wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Feit, mening en argument

Total questions: 60

Worksheet time: 2hrs 30mins

Name
Class
Date
1.

Die film duurt 160 minuten.

a)

Feit

b)

Mening

2.

Dit waren de saaiste uren uit mijn leven!

a)

Feit

b)

Mening

3.

Gamen is tijdverlies.

a)

Feit

b)

Mening

4.

Brussel is de hoofdstad van België.

a)

Feit

b)

Mening

5.

Het is een mooie zonsondergang.

a)

Feit

b)

Mening

6.

Waarmee kun je het eens of oneens zijn?

a)

Een argument

b)

Een feit

c)

Een mening

7.

Is de tweede zin van alinea 5 (Niet voor . . . de toonbank.) een mening, een argument of een feit

a)

Een mening

b)

Een argument

c)

Een feit

8.

Is de eerste zin van alinea 5 (Bovendien is . . . Wii ook) een mening, een argument, of een feit?

a)

Een mening

b)

Een argument

c)

Een feit

9.

Hoeveel argumenten worden in alinea 4 genoemd?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

10.

In de laatste zin van alinea 3 zegt de schrijver: 'Dan is dit misschien wel de beste keus van dit moment'. Welk argument geeft hij daarvoor?

a)

Er staan liedje op van moderne artiesten

b)

Er zijn twee nummers die nog niet eerder voor de Wii zijn verschenen

c)

Als de game goedkoper was, was het een goede keuze.

d)

Als je nog geen dansgame hebt en je wil er graag eens aan beginnen.

11.

Lees tekst 1


Wat is het onderwerp van tekst 1?

a)

Bestverkopende dansgame

b)

Just Dance Best Of

c)

Moderne artiesten

d)

Topartiest

12.

De uitspraak 'Ik vind dat je dat niet moet doen.' is een..

a)

Feit

b)

Argument

c)

Mening

d)

Al het bovenstaande

13.

Feit of mening?
Mensen hebben voedsel nodig om te overleven.

a)

Feit

b)

Mening

14.

Welke uitspraak over een mening is NIET waar?

a)

Je kunt het ermee eens of oneens zijn.

b)

Een mening herken je aan de woorden 'ik vind' of 'volgens mij'.

c)

Een mening bestaat uit feiten.

d)

Een mening kan per persoon verschillen.

15.

Feit of mening?

Ik vind de zomer het leukste seizoen.

a)

Feit

b)

Mening

16.

Welke uitspraak over feiten is NIET waar?

a)

Feiten kun je controleren.

b)

Nieuwsberichten bestaan vooral uit feiten.

c)

Een feit is waar of niet waar.

d)

Je kan het eens of oneens zijn met een feit.

17.

Feit of mening?
Zonder telefoon overleef ik de dag niet.

a)

Feit

b)

Mening

18.

Feit of mening?
Volgens mij begrijpen oude mensen computers niet.

a)

Feit

b)

Mening

19.

Feit of mening?
Planten zetten CO2 om in zuurstof.

a)

Feit

b)

Mening

20.

Wat is het argument in deze zin?
"Ik houd niet van grapefruit, want dat is te bitter."

a)

Ik houd niet van grapefruit

b)

want

c)

dat is te bitter

21.

Een argument...

a)

...geeft aan wat iemand ergens van vindt.

b)

...geeft aan waarom iemand iets vindt.

c)

...geeft aan wie ergens iets van vindt.

22.

Feit of mening?
Gamen is tijdverlies.

a)

Feit

b)

Mening

23.

Feit of mening?
Dit is de saaiste film ooit!

a)

Feit

b)

Mening

24.

Wat is het argument in deze zin?
Omdat ik van school af wil zijn, wil ik mijn diploma halen.

a)

Omdat

b)

ik wil van school af zijn

c)

ik wil mijn diploma halen

25.

Feit of mening?
13 x 13 = 169

a)

Feit

b)

Mening

26.

Joris brak zijn sleutelbeen toen hij tijdens het skateboarden viel.

a)

Feit

b)

Mening

27.

De meeste mensen op de wereld gebruiken geen toiletpapier.

a)

Feit

b)

Mening

28.

Het is een mooie zonsondergang.

a)

Feit

b)

Mening

29.

Brussel is de hoofdstad van België.

a)

Feit

b)

Mening

30.

Graffiti maak je door met spuitbussen kunstwerken op openbare plekken te maken.

a)

Feit

b)

Mening

31.

Je ziet graffiti van op muren van gebouwen in grote steden.

a)

Feit

b)

Mening

32.

Ik vind dat graffiti echt bij een stad hoort.

a)

Feit

b)

Mening

33.

In juli 2015 werd in Goes een muurkunstfestival gehouden.

a)

Feit

b)

Mening

34.

Op negen buitenmuren werd graffiti gemaakt.

a)

Feit

b)

Mening

35.

Dat was heel leuk om een keer te zien.

a)

Feit

b)

Mening

36.

Super A maakte een huizenhoge duif van 32 meter hoog.

a)

Feit

b)

Mening

37.

Volgens mij is de duif het mooiste kunstwerk ooit gemaakt.

a)

Feit

b)

Mening

38.

Waarmee kun je het eens of oneens zijn?

a)

Een argument

b)

Een feit

c)

Een mening

39.

Waar is het woord 'namelijk' een signaalwoord voor?

a)

Een argument

b)

Een feit

c)

Een mening

40.

Je moet respect hebben voor anderen

a)

feit

b)

mening

41.

Wat is het argument:

'Er ligt een dun laagje ijs op de gracht. Het vriest kennelijk.'

a)

Er ligt een dun laagje ijs.

b)

Het vriest kennelijk.

c)

Er ligt een dun laagje ijs op de gracht. Het vriest kennelijk.

42.

Wat is het standpunt (mening) in het volgende stukje?

Ik zal niets meer zeggen over de slechte kwaliteit van oude langspeelplaten. Als het over geluidskwaliteit gaat, neem jij toch niets van mij aan.

a)

Ik zal niets meer zeggen over de slechte kwaliteit van oude langspeelplaten.

b)

Als het over geluidskwaliteit gaat, neem jij toch niets van mij aan.

43.

Waar is 'ik vind' een signaalwoord van?

a)

argument

b)

mening

c)

feit

d)

signaalwoord

44.

'Daarom doe ik nu actief mee met de les'.

a)

argument

b)

mening

45.

Dit waren de saaiste uren uit mijn leven!

a)

Feit

b)

Mening

46.
voor een goede mening heb je drie dingen nodig
a)
feiten, vooroordelen en een onderzoek
b)
feiten, thema's en een argument
c)
dingen moeten van verschillende kanten worden bekeken, thema's en argumenten
d)
feiten, argumenten en iets moet van verschillende kanten bekeken worden
47.

Moslims doen hun schoenen uit als ze de moskee binnengaan.

a)

feit

b)

mening

c)

vooroordeel

48.

Je moet respect hebben voor anderen

a)

feit

b)

mening

c)

vooroordeel

49.

De soep is te warm.

a)

feit

b)

mening

50.

In groenten zitten weinig calorieën.

a)

Feit

b)

Mening

51.

Het staat vast dat mannelijke leerkrachten beter kunnen lesgeven dan hun vrouwelijke collega's.

a)

Feit

b)

Mening

52.

De zon schijnt vandaag.

a)

Feit

b)

Mening

53.

Sporten is goed voor je gezondheid.

a)

Feit

b)

Mening

54.

Twee andere woorden voor het woord mening zijn:

a)

Overtuigen, uitleggen.

b)

Activeren, oordeel.

c)

Standpunt, oordeel.

d)

Informeren, standpunt

55.

Op school moeten strenge regels afgesproken worden, waar iedereen zich aan houdt.

a)

Feit

b)

Mening

56.

Zijn feiten altijd waar?

a)

Ja

b)

Nee

57.

Wat is het standpunt in deze zin: 'De film is blijkbaar afgelopen, de bioscoop is al leeggestroomd.'

a)

de film is blijkbaar afgelopen

b)

de bioscoop is al leeggestroomd

58.

Wat is het argument:

'Er ligt een dun laagje ijs op de gracht. Het vriest kennelijk.'

a)

Er ligt een dun laagje ijs.

b)

Het vriest kennelijk.

c)

Er ligt een dun laagje ijs op de gracht. Het vriest kennelijk.

59.

Wat is het standpunt in het volgende stukje?

Ik zal niets meer zeggen over de slechte kwaliteit van oude langspeelplaten. Als het over geluidskwaliteit gaat, neem jij toch niets van mij aan.

a)

Ik zal niets meer zeggen over de slechte kwaliteit van oude langspeelplaten.

b)

Als het over geluidskwaliteit gaat, neem jij toch niets van mij aan.

60.

Wat is het standpunt in het volgende stukje?

De meeste leerlingen van mijn klas willen nu eenmaal bowlen, dus ik ga me daar niet tegen verzetten. Het is bovendien goedkoper dan paintballen en karten en het is dichtbij school.

a)

De meeste leerlingen van mijn klas willen nu eenmaal bowlen.

b)

Dus ik ga me daar niet tegen verzetten.

c)

Het is bovendien goedkoper dan paintballen en karten.

d)

Het is dichtbij school.