wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Quiz over Oranje , grenzen en identiteit

Total questions: 23

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Waarom dragen we vandaag de dag oranje tijdens sportwedstrijden en nationale feestdagen?

a)

Omdat oranje de favoriete kleur was van de Spanjaarden

b)

Omdat de kleur oranje altijd al de nationale kleur was

c)

Omdat de kleur oranje duidelijker was dan rood voor zeelieden

d)

Omdat de kleurstof oranje op een gegeven moment op was

2.

Waarom werd de vlag van de opstandelingen in de tachtigjarige oorlog oranje wit blauw?

a)

Naar de kleuren van de Franse vlag

b)

Naar de kleuren van de Spaanse vlag

c)

Naar de kleuren van de kleding van Willem van Oranje

d)

Naar de kleuren van de Nederlandse vlag

3.

Waarom werd Willem van Oranje uiteindelijk vermoord?

a)

Omdat hij de kleur oranje veranderde in rood

b)

Omdat hij ruzie had met zijn neef René van Chalon

c)

Omdat hij verraad pleegde tegen de Spanjaarden

d)

Omdat hij op handen werd gedragen door de Nederlanders

4.

Waarom is Willem van Oranje belangrijk voor Nederland?

a)

Omdat hij de kleur oranje introduceerde in Nederland

b)

Omdat hij de grondlegger is van de Nederlandse vlag

c)

Omdat hij de eerste koning van Nederland was

d)

Omdat hij de leider was van de opstandelingen tegen de Spanjaarden

5.

Waarom is Willem van Oranje begraven in Delft?

a)

Omdat hij daar geboren is

b)

Omdat hij daar de onafhankelijkheid verkreeg

c)

Omdat hij daar vermoord is

d)

Omdat hij daar zijn laatste jaren doorbracht

6.

Wat is geen onderdeel van cultuur?

a)

Ongeveer de helft van Nederland is gelovig

b)

Bij het inburgeren moet de Nederlandse taal z.s.m. worden geleerd.

c)

Tijdens Koningsdag kleurt Nederland oranje

d)

Meer dan een miljoen mensen werken rondom de haven van Rotterdam

7.

Het spreken van een dialect past het beste bij...

a)

Regionalisme

b)

Mentaliteit

c)

Identiteit

d)

Insluiting

e)

Lokalisme

8.

Welk begrip hoort bij deze omschrijving:

Het recht van een land om binnen zijn territorium bescherming te bieden aan mensen die in een ander land worden vervolgd.

a)

Asiel

b)

Vluchteling

c)

Migrant

9.

Wat zijn open grenzen?

a)

Een grens tussen landen.

b)

Een scheidingslijn.

c)

Een grens die makkelijk te passeren is.

d)

Een grens die moeilijk te passeren is.

10.

Let op! Er kunnen meerdere antwoorden goed zijn.

De Berlijnse Muur en de Chinese Muur zijn voorbeelden van ...

a)

Harde, gesloten grenzen

b)

Open, zachte grenzen

c)

Kunstmatige grenzen

d)

Natuurlijke grenzen

11.

Bij .... is de woonplaats het enige wat telt.

a)

Regionalisme

b)

Lokalisme

c)

Nationalisme

12.

Wat is uitsluiting?

a)

Geaccepteerd worden.

b)

Verdraagzaamheid.

c)

Niet geaccepteerd worden.

13.

Waar of niet waar?

De identiteit is wat eigen is aan een persoon.

a)

Waar

b)

Niet waar

14.

Je spreekt van regionalisme als

a)

mensen de nationale identiteit belangrijker vinden.

b)

mensen de regionale identiteit belangrijker vinden.

c)

mensen de lokale identiteit belangrijker vinden.

d)

mensen de internationale identiteit belangrijker vinden.

15.
Wat voor soort grens is dit?
a)
Natuurlijke grens
b)
Kunstmatige grens
16.

Wat voor soort grens zie je op de foto?

a)

Kunstmatige grens

b)

Natuurlijke grens

17.

Welke regio wil zich van Spanje afscheiden?

a)

Catalonie

b)

Bretagne

c)

Wallonie

18.

Wat betekent soevereiniteit?

a)

Je willen afscheiden van een land

b)

Andere landen morgen niet zomaar beslissen wat er in een ander land gebeurt

c)

Gemeenschappelijke kenmerken hebben met een groep mensen in een land

19.

Niet geaccepteerd worden in een groep met een andere identiteit.

a)

Uitsluiten

b)

Insluiten

20.

Tot het Koninkrijk der Nederlanden behoort ...

a)

Suriname

b)

Indonesië

c)

Aruba

d)

Sri Lanka

21.

Autonome gebieden hebben ...

a)

niets te vertellen in een land

b)

zijn zelfstandig

c)

een eigen regering

d)

kunnen onafhankelijk worden

22.

Basken in Spanje willen soeverein zijn,

a)

Juist

b)

Onjuist

23.

Een risico van nationalisme is dat ...

a)

de EU ze niet accepteert

b)

iedereen een verschillende instelling moet hebben

c)

vreemdelingen niet welkom zijn

d)

je niet op verschillende partijen mag stemmen