wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

TC B1 4.6 woorden

Total questions: 10

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de vrouw aan het doen?

a)

Ze is de vloer aan het vegen.

b)

Ze veegde de vloer.

c)

Ze heeft de vloer geveegd.

d)

Ze gaat de vloer vegen.

2.

De vrouw heeft de boodschappen...

a)

afgeruimd

b)

afgerekend

c)

uitgeladen

d)

gesorteerd

3.

a)

bedienen

b)

in elkaar zetten

c)

verstoppen

d)

behangen

4.

De ober heeft de tafels ... (afruimen).

(a)  

5.
a)

muis

b)

kat

c)

hamster

d)

konijn

6.

Ik vind mijn werktijden fijn.

a)

Ik loop tegen mijn werktijden aan.

b)

Mijn werktijden bevallen me.

c)

Mijn werktijden horen erbij.

d)

Mijn werktijden zijn ingericht.

7.

Wat hoort bij elkaar?

doortrekken

inrichten

sorteren

behangen

trakteren

8.

In Nederland ... we dat twee mannen samen een kind hebben.

a)

verstoppen

b)

accepteren

c)

dragen

d)

bevallen

9.

Je partner komt thuis na een lange dag werken en zegt: 'Ik ben zo moe!'. Jij kunt zeggen:

a)

Dat bevalt me.

b)

Daar loop ik tegenaan.

c)

Dat kan ik me voorstellen.

d)

Dat is zuinig.

10.

Waar loop je tegenaan op je werk?

a)

Ik vind het heel zwaar om de dozen te dragen.

b)

Het papier is op. We moeten nieuw papier bestellen.

c)

Ik was vandaag ziek.