Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H4 1BK

Total questions: 13

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Een beroep waarbij je producten met de hand maakt.

a)

Gilde

b)

Ambacht

c)

Hanze

d)

Handel

2.

Wat was geen reden om op kruistocht te gaan?

a)

De bedreiging van de christelijke heiligdommen door de moslims.

b)

Zonden zouden worden vergeven

c)

Het was een avontuurlijke tocht waarbij ze hoopten op grond en goud als beloning

d)

Het was een reis waarbij je een positie aan het hof van koning of paus kon krijgen

3.

Wanneer speelde de late middeleeuwen zich af?

a)

500-1500

b)

1000-1500

c)

1500-2000

d)

500-1000

4.

In de late middeleeuwen werd Europa een....

a)

landbouw-stedelijke samenleving

b)

stedelijke samenleving

c)

landbouw samenleving

d)

industriële samenleving

5.

Wie gaf een stad stadsrechten?

a)

Koning/landheer

b)

de Paus

c)

De bisschop

d)

de rentmeester

6.

Welke functie uit het middeleeuwse stadsbestuur bestaat nu nog?

a)

Schepenen

b)

Wethouder

c)

Burgermeester

d)

Schout

7.

Waar of niet waar?

De Paus organiseerde een kruistocht om Jeruzalem te bevrijden.

a)

waar

b)

niet waar

8.

Waar of niet waar?

De Paus zei tegen de christenen dat ze in de hel zouden belanden als ze niet meededen aan de kruistocht.

a)

waar

b)

niet waar

9.

Welke stad kan het kleinst zijn?

a)

Hoofdstad

b)

Megastad

c)

Wereldstad

d)

Primecity

10.

Deze stad is op politiek en economisch gebied belangrijk voor een deel van de wereld

a)

Dit is een megastad

b)

Dit is de hoofdstad

c)

Dit is een wereldstad

11.

Welke kenmerken uit de zinnen horen bij een stad? Vink de juiste vakjes aan.

a)

De stad heeft een groot aantal voorzieningen.

b)

De plaats moet een bepaald aantal inwoners hebben.

c)

De plaats moet stadsrechten hebben.

d)

Er staan heel veel gebouwen op een klein gebied.

e)

Het centrum is omringd door stadsmuren.

12.

Juist of onjuist?

Door urbanisatie neemt de verstedelijkingsgraad toe.

a)

Juist

b)

Onjuist

13.

Bekijk de afbeelding. Wat zien we hier?

a)

Saneren

b)

Restaureren

c)

Renoveren