wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 5 - Regeling (3Havo)

Total questions: 29

Worksheet time: 30mins

Name
Class
Date
1.

Wat is geen onderdeel van het centraal zenuwstelsel?

a)

Hersenen

b)

Zenuwen

c)

Hersenstam

d)

Ruggenmerg

2.

Je telefoon gaat af en je pakt met je hand de telefoon op. Wat is hier de prikkel?

a)

Je telefoon

b)

Het geluid van de telefoon

c)

Je hand die de telefoon oppakt.

3.

Wat voor zenuwcel is dit?

a)

Gevoelszenuwcel

b)

Bewegingszenuwcel

c)

Schakelcel

4.

Wat voor zenuwcel is dit?

a)

Gevoelszenuwcel

b)

Bewegingszenuwcel

c)

Schakelcel

5.

Waar bevindt zich het ruggenmerg?

a)

In de schedel

b)

In de wervelkolom

c)

In je bekken

d)

In je opperarmbeen

6.

Waar liggen de cellichamen van de schakelcellen en de bewegingscellen?

a)

In de grijze stof

b)

In de witte stof

c)

In de ruggenmergzenuw

d)

In de zenuwknoop

7.
Wat is een bewuste reactie?
a)
Schrikken
b)
Terugduwen 
c)
Knipperen met je ogen
d)
Ademen
8.
Wat is een reflex?
a)
Vaste, snelle, onbewuste reactie
b)
Trage reactie
c)
Bewuste reactie
9.
Waarom heb je reflexen?
a)
Reflexen beschermen het lichaam
b)
Omdat het leuk is
c)
Reflexen zorgen ervoor dat je weet wanneer je het warm of koud heb
10.
Wat is een Reflexboog?
a)
Een boog van reflexen 
b)
De weg die impulsen bij een reflex afleggen
c)
De spanning tussen reflexen
d)
De ruggenmerg
11.
Wat is geen hormoonklier?
a)
Schildklier
b)
Bijnieren
c)
Hypofyse
d)
Borstklier
12.
Waar hebben de hormonen geen invloed op?
a)
Groei en ontwikkeling van het lichaam
b)
Op de stofwisseling
c)
Huidskleur
d)
Op de voortplanting
13.
Waar ligt de hypofyse?
a)
Tussen beide hersenhelften
b)
Bij de nieren
c)
In het geslachtsorgaan
d)
Bij de schildklier
14.

Hormonen zijn altijd heel langzaam.

Wat zorgt er voor dat het hormoon Adrenaline wel heel snel effect heeft.

a)

Het is een klein hormoon.

b)

Je krijgt het in één keer heel veel in je bloed.

c)

Het is een groot hormoon.

d)

Overal in je lichaam wordt Adrenaline geproduceerd.

15.

Waaruit bestaat het centraal zenuwstelsel?

a)

Uit hersenen en het ruggenmerg

b)

Uit het ruggenmerg en zenuwen

c)

Het ruggenmerg en zenuwcellen

d)

Uit zenuwen en zenuwcellen

16.

Welk antwoord geeft de juiste 5 zintuigen aan?

a)

ogen, oren, mond, neus, huid, handen

b)

ogen, mond, oren, huid, neus

c)

ogen, oren, mond, huid, neus, voeten

d)

ogen, oren, mond, huid, neus, gevoel

17.
Je zintuigen nemen
a)
taken waar
b)
mensen waar
c)
prikkels waar
d)
iets op
18.
Elk zintuig is gevoelig voor
a)
dezelfde prikkel
b)
geen prikkel
c)
veel prikkels
d)
een eigen prikkel
19.

Maak de volgende zin af:

Je neemt pas bewust waar, als de impulsen

a)

in je hersenen zijn aangekomen

b)

onderweg zijn naar je hersenen

c)

in je ruggenmerg zijn aangekomen

d)

in je spieren zijn aangekomen

20.

Maak de volgende zin af:

Geluid is een

a)

zintuig

b)

waarneming

c)

prikkel

d)

impuls

21.

Welk onderdeel van de neus geeft het vraagteken aan?

a)

Neusholte

b)

Neus-slijmvlies

c)

Reukharen

d)

Zintuigcellen

22.

Een zenuwcel bestaat uit een aantal onderdelen. Nummer 1 is ..

a)

het cellichaam

b)

de korte uitloper

c)

de lange uitloper

d)

de celkern van het cellichaam

23.

Een zenuwcel bestaat uit een aantal onderdelen. Nummer 2 is ..

a)

het cellichaam

b)

de korte uitloper

c)

de lange uitloper

d)

de celkern van het cellichaam

24.

De weg van een impuls gaat over een aantal banen. De juiste volgorde van het ontstaan van een prikkel tot de actie is:

a)

prikkel-bewegingszenuwcel-schakelzenuwcel-ruggenmerg-hersenen-ruggenmerg-gevoelszenuwcel-schakelzenuwcel-spier

b)

prikkel-zintuigcel-impuls-gevoelszenuwcel-schakelzenuwcel-ruggenmerg-hersenen-schakelzenuwcel-ruggenmerg-bewegingszenuwcel-spier

c)

impuls-zintuigcel-ruggenmerg-schakelzenuwcel-grote hersenen-kleine hersenen-ruggenmerg-gevoelszenuwcel-spier

25.

Twee leerlingen doen elk een bewering over schade aan delen van het zintuigenstelsel en het zenuwstelsel.

Mariam zegt: 'Door schade aan een zintuig kunnen in dit zintuig wellicht geen impulsen meer ontstaan.'

June zegt: 'Door schade aan de hersenstam kan verlamming van het gehele lichaam ontstaan.' Wie heeft gelijk?

a)

Mariam heeft gelijk

b)

June heeft gelijk

c)

geen van beiden heeft geljk

d)

beiden hebben gelijk

26.

wat betekent adequate prikkel

a)

dat het een prikkel is die opgepikt wordt door het juiste zintuig

b)

dat elke zintuigcel deze prikkel kan verwerken

27.

Sommige dove mensen komen in aanmerking voor een gehoorimplantaat. Hierbij neemt een implantaat de functie van de beschadigde zintuigcellen in het oor over. Hierdoor wordt de gehoorzenuw geprikkeld.

Een patiënt die doof is geworden door een hersenvliesontsteking, krijgt zo’n implantaat. Moet de patiënt voordat hij het implantaat krijgt, een intacte gehoorzenuw hebben? Leg je antwoord uit.

4 lines
28.

Bij patiënten met de zenuwaandoening HSAN zijn de gevoelszenuwcellen beschadigd. Deze sturen daardoor minder of geen impulsen door. Patiënten met HSAN voelen daardoor geen pijn. Dit kan erg gevaarlijk zijn voor de patiënten.

Leg uit wat er gevaarlijk is aan het niet kunnen voelen van pijn.

4 lines
29.

Bij veel mensen is de voetzool erg gevoelig. Wanneer de voetzool wordt aangeraakt, kriebelt dat. Om dat gevoel te vermijden, trekt iemand zijn of haar voet terug.

Vijf delen van de reflexboog van deze reflex zijn:

1 bewegingszenuwcellen;

2 gevoelszenuwcellen;

3 schakelcellen;

4 een spier;

5 een zintuig.

Noteer de nummers van deze delen in de juiste volgorde.

a)

5-3-2-1-4

b)

5-2-4-1-3

c)

5-2-3-1-4

d)

5-4-3-2-1