wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

AE TH4 OV3

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Wat gebeurt er met de AV-curve wanneer consumenten minder uitgeven?

a)
  • A) De AV-curve verschuift naar rechts

b)
  • B) De AV-curve blijft gelijk

c)
  • C) De AV-curve verschuift naar links

d)
  • D) De AV-curve verdwijnt

2.

Wat is het effect van meer investeringen op de AV-curve?

a)
  • A) De AV-curve verschuift naar links

b)
  • B) De AV-curve verschuift naar rechts

c)
  • C) De AV-curve blijft gelijk

d)
  • D) De AV-curve stijgt

3.

Welke factor zorgt voor een negatieve vraagschok?

a)
  • A) Nieuw handelsakkoord

b)
  • B) Financiële crisis

c)
  • C) Meer sociale uitkeringen

d)
  • D) Groeiende export

4.

Wat is het nieuwe evenwicht wanneer de AV-curve naar links verschuift door een daling in consumptie, investeringen, overheidsuitgaven, of export op lange termijn?

a)
  • A) Een evenwicht met een groter bbp en een lagere inflatie dan bij de beginsituatie.

b)
  • B) Een evenwicht met een zelfde bbp en een lagere inflatie dan bij de beginsituatie.

c)

C) Een evenwicht met een groter bbp en een hogere inflatie dan bij de beginsituatie.

d)
  • D) Een evenwicht met een zelfde bbp en een lagere inflatie dan bij de beginsituatie.

5.

Welke prijsschok zorgt ervoor dat de IA-curve naar boven verschuift?

a)
  • A) Positieve prijsschok

b)
  • B) Negatieve prijsschok

c)
  • C) Negatieve vraagschok

d)
  • D) Positieve vraagschok

6.

Wat gebeurt er op lange termijn bij een positieve vraagschok?

a)
  • A) Het reëel bbp blijft lager dan het potentieel bbp

b)
  • B) Het reëel bbp overschrijdt het potentieel bbp

c)
  • C) Het reëel bbp evolueert naar het potentieel bbp

d)
  • D) Het reëel bbp fluctueert sterk

7.

Wat is stagflatie?

a)
  • A) Wanneer de inflatie onder 0% is

b)
  • B) Wanneer de inflatie boven 0% is zonder groei in bbp

c)
  • C) Wanneer de inflatie precies 0% is

d)
  • D) Wanneer de groei in bbp sterk stijgt

8.

Welke factor leidt tot een verschuiving van de IA-curve naar onderen?

a)
  • A) Een negatieve vraagschok

b)
  • B) Een positieve vraagschok

c)
  • C) Een overschot door een zeer goede oogst

d)
  • D) Een financiële crisis

9.

Wat is het gevolg van een positieve prijsschok voor consumenten?

a)
  • A) De prijzen verlagen

b)
  • B) De prijzen verhogen

c)
  • C) De prijzen blijven hetzelfde

d)
  • D) De prijzen fluctueren

10.

Wat gebeurt er op de korte termijn na een negatieve prijsschok?

a)
  • A) De IA-curve blijft gelijk

b)
  • B) De IA-curve verschuift naar boven

c)
  • C) De IA-curve verschuift naar onder

d)
  • D) De IA-curve fluctueert