wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Winkelquiz

Total questions: 21

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Welke winkelvorm legt zich toe op een bepaald assortiment zoals kaas of pralines?

a)

Supermarkt

b)

Outletstore

c)

Speciaalzaak

d)

Hypermarkt

2.

Welke functie is verantwoordelijk voor het geven van informatie aan klanten?

a)

Verkoper

b)

Assistent-filiaalleider

c)

Aanvuller

d)

Kassier

3.

Waarvoor staat de afkorting "m-commerce"?

a)

Mobile commerce

b)

Multimedia commerce

c)

Market commerce

d)

Modern commerce

4.

Wat is een kenmerk van een discounter (bijvoorbeeld Aldi)?

a)

Hoogwaardige service

b)

Breed assortiment

c)

Lage prijzen

d)

Luxueuze inrichting

5.

Bij welke branche hoort de winkel "Fnac"?

a)

Speelgoed

b)

Mode / Fashion

c)

Boeken, papierwaren + elektronica

d)

Interieur

6.

Welke functie is verantwoordelijk voor het leidinggeven aan het personeel in een winkel?

a)

Aanvuller

b)

Kassier

c)

Filiaalleider

d)

Verkoper

7.

Welke van de volgende winkelvormen is een tijdelijke winkel?

a)

Supermarkt

b)

Speciaalzaak

c)

Pop-upwinkel

d)

Outletstore

8.

Welke trend wordt gevolgd door de Wasbar?

a)

Pop-upwinkels

b)

Omnichannel

c)

Combiwinkels

d)

Outletstores

9.

Welke winkel behoort tot de branche "Interieur en decoratie"?

a)

Vanden Borre

b)

Bristol

c)

Hunkemöller

d)

Ikea

10.

Wat is een belangrijke eigenschap van een retailmedewerker?

a)

Technische vaardigheden

b)

Leiderschapskwaliteiten

c)

Klantvriendelijkheid

d)

Administratieve bekwaamheid

11.

Over welke winkelvorm spreken we hier?

a)

Supermarkt

b)

Pop-up

c)

Ambulante handel

d)

Postorderbedrijf

12.

Over welke winkelvorm spreken we hier?

a)

Supermarkt

b)

Speciaalzaak

c)

Ambulante handel

d)

Buurtwinkel

13.

Over welke winkelvorm spreken we hier?

a)

Postorder bedrijf

b)

M-commerce

c)

Pop-up

d)

E-commerce

14.

Over welke winkelvorm spreken we hier?

a)

Buurtwinkel

b)

Warenhuis

c)

Hypermarkt

d)

Supermarkt

15.

Over welke winkelvorm spreken we hier?

a)

Buurtwinkel

b)

Drogisterij

c)

Warenhuis

d)

Speciaalzaak

16.

Welke retailer is dit?

2 lines
17.

Wat is een voorbeeld van ambulante handel?

a)

De wekelijkse markt

b)

Speciaalzaak

c)

Homeparty

d)

Leurhandel

18.

Synoniem voor homeparty is...

a)

Demonstratie

b)

Leurhandel

c)

Rijdende winkel

19.

Wat is een voordeel aan ambulante handel?

a)

Geen verplaatsingskosten

b)

Gebonden openingsuren

c)

Tijdelijke speciale voorwaarden

d)

Hoge parkeerkosten

20.

Wat is geen speciaalzaak?

a)

Zara

b)

Colruyt

c)

Decathlon

d)

Torfs

21.

Je start een Pop-up store om te kijken of de zaak aansluit bij de wensen van de consument

a)

Juist

b)

Fout