Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

KLA5 Kansrekenen

Total questions: 12

Worksheet time: 2hrs 0mins

Name
Class
Date
1.

In België zijn er drie officiële talen. Als je willekeurig een Belg kiest, dan is de kans dat deze persoon Nederlands spreekt 13\frac{1}{3} .

a)

Waar

b)

Niet waar

2.

Je ondervraagt alle leerlingen van je school naar het aantal broers of zussen. De resultaten krijg je in bovenstaande tabel. Wat is de kans dat een leerling hoogstens twee broers of zussen heeft? Geef je antwoord als een onvereenvoudigbare breuk.

3.

Je zit bij de waarzegster en je moet 1 kaart uit een boek kaarten trekken. Wat is de kans dat je een rode dame trekt?

a)

139\frac{1}{39}

b)

113\frac{1}{13}

c)

152\frac{1}{52}

d)

126\frac{1}{26}

4.

Bij welk experiment zijn alle uitkomsten niet even waarschijnlijk?

a)

Met een muntstuk gooien.

b)

Een nummer kiezen van 1 tot 7.

c)

Willekeurige letter uit het woord SCHOOL kiezen.

d)

Geen van de vorige.

5.

Match the following

a)

Experiment: gooien met 1 dobbelsteen.
Gebeurtenis:
gooien van 2

1.

elementaire gebeurtenis

b)

Experiment: gooien met 2 dobbelstenen.

Gebeurtenis:
som van de ogen is 13

2.

onmogelijke gebeurtenis

c)

Experiment: gooien met 2 dobbelstenen.
Gebeurtenis:
som van de ogen is strikt kleiner dan 13

3.

zekere gebeurtenis

6.

Wat is de kans dat je een schoppenaas trekt uit een standaard kaartspel?

a)

113\frac{1}{13}

b)

152\frac{1}{52}

c)

126\frac{1}{26}

d)

139\frac{1}{39}

7.

Als je een dobbelsteen gooit, wat is de kans dat je een oneven getal gooit?

a)

12\frac{1}{2}

b)

13\frac{1}{3}

c)

16\frac{1}{6}

d)

14\frac{1}{4}

8.

In een klas van 25 leerlingen zijn er 11 leerlingen die een hond hebben, 8 leerlingen hebben een kat en 3 leerlingen hebben zowel een hond als een kat als huisdier. Als ik willekeurig een leerling uit de klas kies, wat is de kans dat de leerling een hond of een kat heeft? Geef je antwoord als een onvereenvoudigbare breuk.

9.

Wat is de kans om bij het trekken van een kaart uit een spel van 52 kaarten een harten of een prentje te trekken. Geef je antwoord als een onvereenvoudigbare breuk.

10.

In een bak zitten 3 rode, 4 gele, 6 zwarte en 7 blauwe knikkers. We trekken tegelijkertijd drie knikkers. Bereken de kans dat het 2 blauwe en 1 rode knikker is. Geef je antwoord als een onvereenvoudigbare breuk.

11.

Uit een spel van 52 kaarten trekken we tegelijkertijd twee kaarten. Bereken de kans dat er geen tien bij is. Geef je antwoord als een onvereenvoudigbare breuk.

12.

Uit een spel van 52 kaarten trekken we tegelijkertijd twee kaarten. Bereken de kans dat er ten hoogste één schoppen bij is. Geef je antwoord als een onvereenvoudigbare breuk.