wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema Amsterdam (Gouden Eeuw)

Total questions: 40

Worksheet time: 32mins

Name
Class
Date
1.

Wat is GEEN voordeel van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden?

a)

De wisselbank die in Amsterdam ontstond.

b)

De val van Antwerpen in 1585.

c)

De ligging van de Republiek

d)

De tachtigjarige oorlog met Spanje.

2.

Welke omschrijving hoort NIET bij de voordelen van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden?

a)

De Republiek genoot van een open zee in het Oosten.

b)

De Republiek genoot van rivieren die tot ver in Europa stromen.

c)

Antwerpen wordt uitgeschakeld waardoor men nu naar Amsterdam gaat.

d)

Door het tolerantie karakter van de republiek, kwamen veel buitenlanders met kapitaal en kennis naar de Republiek.

3.

Welk recht heeft de VOC niet?

a)

VOC mag uit naam van Nederland verdragen sluiten

b)

VOC mag uit naam van Nederland oorlogen voeren

c)

VOC mag uit naam van Nederland als enige handelen met Indië

d)

VOC mag uit naam van Nederland een nieuwe regering opzetten.

4.

Wat is het grootste verschil tussen de VOC en WIC?

a)

De WIC had een monopolie op de handel in Azië

b)

De VOC handelt in slaven en de WIC in specerijen.

c)

De WIC had een monopolie op de handel tussen Zuid-Afrika en Zuid-Amerika.

d)

De VOC handelde in goud, zilver, wapens.

5.

Welke omschrijving past het beste bij nijverheid?

a)

Specialiseren in veeteelt.

b)

Graan oogsten van het land.

c)

Een grondstof bewerken tot een eindproduct.

6.

Wat is GEEN bekende schilder uit de Gouden Eeuw?

a)

Rembrandt van Rijn

b)

Christiaan Huygens

c)

Johannes Vermeer

d)

Frans Hals

e)

Jan Steen

7.

Wat is GEEN voorbeeld van tolerantie?

a)

Joden mogen in 1639 een synagoge bouwen in Amsterdam.

b)

De republiek verdient veel geld door de stapelmarkt.

c)

Katholieken mogen wonen in de Republiek maar moeten meer belasting betalen.

d)

Er mogen pamfletten bedrukt worden zonder dat deze gecontroleerd hoeven te worden.

8.

Wanneer vond de 80-jarige oorlog plaats?

a)

1566-1646

b)

1588-1648

c)

1568-1648

d)

1566-1626

9.

Wat gebeurde er in 1648?

a)

De Vrede van Münster werd gesloten waarin werd bepaald dat de meest zuidelijke gewesten bij Spanje bleven horen.

b)

De Vrede van Münster werd gesloten waarin werd bepaald dat Spanje de Republiek erkende.

c)

De Vrede van Münster werd gesloten waarin werd bepaald dat de meest noordelijke gewesten voortaan verder zouden gaan als de Republiek.

d)

De Vrede van Münster werd gesloten waarin werd bepaald dat de noordelijke gewesten, wanneer zij belasting betaalden aan Spanje, zelf hun bestuurders mochten kiezen.

10.

Welke omschrijving past het beste bij het tijdvaksymbool?

a)

Kroon: de Republiek werd het eerste land zonder vorst.

Grachtenpanden: Amsterdam kwam tot bloei. Er werden herenhuizen gebouwd van het geld wat kooplieden verdient hadden tijdens de Gouden Eeuw.

b)

Kroon: het is de tijd van het absolutisme.

Grachtenpanden: in de Gouden Eeuw werd met het belastingsgeld herenhuizen gebouwd om het aanzien van Amsterdam te verhogen.

c)

Kroon: de Republiek werd het eerste land zonder vorst.

Grachtenpanden: in de Gouden Eeuw werd met het belastingsgeld herenhuizen gebouwd om het aanzien van Amsterdam te verhogen.

d)

Kroon: het is de tijd van het absolutisme.

Grachtenpanden: Amsterdam kwam tot bloei. Er werden herenhuizen gebouwd van het geld wat kooplieden verdient hadden tijdens de Gouden Eeuw.

11.
In Amsterdam worden allerlei goederen opgeslagen in pakhuizen. Vanuit daar worden ze verder verhandeld. Amsterdam is een...
a)
wereldstad
b)
beurs
c)
multinational
d)
stapelmarkt
12.
Een voorbeeld van een specerij is
a)
hout
b)
wol
c)
slaven
d)
kruidnagel
13.
Wie schilderde de Nachtwacht?
a)
Rembrandt van Rijn
b)
Jan Steen
c)
Rubens
d)
Frans Hals
14.
De VOC en WIC waren beide succesvolle ondernemingen.
a)
Ja, maar de VOC was succesvoller dan de WIC
b)
Ja, maar de WIC was succesvoller dan de VOC
c)
Nee, alleen de WIC was succesvol
d)
Nee, alleen de VOC was succesvol
15.
De Gouden Eeuw was de....
a)
15e eeuw
b)
16e eeuw
c)
17e eeuw
d)
18e eeuw
16.
Rijke mensen gaven hun geld uit aan?
a)
Grote huizen, dure meubels, schilderijen en zilver.
b)
Lekker eten, arme mensen, schilderijen.
c)
Auto's, sieraden, kleding en porselein.
d)
Boeken, dure meubels, specerijen en sieraden. 
17.

Welke bewering over de armenzorg is NIET juist?

a)

Armen die zelf schuld hadden konden rekenen op hulp van de stad.

b)

Armen leefden buiten de stadsmuren.

c)

Armen die schuld hadden kwamen terecht in tucht- of pesthuizen.

d)

Er gold geen gastvrijheid voor heidenen en handlezers.

18.

Welke bewering over kunst tijdens de Gouden Eeuw is NIET waar?

a)

Veelal gebruikte thema's waren stillevens, zeegezichten of alledaagse taferelen.

b)

Zelfs de middenklasse liet zich portretteren.

c)

Het maken van een portret kon soms wel maanden duren en kostte daardoor veel geld.

19.

Wat was het voornaamste doel van de WIC?

a)

Handel drijven met de Nieuw Wereld.

b)

Zoveel mogelijk slaven verschepen naar Amerika.

c)

De Spanjaarden en Portugezen dwarsbomen.

d)

De Driehoekshandel opzetten.

20.

Welke omschrijving past het beste bij de Moedernegotie?

a)

De handel met de Oostzee gebieden om hier graan en hout weg te halen. Deze handel zorgde ervoor dat de Nederlanders zich konden specialiseren en (bijna) alleen aan veeteelt deden.

b)

De handel met Zweden waar voornamelijk graan werd gekocht door de Nederlandse Hanze steden.

c)

De handel met Zweden waar vooral graan, gedroogd vlees en tin vandaan werd gehaald om vervolgens te verhandelen in de Republiek.

21.

Regenten zijn:

a)

Rijke kooplieden met een politieke functie die belangrijke handelsverdragen mogen sluiten.

b)

Mensen van adel die mee mogen praten over het bestuur van de Republiek.

c)

Bestuurders van de republiek. Zij behoren tot de bovenlaag van de bevolking en hebben politieke inspraak.

22.

Welk begrip hoort bij deze afbeelding?

Onderschrift: de Joodse synagoge in Amsterdam (1639).

a)

Handelskapitalisme

b)

Monopolie

c)

Tolerantie

d)

Stapelmarkt

23.

Waarom is deze afbeelding NIET representatief?


Onderschrift: Het dubbele herenhuis, wat tegenwoordig Museum Willet-Holthuysen heet, werd in 1687 aan de Herengracht 604 in Amsterdam gebouwd.

a)

Slechts een klein gedeelte van de Nederlandse bevolking genoot van de rijkdom van de Gouden Eeuw.

b)

Het huis is opgeknapt en is daardoor niet representatief voor de Gouden Eeuw.

c)

Ook in Duitsland en België werden herenhuizen gebouwd. De herenhuizen zijn daardoor niet representatief voor alleen Nederland.

24.

Wat is GEEN kenmerk van een vestingstad?

a)

Het verdikken van de stenen muren om de stad heen.

b)

Het maken van bastions.

c)

Het verhogen van de stenen muur om de stad heen.

d)

Het graven van een gracht om de stad heen.

25.
In de Gouden Eeuw werden ook veel nieuwe dingen ontdekt. Nederlandse wetenschappers waren vooral goed in het slijpen van lenzen. Wie bouwde de eerste telescoop?
a)
Anthonie van Leeuwenhoek
b)
Christiaan Huygens
c)
Spinoza
d)
Jan Steen
26.

Welke twee groepen mensen vluchtten vooral in de 17e eeuw naar de Republiek en waarom?

a)

Protestantse en Joodse vluchtelingen uit het zuiden van Europa (reden:godsdienst) en Antwerpse handelaren (reden:oorlog en handel)

b)

Katholieke vluchtelingen uit het zuiden van Europa (reden:geloof) en Antwerpse handelaren (reden:oorlog en handel)

c)

Protestantse en Joodse vluchtelingen uit het Zuiden (reden:geloof) en Franse handelaren (reden:oorlog en handel)

d)

Seizoensarbeiders uit het Heilige Roomse Rijk (nu Duitsland) en Engelse handelaren (reden:Acte van Navigatie)

27.

Waarom was de Republiek in de 17e eeuw een goede plaats voor wetenschappers?

a)

De Republiek was tolerant. Sommige onderzoekers voelden zich zo vrij dat ze zeiden dat je niet alle wijsheid en kennis in de Bijbel kon vinden en gingen ontdekken waar dan wel.

b)

De Republiek had godsdienstvrijheid. Hierdoor mochten wetenschappers onderzoeken wat ze wilden.

c)

De protestantse kerk had veel geld en betaalde daarmee veel wetenschappers om belangrijke ontdekkingen te doen

28.

Tijdens de Gouden Eeuw had "het grauw" het helemaal niet zo goed: zij waren te arm voor alle mooie spullen, grachtenpanden, tulpen en specerijen. Waarom kun je ondanks de armoede ook in hun geval spreken over een Gouden Eeuw?

a)

In vergelijking met armen in andere landen hadden zij het nog goed: er was vrijwel nooit honger.

b)

Ze werkten voor grote bedrijven als de VOC en de WIC en waren zo een onderdeel van de Gouden Eeuw

c)

Er waren tuchthuizen, rasphuizen, weeshuizen en andere onderkomens waar goed voor de armen gezorgd werd.

29.

Waar of niet waar:

Veel regenten hadden een buitenhuis waar zijn de zomenmaanden woonden

a)

Waar

b)

Niet waar

30.

In welk werelddeel verdiende Nederland in de 17e eeuw het meest geld?

a)

Azië

b)

(Oost)-Europa

31.

Welke stad was het economisch centrum van de Nederlanden voordat Amsterdam dit werd?

a)

Den Haag

b)

Brussel

c)

Antwerpen

d)

Leiden

32.
"Hout, zout en graan werden in Amsterdam bewerkt en dan doorverkocht."
a)
Juist
b)
Onjuist
33.
Handelskapitalisme is een vorm van economie waar je zoveel mogelijk winst wil maken met het bewerken van producten.
a)
Juist
b)
Onjuist
34.
De VOC werd opgericht
a)
in 1590 bij de ontdekking van Amerika
b)
om de concurrentie tussen Nederlandse handelaren te verminderen
c)
door de gouverneur-generaal
d)
als opvolger van de WIC
35.
Waar hoort deze afbeelding bij?
a)
VOC
b)
WIC
36.
Economisch systeem waarbij koopmannen zich met handel en nijverheid bezighielden en (een deel van) de winst weer in de onderneming investeren.
a)
Wereldeconomie
b)
Handelskapitalisme
c)
Stapelmarkt
d)
VOC
37.
Waar staat ingenieur Jan Adriaanszoon Leeghwater om bekend?
a)
Om zijn schilderijen
b)
Om de grote winsten die hij behaalde met de VOC
c)
Om zijn droogleggingen in Holland
d)
Om zijn goede bestuur
38.

Wat is de hoofdstad van Noord-Holland?

a)

Rotterdam

b)

Amsterdam

c)

Haarlem

d)

Hoorn

39.

Wat is de hoofdstad van Nederland?

a)

Amsterdam

b)

Rotterdam

c)

Utrecht

d)

Groningen

40.

Welk land hoort bij de kleur paars?

a)

Estland

b)

Letland

c)

Litouwen

d)

Noorwegen