wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Planten 2

Total questions: 35

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.

Welk orgaan heeft deze taak:

Nemen water en mineralen op uit de bodem, zetten de plant vast in de bodem.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

2.

Welk orgaan heeft deze taak:

Voor transport van stoffen en rechtop houden (stevigheid) van de plant.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

3.

Welk orgaan heeft deze taak:

Hier maakt een plant voedingsstoffen, dat is fotosynthese.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

4.

Welk orgaan heeft deze taak:

Zorgen voor de voortplanting, de ontwikkeling van vruchten en zaden.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

5.

In welke delen van de plant slaat een cactus water op?

a)

Bladeren

b)

Stengel

c)

Wortels

d)

Vruchten

6.

Dit is selderij. Dit komt van een plant. Welk deel van de plant eet jij hier op?

a)

De wortels

b)

De stengel

c)

De bladeren

7.

Dit is een rode biet. Wat rood is, kan je opeten. Welk deel van de plant eet je?

a)

De wortel

b)

De stengel

c)

De bladeren

8.

Wat is de functie van de wortelharen?

a)

Water en voedingsstoffen opnemen uit de grond

b)

Water en zuurstof opnemen uit de grond

c)

Zuurstof en suikers maken

9.

Wat is geen functie van wortels?

a)

De plant stevig vast zetten in de grond

b)

Water opnemen uit de grond

c)

Voedsel opnemen uit de grond

d)

Zuurstof maken

10.

Welke plant staat op een droge plek? (Kijk naar de wortels!)

a)

Plant 1

b)

Plant 2

c)

Plant 1 en 2

d)

Geen enkele plant

11.

Je ziet hier een tekening van een appel. Is dit een ...

a)

lengte doorsnede?

b)

dwarsdoorsnede?

c)

buitenaanzicht?

12.

Juist of onjuist:

Planten nemen water op via de huidmondjes.

a)

juist

b)

onjuist

13.
Welk gas heb ik nodig bij verbranding?
a)
koolstodioxide
b)
zuurtsof
c)
stikstof
d)
geen van de 3 genoemde
14.
Waarom gaat het vlammetje van de kaars uit?
a)
De koolstofdioxide in het potje raakt op
b)
De zuurstof in het potje raakt op
c)
Het lontje is te kort
d)
Het kaarsvet raakt op
15.
Het vervoer van water met voedingsstoffen in een plant noemen we ...........
a)
stroming
b)
verdeling
c)
watersport
d)
transport
16.
Groepje van lange, dunne buisjes in de stengel van een plant, om water te vervoeren.
a)
vaatbundel
b)
vatenstelsel
c)
transportbundel
d)
transportstelsel
17.

Wanneer maakt een boom nieuwe houtcellen (wat uiteindelijk leidt tot jaarringen)?

a)

zomer en herfst

b)

lente en winter

c)

Lente en zomer

d)

zomer en winter

18.

De stamper heeft nummer

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

5

19.

Bloemen gebruiken insecten voor bestuiving. Stuifmeel blijft aan een insect plakken en op een andere bloem komt het stuifmeel op de stamper. De eicellen in de stamper kunnen dan met het stuifmeel bevrucht worden. Wat is waar voor de bloem op het plaatje?

a)

De bloem maakt stuifmeel

b)

De bloem maakt geen stuifmeel

c)

Dat kan je aan dit plaatje niet zien

20.

Op dit plaatje zie je

a)

bestuiving

b)

bevruchting

c)

bevlekking

21.

Op dit plaatje

a)

Is er wel bestuiving maar nog geen bevruchting

b)

Is er wel bestuiving en ook bevruchting geweest

c)

Is er geen bestuiving maar wel bevruchting geweest

d)

Is er geen bestuiving en geen bevruchting geweest

22.
Welk kenmerk zie je WEL bij een windbloem?
a)
Nectar
b)
Gele kleur
c)
Veel stuifmeelkorrels
d)
Lange meeldraden
23.

Als de stamper van een appelbloem niet wordt bestoven

a)

Ontstaat een appel zonder zaden

b)

Ontstaat een appel met zaden

c)

Ontstaat geen appel

24.
Stuifmeel gaat van de ene plant naar de andere plant.
Welk woord zoek ik?
a)
Bevruchting
b)
Bestuiving
c)
Ontkieming
25.
Welk geslacht heeft deze bloem?
a)
Mannelijk
b)
Vrouwelijk
c)
Mannelijk en vrouwelijk
d)
Ongeslachtelijk
26.
Wat is een meeldraad??
a)
Vrouwelijke voortplantingsorgaan van de bloem.
b)
Dit wordt later een zaad.
c)
Mannelijke voortplantingsorgaan van de bloem.
d)
Bestuiving door insecten.
27.
Wat is een stamper?
a)
Dit wordt later een zaad.
b)
Vrouwelijk voortplantingsorgaan.
c)
Mannelijk voortplantingsorgaan.
d)
Bestuiving gebeurt door insecten.
28.

Wat kunnen insecten halen in de bloemen?

a)

Honing

b)

Nectar

29.

In de afbeelding zijn een druiventros en een doorgesneden druif getekend. Een druif is een vrucht. De druiven van de tros bevatten gemiddeld vijf pitten.

Welk van de getekende delen is één vrucht?

a)

één pit van een druif

b)

één enkele druif

c)

de hele druiventros

30.

Zijn erwten zaden?

a)

ja

b)

nee

31.

In de afbeelding zie je een voorbeeld van een vrucht van een peul.

Uit welk deel van een bloem is een boon ontstaan?

a)

uit een bevruchte eicel

b)

uit het vruchtbeginsel

c)

uit het zaadbeginsel

32.

Op welke manier worden de zaden van een esdoorn verspreid?

a)

door de plant zelf

b)

door de wind

c)

door dieren

33.

Op welke manier worden de zaden van een braam verspreid?

a)

door de plant zelf

b)

door de wind

c)

door dieren

34.

Op welke manier worden de zaden van een paardenbloem verspreid?

a)

door de plant zelf

b)

door de wind

c)

door dieren

35.

Op welke manier worden de zaden van kleefkruid verspreid?

a)

door de plant zelf

b)

door de wind

c)

door dieren