Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3GRI - De Griekse tempelbouw

Total questions: 21

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Wie mocht een Griekse tempel betreden?

Antwoord met één woord.

(a)  

2.

Welke tempel vormde hierop een uitzondering.

Noteer er ook bij waar die tempel zich bevond.

(Dus: de ...tempel in ...)

(a)  

3.

In het klassieke Griekenland van de 5de eeuw vinden we vooral het peripteros-type terug.

Hoe zag dit type tempel eruit?

a)

tweeledige tempel met zuilenrij ervoor

b)

tweeledige tempel met zuilenrij errond

c)

drieledige tempel met zuilenrij ervoor

d)

drieledige tempel met zuilenrij errond

e)

vierledige tempel met zuilenrij ervoor

4.

Bij welke beschaving zou dit peripteros-type zijn oorsprong gevonden hebben?

a)

de Babyloniërs

b)

de Egyptenaren

c)

de Minoërs

d)

de Myceners

e)

de Perzen

5.

In een Griekse tempel had je een volledig afgesloten binnenruimte.

Deze heilige kamer noemen we ...

(a)  

6.

Naar welke windrichting was de voordeur van de tempel gericht?

a)

noorden

b)

oosten

c)

zuiden

d)

westen

7.

Op welk moment van de dag konden de mensen het beeld van de god bewonderen?

a)

's morgens

b)

's middags

c)

's avonds

d)

's nachts

8.

Waar stond het altaar?

a)

voor de ingang

van de tempel

b)

vooraan

in de tempel

c)

in de cella

d)

achteraan

in de tempel

9.

Hoe noemen we een tempel met een rond grondplan?

(a)  

10.

Een Griekse tempel staat op een terras van drie treden.

Hoe noemen we de bovenste trede, waarop de zuilen staan.

a)

dipteros

b)

megaron

c)

prostylos

d)

stylobaat

11.

Hoe noemen we de verschillende delen waaruit een niet-monolitische zuil opgebouwd is?

Antwoord met één Nederlands woord.

(a)  

12.

Waarvoor dienden de cannelures van de zuilen?

a)

om de zuil steviger te maken

b)

om een spel van licht en schaduw te creëren

c)

om de belasting beter te verdelen

d)

om de zuilen gemakkelijker te kunnen plaatsen

13.

Hoe noemen we de horizontale draagbalk die het dak ondersteunt?

a)

architraaf

b)

fries

c)

fronton

d)

kapiteel

14.

Bij welke tempels zien we op het fries een afwisseling tussen trigliefen en metopen?

a)

Dorische tempels

b)

Ionische tempels

c)

Korinthische tempels

15.

Hoe noemen we het driehoekige gevelveld dat met beeldhouwwerk werd opgevuld?

Antwoord met één woord.

(a)  

16.

Welke zuil zie je op de afbeelding?

a)

Dorische zuil

b)

Ionische zuil

c)

Korinthische zuil

17.

Welke zuil zie je op de afbeelding?

a)

Dorische zuil

b)

Ionische zuil

c)

Korinthische zuil

18.

Van welke Griek komt de uitspraak

"Wij Grieken minnen schoonheid in soberheid?"

(a)  

19.

Vanaf welke eeuw werd de Ionische stijl gebruikt?

a)

6de eeuw

b)

5de eeuw

c)

4de eeuw

d)

3de eeuw

20.

Welke stijl was het meest geliefd bij de Romeinen?

a)

de Dorische stijl

b)

de Ionische stijl

c)

de Korinthische stijl

21.

Welke architectonische ingrepen pasten de Grieken toe om optisch bedrog tegen te gaan?

a)

Het stylobaat is in het midden lichtjes naar boven gebogen.

b)

De zuilen van de lange zijkanten staan verder van elkaar dan de zuilen van de korte voor- en achterkant.

c)

De hoekzuilen waren iets dikker dan de andere zuilen.

d)

De hoekzuilen helden lichtjes naar buiten.