wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Dementie

Total questions: 15

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Wat betekent dementie?

a)

Dat je alles vergeet

b)

Is een verzamelnaam voor dingen die je vergeet

c)

is een verzamelnaam voor problemen in het geheugen

d)

mensen die altijd alles vergeten

2.

Wat is geen symptoom van dementie?

a)

Dingen niet herkennen

b)

Niet kunnen plannen

c)

Verminderde concentratie

d)

Stoppen met roken

3.

Wat kan een oorzaak zijn van dementie?

a)

Schade in de hersenen

b)

Schade in de lever

c)

Schade aan het hart

d)

Pijn in de hersenen

4.

Dementie is geneesbaar?

a)

Ja

b)

Nee

5.

Welke vormen van dementie zijn er?

a)

Ziekte ven Alzheimer, Lewy body, vasculaire dementie en dementie

b)

Ziekte van Parkinson en alleen vasculaire dementie.

c)

Ziekte van Alzheimer , vasculaire dementie, frontotermonale dementie, Lewy body dementie

d)

Ziekte van Parkinson, ziekte van dementie en frontotermonale dementie

6.

Wat is de meest voorkomende vorm van dementie?

a)

Alzheimer

b)

Vasculaire dementie

c)

Lewy Body dementie

d)

Frontotemporale dementie

7.

Welke hersenfunctie gaat bij dementie als eerst achteruit?

a)

Het korte termijngeheugen

b)

Het lange termijn geheugen

8.

Welke stelling klopt

a)

Iemand met dementie gaat terug naar de kindertijd

b)

Iemand met dementie kan zich niks van het verleden herinneren

9.

Frontotemporale dementie ( FTD) begint meestal met geheugenstoornissen.

a)

waar

b)

niet waar

10.

Iemand met dementie kan helaas niks meer aanleren.

a)

waar

b)

niet waar

11.

Iemand met dementie mag geen auto meer rijden.

a)

waar

b)

niet waar

12.

Het verloop van dementie is( 2 antwoorden goed):

a)

Geleidelijk

b)

Plotseling

c)

Iedereen met diagnose overlijd binnen 10 jaar

d)

Er zijn vaak geen symptomen zichtbaar

13.

Wat zijn de drie meest belangrijke elementen in de beroepshouding van een verpleegkundige bij het omgaan met zorgvragers met dementie?

a)

Aandacht

b)

Geduld

c)

Resultaatgerichtheid

d)

Inlevingsvermogen

14.

Welke twee problemen kunnen jonge zorgvragers met dementie hebben als gevolg van geheugenproblemen en cognitieve stoornissen?

a)

Acceptatie problemen

b)

Problemen op werk

c)

Incontinentie problemen

d)

Verzekeringsproblemen

15.

Wat valt NIET onder cognitieve functies?

a)

Concentratie

b)

Stemming

c)

Probleem oplossen

d)

Geheugen