Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

herhaling H8

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Importeren is

a)

Het kopen van producten

b)

Het verkopen van producten

2.

Exporteren is

a)

het kopen van producten

b)

Het verkopen van producten

3.

Wanneer je geld uitgeeft dan

a)

Importeer je producten

b)

Dan exporteer je producten

4.

Wanneer je geld krijgt

a)

Ben je aan het exporteren

b)

Ben je aan het importeren

5.

Harald is spullen aan het kopen via TEMU. Dit is een voorbeeld van

a)

Exporteren

b)

importeren

c)

transport

d)

wederuitvoer

6.

De haven van Rotterdam is een grote opslagplaats om producten weer verder te vervoeren. Welk begrip past hier bij.

a)

Importeren

b)

Exporteren

c)

Transport

d)

Wederuitvoer

7.

Invoerwaarde: 9000 kilo tomaten. voor iedere kilo €2,50.

Uitvoerwaarde. 12000 kilo doperwten. voor iedere kilo €2

a)

De uitvoerwaarde is hoger dan de invoerwaarde. Er is een positieve betalingsbalans

b)

De uitvoerwaarde is hoger dan de invoerwaarde. Er is een negatief betalingsbalans

c)

De invoerwaarde is hoger dan de uitvoerwaarde. Er is een negatief betalingsbalans

8.

Noorwegen heeft een BBP van 560 miljard. Noorwegen exporteert jaarlijks 130 miljard euro. voornamelijk zalm. Bereken de exportquote

a)

23,0%

b)

23,1%

c)

23,2%

d)

23,3%

9.

Kenmerken van een open economie zijn:

a)

Lage export / lage import

b)

lage export/ hoge import

c)

hoge export / lage import

d)

hoge export / hoge import

10.

Kies het land waar een gesloten economie heerst

a)

Nederland

b)

Hongarije

c)

Thailand

d)

Noord-Korea