Font size
WorksheetsHerhaling les 28, 28 + deel 5
Total questions: 106
Worksheet time: 51mins
De date van klimaatspijbelaar Amy
inheems woord
bastaardwoord
vreemd woord
neologisme
De date van de klimaatspijbelaar Amy
inheems woord
bastaardwoord
vreemd woord
neologisme
Nadat Amy deze ochtend wakker werd op zolder, waar zij
slaapt, trok zij een hoody aan.
inheems woord
bastaardwoord
vreemd woord
neologisme
Nadat Amy deze ochtend wakker werd op zolder, waar zij
slaapt, trok zij een hoody aan.
inheems woord
bastaardwoord
vreemd woord
neologisme
Ze had er ontzettend zin in vandaag, want voor het eerst ging ze op date. Een half uur na het ontbijt, liep Amy over het trottoir richting de bioscoop, waar ze Piet zou ontmoeten.
inheems woord
bastaardwoord
vreemd woord
neologisme
Ze had er ontzettend zin in vandaag, want voor het eerst ging ze op date. Een half uur na het ontbijt, liep Amy over het trottoir richting de bioscoop, waar ze Piet zou ontmoeten.
inheems woord
bastaardwoord
vreemd woord
neologisme
Ze had er ontzettend zin in vandaag, want voor het eerst ging ze op date. Een half uur na het ontbijt, liep Amy over het trottoir richting de bioscoop, waar ze Piet zou ontmoeten.
inheems woord
bastaardwoord
vreemd woord
neologisme
Ze had er ontzettend zin in vandaag, want voor het eerst ging ze op date. Een half uur na het ontbijt, liep Amy over het trottoir richting de bioscoop, waar ze Piet zou ontmoeten.
inheems woord
bastaardwoord
vreemd woord
neologisme
Ze zouden samen een spannende film gaan kijken.
inheems woord
bastaardwoord
vreemd woord
neologisme
Maar eerst wou ze nog langs een winkel om een leuk cadeau voor Piet uit te zoeken.
inheems woord
bastaardwoord
vreemd woord
neologisme
Ze wilde tonen dat ze niet skeer was en vond snel een leuk spel.
inheems woord
bastaardwoord
vreemd woord
neologisme
Ze wilde tonen dat ze niet skeer was en vond snel een leuk spel.
inheems woord
bastaardwoord
vreemd woord
neologisme
Toen Amy aankwam bij de bioscoop zag ze Piet daar naast zijn scooter staan en rookte een sjoemelsigaret.
inheems woord
bastaardwoord
vreemd woord
neologisme
Toen Amy aankwam bij de bioscoop zag ze Piet daar naast zijn scooter staan en rookte een sjoemelsigaret.
inheems woord
bastaardwoord
vreemd woord
neologisme
Samen liepen ze naar binnen en Piet hield de deur als een echte gentleman voor haar open. Nu kon de date beginnen!
inheems woord
bastaardwoord
vreemd woord
neologisme
Welk moeilijke woord gebruiken we voor 'een nieuw woord in een taal'.
inheems woord
vreemd woord
bastaardwoord
neologisme
Wat zijn 'leenwoorden'?
woorden van Nederlands oorsprong
woorden die we uit een andere taal hebben overgenomen
nieuwe woorden
Wat zijn 'inheemse woorden'?
woorden van Nederlands oorsprong
woorden die we uit een andere taal hebben overgenomen
nieuwe woorden
We hebben twee soorten leenwoorden. Welke?
vreemde woorden en niet-vreemde woorden
bastaardwoorden en inheemse woorden
vreemde woorden en bastaardwoorden
Geef één van de vertelperspectieven.
(a)
Wat is geen kenmerk van de belevende ik?
Je leest de gedachten van één personage
Je weet niet meer dan het ik-personage
In het verhaal komt maar één personage voor
Een personeel perspectief volgt een hij- of zij-personage uit het boek.
ja
nee
Het auctorieel en alwetend perspectief zijn twee verschillende vormen
ja
nee
Bij welk(e) perspectieven komt de verteller als personage voor in het verhaal?
belevende ik
personeel perspectief
alwetend/auctoriaal perspectief
vertellende ik
Aan welk woord kan je een ik-perspectief herkennen?
(a)
Wat is er speciaal aan het auctorieel/alwetend perspectief?
Je weet meer dan de personages
De personages kennen de verteller
Je kan in de toekomst kijken
De verteller is geen personage in het verhaal
Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?
De coach besprak de tactiek met de kinderen.
de coach
de tactiek
de kinderen
besprak
Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?
De coach besprak de tactiek met de kinderen.
de coach
de tactiek
de kinderen
besprak
Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?
Plotseling hoorden we een hoge pieptoon.
plotseling
hoorden
pieptoon
een hoge pieptoon
Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?
Zij liet het estafettestokje bijna vallen.
Zij
estafettestokje
het estafettestokje
vallen
Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?
Kun je het lijdend voorwerp vinden in deze zin?
het lijdend voorwerp
in deze zin
kun je vinden
vinden
Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?
Jens kreeg veel cadeautjes voor zijn verjaardag.
Jens
voor zijn verjaardag
cadeautjes
veel cadeautjes
Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?
Mijn oma vindt het schilderij van Jeroen Bosch heel mooi.
het schilderij
mijn oma
het schilderij van Jeroen Bosch
heel mooi
Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?
Hij liet op zijn mobieltje een gekke foto zien.
op zijn mobieltje
een gekke foto
hij
liet zien
Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?
De politie nam de insluiper mee naar het bureau.
De politie
de insluiper
het bureau
naar het bureau
Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?
De boze juf gooide een stift door de klas.
De boze juf
gooide
een stift
door de klas.
Zoek het meewerkend voorwerp:
Marion heeft de straatmuzikant haar laatste wisselgeld gegeven.
Marion
de straatmuzikant
haar wisselgeld
haar laatste wisselgeld
Zoek het meewerkend voorwerp:
Leerlingen van het vierde jaar geven geld aan Warchild.
het vierde jaar
leerlingen
aan Warchild
geld
Zoek het meewerkend voorwerp:
Ze vragen daarom leerlingen om flessen te sparen.
leerlingen
ze
flessen
vragen
Wat is het meewerkend voorwerp?
Mario verklapte mij een geheim.
Mario
een geheim
verklapte
mij
Wat is het meewerkend voorwerp?
De trainer gaf de spelers extra oefeningen.
De trainer
de spelers
extra oefeningen
Wat is het meewerkend voorwerp?
Je mag de rekening aan papa geven.
Je
de rekening
aan papa
Een bijwoordelijke bepaling is een zinsdeel dat je kan weglaten.
Ja
Nee
Wat is in de volgende zin de bijwoordelijke bepaling?
In het huis aan de overkant woont een journalist van De Telegraaf.
In het huis aan de overkant
woont
een journalist
van De Telegraaf
Wat is in de volgende zin de bijwoordelijke bepaling?
De Franse nationale feestdag valt op 14 juli.
De Franse nationale feestdag
14 juli
op 14 juli
valt
Wat is in de volgende zin de bijwoordelijke bepaling?
Het hardrockcafé werd vanwege geluidsoverlast gesloten.
Het hardrockcafé
vanwege
vanwege geluidsoverlast
gesloten
We hebben 4 soorten ruimtes in de literatuur.
juist
fout
Geef één van de 4 ruimtes uit de literatuur.
(a)
Herschrijf het woord dat een hoofdletter moet krijgen.
In reims kun je de heerlijkste champagne proeven.
(a)
Herschrijf het woord dat een hoofdletter moet krijgen.
In november zetten we al een kerstboom in het salon klaar om kerstmis te vieren.
(a)
Herschrijf het woord dat een hoofdletter moet krijgen.
Ik kan het west-vlaamse dialect moeilijk verstaan.
(a)
Herschrijf het woord dat een hoofdletter moet krijgen.
In de paasvakantie zal mijn vader een nieuwe peugeot kopen.
(a)
Herschrijf het woord dat een hoofdletter moet krijgen.
Anne Frank schreef haar beroemde dagboek tijdens de tweede wereldoorlog.
(a)
Herschrijf het woord dat een hoofdletter moet krijgen.
Je kunt aan het Franse accent van mijn moeder horen dat nederlands haar tweede taal is.
(a)
Herschrijf het woord dat een hoofdletter moet krijgen.
Ik mijn sportschoenen van adidas vergeten in de sporthal.
(a)
Herschrijf het woord dat een hoofdletter moet krijgen.
Een belangrijke middeleeuwse held heette roeland.
(a)
Herschrijf het woord dat een hoofdletter moet krijgen.
Het nieuwsblad berichtte zopas dat er een auto in de Schelde is gereden.
(a)
Benoem het bijwoord.
De jongen rende hard.
jongen
rende
hard
de
Benoem het bijwoord.
De auto rammelt erg.
auto
rammelt
erg
de
Benoem het bijwoord.
Dat is een bijzonder mooie fiets.
bijzonder
mooie
fiets
Dat
Benoem het bijwoord.
Ik vind dat een heel rare uitleg.
vind
heel
rare
uitleg
Benoem het bijwoord.
Hij koopt snel een nieuwe pen.
koopt
snel
nieuwe
pen
Benoem het bijwoord.
Hij typt de zinnen verkeerd.
typt
zinnen
verkeerd
Hij
Benoem het bijwoord.
Zij bouwde een ontzettend groot gebouw.
bouwde
ontzettend
groot
gebouw
Benoem het bijwoord.
Dat was een enorm slechte grap.
enorm
slechte
grap
was
Benoem het bijwoord.
Het eten smaakt vies.
eten
smaakt
vies
het
Benoem het bijwoord.
We zagen het verschrikkelijk mooie vuurwerk.
zagen
verschrikkelijk
mooie
vuurwerk
Benoem het bijwoord.
Dit is een zeer moeilijke som.
Dit
is
moeilijke
zeer
som
Wat is de functie van het onderstreepte woord:
'Het gouden horloge van Stephan is gestolen.'
bijvoeglijk naamwoord
bijwoord
zelfstandig naamwoord
werkwoord
Wat is de functie van het onderstreepte woord?
Kato heeft het versleten, blauwe jasje eindelijk weggegooid.
zelfstandig naamwoord
bijwoord
bijvoeglijk naamwoord
vragend voornaamwoord
Benoem het bijvoeglijk naamwoord.
Het snelle konijn werd niet gevangen.
Benoem het bijvoeglijk naamwoord.
Daarom wil ik het tamme konijn kopen.
Benoem het bijvoeglijk naamwoord.
Dat is een knappe vrouw.
Benoem het bijvoeglijk naamwoord.
Hij heeft een grote vis gevangen.
Benoem het bijvoeglijk naamwoord.
Het nieuwe tijdschrift kwam uit.
Benoem het bijvoeglijk naamwoord.
Dat ijzeren beeldje vind ik mooi.
