Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Formatief SO 4.5 en 4.6

Total questions: 24

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

De anticonceptiepil voor de vrouw is betrouwbaar/onbetrouwbaar?

a)

Betrouwbaar

b)

Onbetrouwbaar

2.

De voor het zingen de kerk uit is betrouwbaar/onbetrouwbaar?

a)

Betrouwbaar

b)

Onbetrouwbaar

3.

Een condoom is betrouwbaar/onbetrouwbaar?

a)

Betrouwbaar

b)

Onbetrouwbaar

4.

Periodieke onthouding is betrouwbaar/onbetrouwbaar?

a)

Betrouwbaar

b)

Onbetrouwbaar

5.

Welke methode beschermd niet tegen het overbrengen van ziekten?

a)

anticonceptiepil

b)

Voor het zingen de kerk uit

c)

Het condoom

d)

Periodieke onthouding

e)

Het spiraaltje

6.

Welke vorm van geboorteregeling wordt hieronder beschreven

In de vruchtbare periode rond de eisprong hebben man en vrouw geen gemeenschap. Zeer onbetrouwbaar.

a)

Onderbroken geslachtsgemeenschap

b)

Periodieke onthouding

c)

Coïtus interruptus

7.

Judith slikt de pil. Vindt er bij haar nog de ovulatie plaats? En menstruatie?

a)

Wel ovulatie; wel menstruatie

b)

Wel ovulatie; geen menstruatie

c)

Geen ovulatie; wel menstruatie

d)

Geen ovulatie; geen menstruatie

8.

Twee uitspraken over de pil:

Gerdien zegt als je per ongeluk 1 dag de pil bent vergeten, je dan nog steeds betrouwbaar bent beschermd tegen zwangerschap.

Hans zegt dat de pil hormonen bevat.

Wie heeft /hebben gelijk

a)

Alleen Gerdien

b)

Alleen Hans

c)

Beide gelijk

d)

Beide ongelijk

9.

Als een jongen niet klaarkomt tijdens de seks, kan een meisje toch zwanger worden

a)

waar

b)

niet waar

10.

Als je jezelf goed wast na de seks, krijg je geen soa

a)

waar

b)

niet waar

11.

Als je een soa hebt, merk je dat altijd

a)

waar

b)

niet waar

12.

De meeste soa's gaan vanzelf over

a)

waar

b)

niet waar

13.

Een condoom heeft een vervaldatum

a)

Juist

b)

Onjuist

14.

Welke geslachtscellen kunnen zelf bewegen?

a)

Zaadcellen

b)

Eicellen

15.

Welke geslachtscellen zijn het grootst?

a)

Zaadcellen

b)

Eicellen

16.

Waarvoor dient de opbouw van het baarmoederslijmvlies?

a)

Om bevruchting mogelijk te maken

b)

Om innesteling mogelijk te maken

c)

Om menstruatie mogelijk te maken

17.

Wanneer is een vrouw het meest vruchtbaar?

a)

Vlak na de menstruatie

b)

Vlak voor de menstruatie

c)

Vlak na de eisprong

d)

Vlak voor de eisprong

18.
 Met welke letter wordt de plek aangegeven waar een eicel wordt bevrucht?
a)
P
b)
Q
c)
S
d)
R
19.

Wat is bevruchting?

a)

de eicel en de zaadcellen treffen elkaar

b)

de kern van de eicel smelt samen met de kern van de zaadcel

c)

de eicel nestelt zich in het baarmoederslijmvlies

d)

de spermacel zwemt naar de eicel toe

20.

Er zijn verschillende fase bij de bevalling.

1 Uitdrijving.

2 Ontsluiting.

3 Nageboorte

Wat is de juiste volgorde tijdens een bevalling?

a)

1 - 2 - 3

b)

2- 3 - 1

c)

2- 1 - 3

d)

3 - 1 - 2

21.

Wanneer spreken we van een embryo

a)

Tijdens de hele zwangerschap

b)

Na drie maanden van de zwangerschap

c)

De eerste 10 weken van de zwangerschap

d)

Wanneer de baby geboren is

22.

Wat is de duur van de zwangerschap?

a)

35 weken

b)

39 weken

c)

40 weken

d)

28 weken

23.

Bij een eeneiige tweeling wordt de eicel ... keer bevrucht

(a)  

24.

Bij een twee-eiige tweeling worden er ... kinderen geboren

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4