wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Warmte en Staling

Total questions: 51

Worksheet time: 2hrs 41mins

Name
Class
Date
1.

De eenheid van energie is...

a)

joule

b)

graden Fahrenheit

c)

graden Celsius

d)

warmte

2.

Benzine bevat veel energie energie. Welke soort?

a)

chemische energie

b)

bewegingsenergie

c)

stralingsenergie

d)

elektrische energie

3.

Warmtetransport door bewegende vloeistoffen en gassen noemt men

a)

straling

b)

stroming

c)

geleiding

d)

vervoer

4.

Een vorm van warmtetransport zonder tussenkomst van materie

a)

geleiding

b)

stroming

c)

straling

5.
Welke vorm van warmtetransport wordt voorgesteld door elk nummer?
a)
1: geleiding
2: straling
3:stroming
b)
1: geleiding
2: stroming
3:straling
c)
1:stroming
2:geleiding
3:straling
d)
1:straling
2:stroming
3:geleiding
6.

Welke stof ontstaat er bij een onvolledige verbranding van een brandstof?

a)

Koolstofdioxide

b)

Koolstofmonoxide

c)

Waterdamp

d)

Aardgas

7.

Als warmte van de ene plaats in een vaste stof wordt doorgegeven aan een andere plaats, noem je dat...

a)

Geleiding

b)

Stroming

c)

Straling

d)

Isolatie

8.

Wat is het correcte reactieschema?

a)

Aardgas + zuurstof --> koolstofdioxide + waterdamp

b)

Aardgas + lucht --> koolstofdioxide + waterdamp

c)

Aardgas + zuurstof --> warmte

d)

Aardgas + zuurstof --> koolstofdioxide

9.
35 MJ komt overeen met
a)
35000000 J
b)
35000 J
c)
3500000 J
10.
40 kJ komt overeen met
a)
4000 J
b)
40000 J
c)
400 J
11.

Welke vorm van warmtetransport wordt voornamelijk tegen gegaan als in een spouw isolatiemateriaal zoals glaswol wordt gebruikt?

a)

stroming

b)

straling

c)

geleiding

d)

stroming en geleiding

12.

Hoeveel Kelvin is 1200 graden Celsius

(a)  

13.

Hoeveel graden Celsius is 189 K?

(a)  

14.

Hoeveel Kelvin is -40 graden Celsius?

(a)  

15.

Water kookt bij:

a)

- 273 K

b)

0 K

c)

273 K

d)

373 K

16.

Aike en Henno moeten een werkstuk maken over isolatiemateriaal. Zij lezen op internet dat glaswol vijf keer beter isoleert dan cellenbeton.

Aike beweert dat glaswol meer warmte afstaat dan cellenbeton.

Henno beweert dat glaswol meer warmte kan opnemen dan cellenbeton.

a)

alleen aike heeft gelijk

b)

alleen henno heeft gelijk

c)

beiden hebben gelijk

d)

beiden hebben ongelijk

17.

Aike en Henno moeten een werkstuk maken over isolatiemateriaal. Zij lezen op internet dat glaswol vijf keer beter isoleert dan cellenbeton.

Aike beweert dat glaswol meer warmte afstaat dan cellenbeton.

Henno beweert dat glaswol meer warmte kan opnemen dan cellenbeton.

a)

alleen aike heeft gelijk

b)

alleen henno heeft gelijk

c)

beiden hebben gelijk

d)

beiden hebben ongelijk

18.

In 2013 werd op de Zuidpool een Nederlands laboratorium voor klimaatonderzoek geopend. Tijdens veldonderzoek dragen de wetenschappers goed isolerende kleding. In hun jassen zit bijvoorbeeld een laag dons.


Waardoor isoleert dons zo goed?

a)

dons bevat stilstaande lucht

b)

dons geleidt warmte goed

c)

dons reflecteert de warmtestraling

19.

Via een niet-geïsoleerde spouw gaat veel warmte verloren.


Op welke twee manieren gebeurt dat vooral?

a)

geleiding en straling

b)

geleiding en stroming

c)

stroming en straling

20.

Marathonlopers kunnen gemakkelijk onderkoeld raken als het niet al te warm weer is. Daarom worden de lopers na een race soms in thermische dekens gewikkeld. Zo'n thermische deken is gemaakt van kunststof met een aluminium coating.


Welke twee eigenschappen van aluminium helpen mee om de marathonloper warm te houden?

a)

het heeft een erg kleine dichtheid

b)

het houdt wind en water tegen

c)

het is een goede warmtegeleider

d)

het reflecteert infrarode straling

e)

het wordt niet aangetast door vocht

21.

Om een liter water aan de kook te brengen, kan Doortje twee waterkokers gebruiken: een kleine van 800 W of een grote van 2400 W.

Met de grote waterkoker kookt het water in 2 minuten.

In hoeveel minuten kookt het water van de kleine waterkoker?

a)

1600 s

b)

6 min.

c)

3 min.

d)

9 min.

22.

Een kookplaat van 900 W doet er 5 minuten over om 1 L water in een fluitketel aan de kook te brengen.


Bereken hoeveel warmte de kookplaat in 5 minuten heeft geleverd.

a)

4500 j

b)

4500 kJ

c)

270 000 j

d)

270 000 kJ

23.

Een waterkoker zet ............ om in ................ .

a)

elektrische energie - elektrische energie

b)

elektrische energie - warmte

c)

warmte - warmte

d)

warmte - elektrische energie

24.

Een waterkoker (1100 W) doet er 3 minuten over om 1 L water te verwarmen tot het kookpunt.


Hoeveel warmte (kJ) levert de waterkoker in die 3 min?

a)

198000 kJ

b)

198 kJ

c)

0,198 kJ

25.

Anoek wil berekenen hoeveel warmte een dompelaar in een bepaalde tijd heeft geleverd.


Wat is hiervoor de juiste formule?

a)

Q = P = E x t

b)

P = E = Q x t

c)

Q = E = P x t

d)

P = t = Q x E

26.

Je ziet een voorbeeld van drie vormen van warmtetransport in de keuken. Welke vormen van warmtetransport stellen de getallen 1, 2 en 3 voor?

a)

1 stroming; 2 straling; 3 geleiding

b)

1 straling; 2 stroming; 3 geleiding

c)

1 geleiding; 2 stroming; 3 geleiding

d)

1 geleiding; 2 straling; 3 geleiding

27.

Met welke soorten warmtetransport maakt een radiator de kamer warm?

a)

Straling en geleiding

b)

Stroming en geleiding

c)

Stroming en geleiding

d)

Straling en stroming

28.

Warme lucht....

a)

.... gaat omlaag

b)

..... gaat omhoog

29.

Bij het opwekken van kernenergie ontstaat radioactief afval. De Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval (COVRA) slaat al het radioactief afval dat in Nederland ontstaat op. Dat gebeurt voor minstens 100 jaar. COVRA verwerkt dit afval zoveel mogelijk tot kleinere hoeveelheden. Dit wordt ingebed in beton en opgeslagen.

Bron: www.rijksoverheid.nl


Vanwege welke straling moet radioactief afval in beton gegoten worden?

a)

alfastraling

b)

bértastraling

c)

gammastraling

30.

Deze straling wordt door een vel papier geabsorbeerd.

a)

alfastraling

b)

bétastraling

c)

gammastraling

31.

Na het toedienen van de gamma-tracer is de patiënt (licht) radioactief.

a)

waar

b)

onwaar

32.

Wat is de juiste volgorde van doordringend vermogen van de volgende straling van klein naar groot

a)

Alfa, Beta, Gamma

b)

Alfa, Gamma, Beta

c)

Gamma, Alfa, Beta,

d)

Beta, Alfa, Gamma

33.

In een laboratorium wordt gemeten hoeveel straling een stralingsbron uitzendt.

De hoeveelheid straling is gemeten in de eenheid becquerel (Bq) en is weergegeven is een grafiek.Wat is de halveringstijd van deze radioactieve stof?

a)

1 min

b)

1,5 min

c)

3 min

34.

Een radioactieve stof heeft een halfwaardetijd van 2,5 dag.

Als je begint met 500 g. Na hoeveel tijd, is er dan nog 125 g over?

a)

2,5 dag

b)

12,5 dagen

c)

25 dagen

d)

5 dagen

35.

Emirhan zegt: 'Röntgenstraling kun je tegenhouden met een vel papier.'

Krista zegt: 'Röntgenstraling heeft een klein doordringend vermogen.'

a)

Emirhan en Krista hebben allebei gelijk

b)

Emirhan heeft gelijk, Krista heeft ongelijk

c)

Emirhan heeft ongelijk, Krista heeft gelijk

d)

Emirhan en Krista hebben allebei ongelijk

36.

Cesium-137 heeft een halfwaardetijd van 30 jaar.Hoeveel radioactiviteit is er nog over na 60 jaar?

a)

De helft

b)

Een kwart

c)

Een achtste

37.

Deze straling kun je tegenhouden met een dik boek

a)

alfastraling

b)

bétastraling

c)

gammastraling

38.

Radioactieve straling is gevaarlijk

a)

omdat je er zelf radioactief van wordt

b)

omdat het moleculen in je lijf kapot maakt

c)

omdat je er door verbrandt

d)

omdat het overal dwars doorheen gaat

39.

Een geigerteller is een instrument om

a)

violen te stemmen

b)

radioactiviteit te meten

c)

halveringstijd af te lezen

d)

de radius van een uraniumatoom te meten

40.

Je kunt een röntgenfoto maken van je botten omdat

a)

bot alle röntgenstraling tegenhoudt

b)

omdat bot méér röntgenstraling tegenhoudt dan ander weefsel

c)

omdat je weefsel méér röntgenstraling tegenhoudt dan bot

d)

omdat bot de röntgenstraling reflecteert

41.

Isotopen zijn atomen met:

a)

hetzelfde atoomnummer en hetzelfde massagetal.

b)

evenveel protonen als neutronen.

c)

een ander aantal neutronen en hetzelfde aantal protonen.

d)

een ander massagetal en een ander aantal protonen.

42.

Hoeveel neutronen bevat een Cu-63 atoom? Gebruik tabel 32, 33 of 34 in je Binas.

(a)  

43.

Ra-226 heeft atoomnummer 88. Hoeveel protonen zitten er in de kern?

a)

88

b)

138

c)

226

44.

Ra-226 heeft atoomnummer 88. Hoeveel neutronen zitten er in de kern?

a)

88

b)

138

c)

226

45.

Hoeveel neutronen heeft kwik-202? Gebruik tabel 32, 33 of 34 in je Binas.

(a)  

46.

Hoeveel neutronen heeft kwik-202? Gebruik tabel 32, 33 of 34 in je Binas.

(a)  

47.

Hoeveel elektronen heeft aluminium? Gebruik tabel 32, 33 of 34 in je Binas.

(a)  

48.

Hoeveel neutronen heeft platina-195? Gebruik tabel 32, 33 of 34 in je Binas.

(a)  

49.

Hoeveel protonen heeft koolstof? Gebruik tabel 32, 33 of 34 in je Binas.

(a)  

50.

De atoomkern C-14 kan veranderen in kernen van N-14: Een isotoop die zelf niet radioactief is.


Welke bewering is waar?

a)

C-14 is stabiel, N-14 is instabiel

b)

C-14 en N-14zijn beide instabiel

c)

C-14 is instabiel, N-14 is stabiel

d)

C-14 en N-14 zijn beide stabiel

51.

Wat is de eenheid van radioactiviteit?

a)

Becquerel (Bq)

b)

Joule (J)

c)

Watt (W)