WorksheetsAlles woordleer
Total questions: 57
Worksheet time: 26mins
Wat is een bijvoeglijk naamwoord?
Dat zegt iets over een ander woord.
Dat zegt iets over een werkwoord.
Dat zegt iets over de staat van de zin.
Dat zegt iets over een zelfstandig naamwoord.
Waar is een bijvoeglijk naamwoord vetgedrukt?
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
In welke zin is het zelfstandig naamwoord vetgedrukt?
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
In welke zin is het zelfstandig werkwoord vetgedrukt?
Die lieve hond heeft op straat gepoept.
Die lieve hond heeft op straat gepoept.
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Waar is een voorzetsel vetgedrukt?
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Waar is het hulpwerkwoord vetgedrukt?
Heeft het leuke jongetje haar gepest?
Heeft het leuke jongetje haar gepest?
nergens
Heeft het leuke jongetje haar gepest?
Waar is het bepaalde lidwoord vetgedrukt?
Heeft het leuke jongetje haar gepest?
Heeft het leuke jongetje haar gepest?
Heeft het leuke jongetje haar gepest?
nergens
Waar is het bezittelijk voornaamwoord vetgedrukt?
Heeft het leuke jongetje haar gepest?
nergens
Heeft het leuke jongetje haar gepest?
Heeft het leuke jongetje haar gepest?
Waar is een onbepaald rangtelwoord vetgedrukt?
Een onbelangrijke fout wordt vaak als laatste ontdekt.
Een onbelangrijke fout wordt vaak als laatste ontdekt.
Een onbelangrijke fout wordt vaak als laatste ontdekt.
nergens
Waar is een onbepaald hoofdtelwoord vetgedrukt?
nergens
Een onbelangrijke fout wordt vaak als laatste ontdekt.
Een onbelangrijke fout wordt vaak als laatste ontdekt.
Een onbelangrijke fout wordt vaak als laatste ontdekt.
In welke zin is een wederkerend voornaamwoord vetgedrukt?
Die soldaat moet zich elke dag wassen met koud water.
Ik moet me elke dag wassen met koud water.
Die soldaat moet zich elke dag wassen met koud water.
Die soldaat moet zich elke dag wassen met koud water.
In welke zin is een koppelwerkwoord vetgedrukt?
Hij heeft zich in lange tijd niet zo enorm geschaamd.
Hij heeft zich in lange tijd niet zo geschaamd.
Omdat ze zo blij was, danste ze van plezier.
Omdat ze zo blij was, danste ze van plezier.
Waar is een zelfstandig naamwoord eigennaam, vetgedrukt?
Woensdag gaat het meisje weer naar school.
Woensdag gaat het meisje weer naar school.
nergens
Woensdag gaat het meisje weer naar school.
Waar is een persoonlijk voornaamwoord vetgedrukt?
Hey, ga je mee, want ik weet een heel grote speeltuin.
Hey, ga je mee, want ik weet een heel grote speeltuin.
Hey, ga je mee, want ik weet een heel grote speeltuin.
Hey, ga je mee, want ik weet een heel grote speeltuin.
Waar is een bijwoord vetgedrukt?
Hey, ga je mee, want ik weet een heel grote speeltuin.
Hey, ga je mee, want ik weet een heel grote speeltuin.
nergens
Hey, ga je mee, want ik weet een heel grote speeltuin.
Woordsoorten zijn hetzelfde als zinsdelen.
juist
fout
Een zelfstandig naamwoord is een woord voor een mens, een dier, een plant of een ...
(a)
Hoeveel lidwoorden bestaan er?
(a)
Mama geeft aan mijn zus een cadeautje. Cadeautje is een ...
zelfstandig naamwoord
bijvoeglijk naamwoord
lidwoord
iets anders
Een bijvoeglijk naamwoord (bn) zegt iets over een...
een andere bn
een lw
een ww
een zn
Als een woord iets over een bn zegt, is het een bn
Bijvoorbeeld: heel veel snoepjes: heel is een bn.
waar
niet waar
Het regent in het hele land. Wat is het bepaald lidwoord/ zijn de bepaalde lidwoorden?
het, het
de eerste 'het'
de tweede 'het'
geen lidwoorden in deze zin
Welk soort zelfstandige naamwoorden zijn Maud, Nesta en Jolan?
(a)
Een zelfstandig naamwoord (zn) kun je altijd in het meervoud zetten.
waar
niet waar
als 'een' 1 is, dan is het geen onbepaald lidwoord.
Ik heb deze weer maar één boek gelezen.
waar
niet waar
Welk lidwoord is onbepaald?
de
het
een
geen
Belgische wafels - Belgische is een eigennaam.
waar
niet waar
Schaatsen is supertof. Supertof is een ...
zelfstandig naamwoord
bijvoeglijk naamwoord
bijwoord
iets anders
Hij lacht overdreven. Overdreven is ...
een zelfstandig naamwoord
een bijvoeglijk naamwoord
een lidwoord
iets anders
Welk woord is een soortnaam?
april
geit
Kerstmis
Amsterdam
Heb jij het nieuwe spel van Pokémon ook al gespeeld?
Welke woordsoort is 'heb'?
lidwoord
werkwoord
bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord
Heb jij het nieuwe spel van Pokémon ook al gespeeld?
Welke woordsoort is 'het'?
lidwoord
werkwoord
bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord
Heb jij het nieuwe spel van Pokémon ook al gespeeld?
Welke woordsoort is 'nieuwe'?
lidwoord
werkwoord
bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord
Heb jij het nieuwe spel van Pokémon ook al gespeeld?
Welke woordsoort is 'spel'?
lidwoord
werkwoord
bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord
Heb jij het nieuwe spel van Pokémon ook al gespeeld?
Welke woordsoort is 'Pokémon'?
lidwoord
werkwoord
bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord
Heb jij het nieuwe spel van Pokémon ook al gespeeld?
Welke woordsoort is 'gespeeld'?
koppelwerkwoord
zelfstandig werkwoord
hulpwerkwoord
zelfstandig naamwoord
De politie denkt dat mijn oudste broer lid is van een criminele bende.
Hoeveel bijvoeglijke naamwoorden bevat deze zin?
1
2
3
4
De politie denkt dat mijn oudste broer lid is van een criminele bende.
Hoeveel zelfstandige naamwoorden bevat deze zin?
1
2
3
4
Volgens mij is die lopende man de dief.
Wat is in deze zin het werkwoord?
(a)
De gelopen afstand was in totaal 14 kilometer.
Wat is in deze zin het bijvoeglijk naamwoord?
(a)
Wat is het bijwoord?
De jongen rende hard.
jongen
rende
hard
de
Benoem het bijwoord.
De auto rammelt erg.
auto
rammelt
erg
de
Benoem het bijwoord.
Dat is een bijzonder mooie fiets.
bijzonder
mooie
fiets
Dat
Benoem het bijwoord.
Ik vind dat een heel rare uitleg.
vind
heel
rare
uitleg
Benoem het bijwoord.
Hij koopt snel een nieuwe pen.
koopt
snel
nieuwe
pen
Benoem het bijwoord.
Hij typt de zinnen verkeerd.
typt
zinnen
verkeerd
Hij
Benoem het bijwoord.
Zij bouwde een ontzettend groot gebouw.
bouwde
ontzettend
groot
gebouw
Benoem het bijwoord.
Dat was een enorm slechte grap.
enorm
slechte
grap
was
Benoem het bijwoord.
Het eten smaakt vies.
eten
smaakt
vies
het
Benoem het bijwoord.
We zagen het verschrikkelijk mooie vuurwerk.
zagen
verschrikkelijk
mooie
vuurwerk
Benoem het bijwoord.
Dit is een zeer moeilijke som.
Dit
is
moeilijke
zeer
som
Benoem het bijwoord.
Natuurlijk mogen ze het boek lenen.
Natuurlijk
mogen
boek
lenen
Benoem het bijwoord.
Na de les mochten ze eindelijk hun telefoon gebruiken.
Na
eindelijk
hun
gebruiken
Benoem de bijwoorden.
Ze had nog nooit op een motor gezeten.
Ze, nog
nog, nooit
nooit, op
motor, gezeten
Benoem de bijwoorden.
Achteraf weet ze dat ze beter had moeten oefenen.
Achteraf, had
ze, ze
beter, oefenen
Achteraf, beter
Wat is het bijwoord in de zin:
Hij is verbaasd over die bijzonder lieve man.
(a)
Wat is het bijwoord in de zin:
Kunnen we nu beginnen met het leuke spel?
(a)
