wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

havo3 H9 herhaling alles

Total questions: 29

Worksheet time: 2hrs 55mins

Name
Class
Date
1.

Hoeveel verschillende afkortingen zijn er mogelijk met 3 letters? Er zijn 26 letters!

a)

78

b)

15.600

c)

17.576

d)

676

2.

Elk vliegveld heeft en afkoring die bestaat uit 3 letters. Zo is Schiphol=AMS en Bagkok=BKK. Hoeveel verschillende afkortingen zijn er mogelijk als de eerste letter een A is en de laatste letter geen A, E, I, O of U mag zijn. Er zijn 26 letters in het alfabet.

a)

676

b)

546

c)

130

d)

520

3.

Je gooit met 2 gewone dobbelstenen. Wat is de kans dat de som van de ogen groter is dan 9.

a)

P(som > 9) = 0,167

b)

P(som > 9) = 0,278

c)

P(som > 9) = 0,333

d)

P(som > 9) = 0,138

4.

Marit gooit met een gewone dobbelsteen, een viervlaksdobbelsteen (met 1, 2, 3 en 4 erop) en een muntstuk van 1 euro. Hoeveel mogelijke resultaten zijn er?

a)

12

b)

24

c)

48

d)

84

5.

Simon wil een rockband oprichten. Hij zoekt nog een zanger, een gitarist en een drummer. Er melden zich 5 zangers, 3 gitaristen en 7 drummers. Op hoeveel manieren kan Simon de band samenstellen?

a)

15

b)

35

c)

48

d)

105

6.

Een pincode bestaat uit 4 cijfers. Hoeveel verschillende pincodes zijn er in totaal?

a)

100.000

b)

10.000

c)

1.000

d)

100

7.

Een pincode bestaat uit 4 cijfers. Hoeveel pincodes zijn er met 4 dezelfde cijfers?

a)

10

b)

9

c)

20

d)

100

8.

In een bedrijf krijgt elk artikel een code. Hiervoor gebruikt men de letters A, B, C, D, E, F en G. Hoeveel drielettercodes zijn mogelijk als elke letter maar één keer gebruikt mag worden?

a)

180

b)

210

c)

216

d)

343

9.

H3a bestaat uit 10 jongens en 22 meisjes. Voor de organisatie van een feestavond worden 3 leerlingen aangewezen. De eerste verzorgt de muziek, de tweede de drank en de derde de hapjes. Op hoeveel verschillende manieren zijn drie leerlingen aan te wijzen als een meisje voor de muziek moet zorgen en twee jongens voor de drank en de hapjes?

a)

1.980

b)

2.200

c)

4.620

d)

4.840

10.

H3a bestaat uit 10 jongens en 22 meisjes. Voor de organisatie van een feestavond worden 3 leerlingen aangewezen. De eerste verzorgt de muziek, de tweede de drank en de derde de hapjes. Op hoeveel verschillende manieren zijn drie leerlingen aan te wijzen als uitsluitend meisjes alles organiseren omdat dan alles beter gaat....

a)

10.648

b)

10.486

c)

9.240

d)

9.420

11.

Marit draait de schijven uit de tekening. Nadat de schijven zijn uitgedraaid wijst elke pijl een getal aan. Geef je antwoord als een breuk. Bereken de kans dat de som van de getallen negen is.

a)

19\frac{1}{9}

b)

16\frac{1}{6}

c)

524\frac{5}{24}

d)

324\frac{3}{24}

12.

Marit draait de schijven uit de tekening. Nadat de schijven zijn uitgedraaid wijst elke pijl een getal aan. Geef je antwoord als een breuk. Bereken de kans dat het product van de getallen groter dan 15 is.

a)

12\frac{1}{2}

b)

38\frac{3}{8}

c)

14\frac{1}{4}

d)

58\frac{5}{8}

13.

Marit draait de schijven uit de tekening. Nadat de schijven zijn uitgedraaid wijst elke pijl een getal aan. Geef je antwoord als een breuk. Bereken de kans dat het verschil van de getallen precies 2 is.

a)

1924\frac{19}{24}

b)

56\frac{5}{6}

c)

78\frac{7}{8}

d)

14\frac{1}{4}  

14.

Wat is de mediaan van deze rij?

a)

10

b)

11

c)

12

d)

13

15.

Wat betekent mediaan?

a)

middelste

b)

gemiddelde

c)

wat in de mode is

d)

grootste

16.

wat is het gemiddelde van 5, 2, 4, 3, 1?

a)

1

b)

3

c)

5

d)

15

17.

wat is de mediaan van 2, 4, 5, 1, 3, 6?

a)

3

b)

3,5

c)

4

d)

4,5

18.

Het hoeveelste getal is het middelste getal in een rij van 89 getallen?

a)

het 44ste getal

b)

het 45ste getal

c)

het 44ste en het 45ste getal

d)

het 46ste getal

e)

er is geen middelste getal

19.

Er zijn 150 waarnemingsgetallen. Welke twee waarnemingsgetallen zijn de middelste twee?

a)

alleen het 75ste getal

b)

het 75ste en 76ste getal

c)

het 76ste en 77ste getal

d)

het 100ste en 101ste getal

e)

het 1ste en 150ste getal

20.

Bij welke boxplot is de spreidingsbreedte het kleinst?

a)

A

b)

B

c)

C

d)

Dat weet ik niet!

21.

Bij welke boxplot is de kwartielafstand het grootst?

a)

A

b)

B

c)

C

d)

Dat weet ik niet!

22.

Bij welke boxplot is de mediaan het kleinst?

a)

A

b)

B

c)

Allemaal gelijk!

d)

C

23.

Bepaal de mediaan van het aantal uur surfen op internet door H3a. Gebruik de tabel.

a)

5 uur

b)

8 uur

c)

9 uur

d)

10 uur

e)

14 uur

24.

Bereken Q1 en Q3 bij de tabel.

Het gaat om het aantal uren dat leerlingen surfen op internet.

a)

Q1 = 3 en Q3 = 8

b)

Q1 = 5 en Q3 = 9

c)

Q1 = 5 en Q3 = 8

d)

Q1 = 3 en Q3 = 9

25.

Bereken de mediaan, het eerste kwartiel en het derde kwartiel bij de volgende rij getallen:

26, 32, 54, 62, 67, 70, 38, 51, 62, 58

a)

mediaan = 51

Q1 = 54

Q3 = 68,5

b)

mediaan = 68,5

Q1 = 54

Q3 = 51

c)

mediaan = 38

Q1 = 56

Q3 = 62

d)

mediaan = 56

Q1 = 38

Q3 = 62

26.

Wat is het bedrag dat de leerling met het laagste zakgeld krijgt?

noteer alleen het getal

(a)  

27.

Hoeveel leerlingen krijgen meer dan 20 euro zakgeld?

noteer alleen het getal

(a)  

28.

De boxplot gaat over proefwerkcijfers in een klas. De meiden hebben betere cijfers dan de jongens. Welke boxplot is van de meiden?

noteer alleen het getal

a)

De bovenste.

b)

De onderste.

c)

Kan je niet zeggen.

29.

De boxplot gaat over proefwerkcijfers in een klas. Er zijn 64 meiden en 56 jongens.

Hoeveel meiden hebben minder dan 30 punten?

noteer alleen het getal

(a)