Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2kgt 3l week zomer

Total questions: 60

Worksheet time: 38mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een synoniem van lopen

a)

rennen

b)

wandelen

c)

springen

2.

Wat is een synoniem van pagina

a)

poging

b)

hekken

c)

bladzijde

3.

Tegenstelling van: dun

(a)  

4.

Tegenstelling van: goed

(a)  

5.
Hoofdzaken zijn ... 
a)
Erg belangrijk 
b)
Niet zo belangrijk om een tekst te begrijpen
6.

Bijzaken zijn minder belangrijke tekstfragmenten.

a)

Juist

b)

Onjuist

7.

Hoofdzaken staan vaak op voorkeursplaatsen.

a)

Juist

b)

Onjuist

8.

Wat is de kernzin?

Toch is er ook wel een positief punt te noemen. Ouderen weten zich steeds beter te redden in de digitale wereld. Dit was tien jaar geleden wel anders.

a)

1e zin

b)

2e zin

c)

3e zin

9.

Wat is de kernzin?

Alles maar verbieden heeft geen zin. Daar staat tegenover dat alles maar goed vinden ook averechts werkt. Je moet dus op zoek naar een balans tussen het handhaven van de regels en soms iets door de vingers zien.

a)

1e zin

b)

2e zin

c)

3e zin

10.

Het tekstdoel van een reclametekst is...

a)

overtuigen

b)

informeren

c)

activeren

d)

amuseren

11.
Welk tekstdoel heeft een advertentie?
a)
tot handelen aanzetten
b)
overtuigen
c)
amuseren
d)
informeren
12.
Wat is een synoniem
a)
Een synoniem is een ander woord met dezelfde betekenis.
b)
een woord die je fonetisch schrijft
c)
1 woord met 2 verschillende betekenissen
13.

welk plaatje is de activerende tekst?

a)
b)
c)
d)
14.

Waar vind je kernzinnen?

a)

Geen idee

b)

De eerste, tweede of laatste zin van een alinea

c)

De eerste of de laatste zin van een alinea

d)

Geen van alle antwoorden

15.

Wat is een kernzin?

a)

De titel

b)

De zin die precies in het midden van een tekst staat

c)

De belangrijkste zin van een alinea

d)

De eerste zin van een alinea

16.

Welk signaalwoord hoort er bij het tekstverband tegenstelling?

a)

maar

b)

tevens

c)

dan

d)

als

17.

Welke zin(nen) is/zijn juist?

a)

Tekstverbanden kun je herkennen aan signaalwoorden.

b)

Signaalwoorden staan alleen aan het begin van een zin.

c)

Signaalwoorden verbinden zinnen of alinea's met elkaar.

d)

Een tekst kan maar één tekstverband hebben.

18.

Het is een mooie zonsondergang.

a)

Feit

b)

Mening

19.

De uitspraak 'Ik vind dat je dat niet moet doen.' is een..

a)

Feit

b)

Argument

c)

Mening

d)

Al het bovenstaande

20.

paus

a)

fout

b)

goed

21.

meneer van der Plas

a)

goed

b)

fout

22.

Suikerfeest

a)

goed

b)

fout

23.

Waar moet de komma ?

a)

De boeren moeten de dieren verminderen, want er is teveel stikstof.

b)

De boeren moeten dieren verminderen want, er is teveel stikstof.

24.
Wat is de juiste schrijfwijze?
a)
Ik luister op maandagochtend graag naar Studio Brussel.
b)
Ik luister op maandagochtend graag naar studio brussel.
c)
Ik luister op Maandagochtend graag naar Studio Brussel.
d)
Ik luister op Maandagochtend graag naar studio brussel.
25.

Wat zijn voegwoorden?

a)

Dat zijn woorden waarmee je zinnen aan elkaar voegt.

b)

Voegwoorden zijn woorden die een zin vragend maken.

26.

Welk voegwoord moet worden ingevuld?


We gaan volgende week op vakantie, ........ oma die week geopereerd wordt.

a)

tenzij

b)

omdat

c)

zodra

d)

dus

27.

Welk voegwoord moet worden ingevuld?


Ik doe er niet aan mee, ........ ik het zaakje niet vertrouw.

a)

mits

b)

dus

c)

omdat

d)

hoewel

28.

Als je iemand citeert, dus opschrijft wat iemand zegt, dan doe je dat op de volgende manier:

a)

Fred zei 'Mag ik de pindakaas?'

b)

Fred zei 'mag ik de pindakaas?'

c)

Fred zei: mag ik de pindakaas?

d)

Fred zei: 'Mag ik de pindakaas'

29.

Wat is citeren?

a)

In je eigen woorden zeggen wat iemand zegt

b)

Letterlijk weergeven wat iemand zegt

c)

Een tekst samenvatten

d)

Iemands gedachtes opschrijven

30.

Waar staan de aanhalingstekens in de onderstaande zin?


Ik heb helemaal geen zin in spinazie, riep Koen, je weet dat ik dat vies vind

a)

Ik heb helemaal geen zin in spinazie, riep Koen, 'je weet dat ik dat vies vind.'

b)

'Ik heb helemaal geen zin in spinazie', riep Koen, je weet dat ik dat vies vind.

c)

'Ik heb helemaal geen zin in spinazie, riep Koen, je weet dat ik dat vies vind.'

d)

'Ik heb helemaal geen zin in spinazie,' riep Koen, 'je weet dat ik dat vies vind.'

31.

Ze draagt een ... (goud) ketting.

a)

goude

b)

gouden

c)

goud

32.

Ik heb een ... (katoen) T-shirt aan.

a)

katoen

b)

katoene

c)

katoenen

d)

katoenne

33.

Zij is een ... (serieus) leerling.

a)

serieuze

b)

serieuse

c)

serieus

34.

Dat is een ... (laf) actie.

a)

lave

b)

laffe

c)

lafe

d)

laffen

35.

Meestal zet je voor 'en' / 'of' geen komma

a)

Waar

b)

Niet waar

36.

Welke naam is goed geschreven?

a)

Liesje van Hulst

b)

liesje van hulst

c)

Liesje Van Hulst

37.

Welke woorden zijn goed geschreven? Let op hoofdletters!

a)

Noord-Brabant

b)

Zuiden

c)

Zuid-Afrikaanse

d)

November

38.

Welke verkleinwoorden zijn goed geschreven?

a)

Treinnetje

b)

Radiootje

c)

Cd'tje

d)

Beloninkje

e)

Babytje

39.

Wat is het verkleinwoord van: Zwelling

a)

Zwellingetje

b)

Zwellinkje

c)

Zwellingkje

40.

Wat is het verkleinwoord van: SMS?

a)

smsje

b)

sms'etje

c)

sms'je

41.

Wat is het verkleinwoord van: 'Pop'?

a)

popje

b)

poppetje

c)

poptje

d)

poppie

42.

Wat is het verkleinwoord van: Melodie

a)

Melodieetje

b)

Melodietje

c)

Melodie'tje

43.
Klik op het voltooid deelwoord.
Ik heb je helaas niet helemaal begrepen.
a)
heb
b)
helaas 
c)
begrepen
d)
helemaal
44.

Is het onderstreepte woord een voltooid deelwoord?

Het gebeurt tijdens iedere les.

a)

Nee, gebeurt is hier een persoonsvorm. Je kunt er namelijk 'het gebeurde' van maken. En de persoonsvorm is het werkwoord dat verandert als je de zin in een andere tijd zet.

b)

Ja, want er staat het voorvoegsel 'ge' voor en dan is het werkwoord altijd een voltooid deelwoord.

45.

Is het onderstreepte woord een voltooid deelwoord of een persoonsvorm?

De N279 is een aantal jaren geleden verbreed.

a)

voltooid deelwoord

b)

persoonsvorm

46.

Is het onderstreepte woord een persoonsvorm of een voltooid deelwoord?

Jasmijn herkanst morgen haar toets van Nederlands.

a)

persoonsvorm

b)

voltooid deelwoord

47.

Gisteren heb ik de deur om tien uur.......(sluiten).

a)

gesluit

b)

gesluiten

c)

gesloot

d)

gesloten

48.

Noteer het voltooid deelwoord.

In Nederland wordt vaker ........(pinnen).

a)

gepint

b)

gepind

49.

Welk werkwoord hoort in de zin?

Mijn neef ________ mijn ouders een cadeau.

a)

geeft

b)

geefde

c)

geefd

d)

geefdt

50.

Vul de persoonsvorm tegenwoordige tijd in.

Het (gebeuren) .......... zelden dat jij je mond houdt.

a)

gebeurd

b)

gebeurt

c)

gebeurdt

d)

gebeurde

51.

Vul het juiste voltooid deelwoord.

Het grootste deel van de rivier is (dichtslibben) ..........

a)

dichtgeslipt

b)

gedichtslibt

c)

dichtgeslibd

d)

dichtgeslibt

52.

Vul de juiste vorm in:

Het ... (verbranden) huis was helemaal vernietigd.

a)

verbrande

b)

verbrandde

c)

verbranden

d)

verbrandte

53.

Vul de juiste vorm in:

Wij ..... (wachten) gisteren de hele middag op een reactie.

a)

wachte

b)

wachten

c)

wachtte

d)

wachtten

54.

Vul de juiste vorm in (tegenwoordige tijd):

De schipper ... (binden) zijn boot stevig aan de paal vast.

(a)  

55.

Het voorvoegsel 'her' betekent

a)

niet

b)

zonder

c)

opnieuw

d)

slecht

56.

Het voorvoegsel 'non' betekent:

a)

niet meer, van vroeger

b)

slecht

c)

verkeerd, fout

d)

niet, zonder

57.

Het voorvoegsel 'ex' betekent:

a)

niet meer, van vroeger

b)

slecht

c)

verkeerd, fout

d)

niet, zonder

58.

Welk woord heeft een achtervoegsel?

a)

betekenisvol

b)

vol

c)

herdenken

d)

dropsleutel

59.

Welk woord heeft een achtervoegsel?

a)

fruitschaal

b)

fruitvlieg

c)

fruitsmaak

d)

smaakvol

60.

Welke twee woorden hebben een achtervoegsel?

a)

werkloos

b)

betekenisvol

c)

optioneel

d)

hersenen