro
b)
25 euro
c)
40 euro
6.
Schoorsteenveger ' Veilig en Schoon' gebruikt voor het berekenen van de kosten voor het vegen van de schoorsteen de formule: 40 x u + 25 = W.
Hoeveel kost het als ze 4 uur komen vegen?
a)
185 euro
b)
260 euro
c)
160 euro
d)
140 euro
7.

Je moet de vergelijking 2230 = 3000  7a2230\ =\ 3000\ -\ 7a  oplossen.


Waar leg je het bordje op?

a)

2230

b)

3000

c)

3000 - 7a

d)

7a

8.

Los de vergelijking op

20 - x = 8

a)

8

b)

12

c)

-12

d)

-8

9.

Los de vergelijking op

-5x + 8 = 53

a)

6

b)

-6

c)

9

d)

-9

10.

Los de vergelijking op

9a + 90 - 6a = 15

a)

15

b)

-15

c)

-25

d)

25

11.

Jochem vult de vijver bij met een tuinslang.

De vijver vult zich volgens de formule:

aantal minuten × 4 + 60 = aantal liter.

In de vijver past 500 liter.
Welke vergelijking past hier bij?

a)

4a + 60 = 500

b)

500 x 4 + 60 = aantal liter

c)

4a + 60 = L

d)

64a = 500

12.

a) B = 200 + 40a

b) 160 = 40 a - 20

c) 20b - 60 = 20

d) 180 = 2a + 4b

Wat zijn de vergelijkingen?

a)

b en c

b)

b en d

c)

a en d

d)

a, b en d

13.

Wat zijn in onderstaande formule de gelijksoortige termen?

B = 3 + 20 b - 6 b + 40 - a

a)

3, 20, 6 en 40

b)

b en b

c)

3 en 40 én ook
20b en 6b

d)

20b en 6b en a