wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

drogredenen

Total questions: 18

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een drogreden?

a)

Onjuiste oorzaak-gevolgrelatie

b)

Een argumentatie die op het eerste gezicht goed lijkt maar er zit een bedoeling achter.

c)

Een schijnreden

d)

Je zet iemand op het verkeerde been doordat je met onwaarheden komt.

2.

Wat is een cirkelredenering?

a)

Een argumentatie die op het eerste gezicht goed lijkt maar er zit een bedoeling achter.

b)

Een drogreden waarbij de tegenstander een verkeerde voorstelling van zaken krijgt.

c)

Een schijnreden die de aandacht afleidt van de kern van de discussie.

d)

Een redenering waarbij het uitgangspunt gelijk is aan de conclusie.

3.

Wat is een drogreden?

a)

Het bewerken van de discussiepartner.

b)

Het schenden van een discussieregel.

c)

Een (denk)fout in de argumentatie.

d)

Dan bespeel je het publiek.

4.

Wat is een argumentum ad hominem?

a)

een bewuste toepassing van een drogreden

b)

een cirkelredenering

c)

een persoonlijke aanval

d)

een overtuigend argument zonder basis.

5.

Wat is een vals dilemma?

a)

Een argumentatie die op het eerste gezicht goed lijkt maar er zit een bedoeling achter.

b)

Een drogreden waarbij de tegenstander een verkeerde voorstelling van zaken krijgt.

c)

Een schijnreden die de aandacht afleidt van de kern van de discussie.

d)

Een drogreden waarbij slechts twee opties worden voorgelegd terwijl er meer mogelijkheden zijn.

6.

Jij weet helemaal niets van dyslexie, je hebt het zelf niet eens!

a)

verkeerde vergelijking

b)

vals dilemma

c)

bespelen van publiek

d)

persoonlijke aanval

7.

'Iedereen begrijpt dat deze man achter slot en grendel moet.'

a)

cirkelredenering

b)

bespelen van het publiek

c)

verkeerde vergelijking

d)

vertekenen van standpunt

8.

Kikkers maken het water schoon. Sinds ze hier zitten is het water van de vijver glashelder.

a)

onjuist beroep op autoriteit

b)

een vals dilemma

c)

verkeerde vergelijking

d)

onjuiste oorzaak-gevolgrelatie

9.

Altijd als mijn tante haar ramen gaat wassen, gaat het luchtalarm af.

a)

onjuist beroep op autoriteit

b)

een vals dilemma

c)

verkeerde vergelijking

d)

onjuiste oorzaak-gevolgrelatie

10.

Het is duidelijk: je bent tegen de nieuwe veiligheidsregels op Schiphol dus ben je voor terrorisme.

a)

onjuist beroep op autoriteit

b)

een vals dilemma

c)

verkeerde vergelijking

d)

onjuiste oorzaak-gevolgrelatie

11.

Je dochter mag alleen naar het centrum fietsen, dan hoef je toch ook niet moeilijk te doen dat ze alleen naar Spanje wil?

a)

overhaaste generalisatie

b)

verkeerde vergelijking

c)

vertekenen van standpunt

d)

onjuiste oorzaak-gevolgrelatie

12.

A: "Mijn buurkinderen zijn vaak behoorlijk luidruchtig."
B: "Sjonge, jij bent wat je noemt een kinderhater."

a)

overhaaste generalisatie

b)

verkeerde vergelijking

c)

vertekenen van standpunt

d)

onjuiste oorzaak-gevolgrelatie

13.

Vanaf dat append fietsen werd verboden, is het aantal dodelijke fietsongevallen drastisch afgenomen.

a)

onjuiste oorzaak-gevolgrelatie

b)

verkeerde vergelijking

c)

overhaaste generalisatie

d)

cirkelredenering

14.

Geschiedenislessen zijn totaal onbelangrijk: oude kleding gooi je ook weg.

a)

persoonlijke aanval

b)

verkeerde vergelijking

c)

overhaaste generalisatie

d)

cirkelredenering

15.

Iedereen moet zijn mening kunnen zeggen wat ik vind dat vrijheid van meningsuiting erg belangrijk is.

a)

persoonlijke aanval

b)

ontduiken van bewijslast

c)

overhaaste generalisatie

d)

cirkelredenering

16.

Wat weet jij nou van gezond eten? Heb je de laatste tijd nog op de weegschaal gestaan?

a)

persoonlijke aanval

b)

ontduiken van bewijslast

c)

overhaaste generalisatie

d)

vertekenen van het standpunt

17.

Mijn opa rookte vanaf zijn twaalfde en vierde laatst zijn honderdste verjaardag, dus zeur niet over roken.

a)

bespelen van het publiek

b)

ontduiken van bewijslast

c)

overhaaste generalisatie

d)

vertekenen van het standpunt

18.

Man: "Vrouwen zijn soms snel geïrriteerd."
Vrouw: "Dus ik heb een kort lontje?"

a)

bespelen van het publiek

b)

ontduiken van bewijslast

c)

vals dilemma

d)

vertekenen van het standpunt