Free Printable Worksheets
Font size
More settings
jouer = spelen
vrai (waar)
faux (niet waar)
Welke woorden horen bij elkaar?
jouer
spelen
gagner
winnen
espérer
hopen
Welk woord hoort bij welke afbeelding?
la girafe
la baguette
la guitare
le monde
le jardin
le chef = (a)
le champignon =
de kampioen
de paddenstoel
la chanson = (a)
l'équipe = (a)
parce que
omdat
perdu
verloren
bonjour
goedendag
le garçon = (a)
l'Angleterre = (a)
View all
14 questions
Nederlands thema 1 - familie & vrienden
Worksheet
•
KG - 3rd Grade
11 questions
Over kleuren
1st - 2nd Grade
10 questions
Meervouden met -en
1st Grade
Les conjonctions
1st - 10th Grade
12 questions
vraagwoorden
Suske en Wiske 41
Suske en Wiske 32
Verbes et prépositions