wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Taaltest - Vlekkeloos Nederlands

Total questions: 38

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Vul in: ei/ij, c/k/cc/kk, au/ou

Wij ber (a)   den een maaltijd voor haar verjaardag

2.

Vul in: ei/ij, c/k/cc/kk, au/ou

  1. Hij werkt bijzonder a (a)   uraat.

3.

Vul in: ei/ij, c/k/cc/kk, au/ou

  1. Zij epileerde haar wenkbr (a)   wen.

4.

Vul in: ei/ij, c/k/cc/kk, au/ou

  1. De docent vond ons een stel dommeri (a)   en.

5.

Vul in: ei/ij, c/k/cc/kk, au/ou

  1. In deze winkel verkoopt men diverse ele (a)   tronica

6.

Vul in: ei/ij, c/k/cc/kk, au/ou

  1. Wij willen graag kabelj (a)   w eten.

7.

Vul in: ei/ij, c/k/cc/kk, au/ou

  1. Die oude vrouw wordt steeds vre (a)   iger

8.

Een hoofdletter of een kleine letter? Schrijf het woord helemaal uit.

  1. Een freudiaanse verspreking



(a)  

9.

Een hoofdletter of een kleine letter? Schrijf het woord helemaal uit.

  1. de heer  a. van leeuwen



(a)  

10.

Een hoofdletter of een kleine letter? Schrijf het woord helemaal uit.

  1. Ik vergat het paasfeest 



(a)  

11.

Een hoofdletter of een kleine letter? Schrijf het woord helemaal uit.

  1. De middeleeuwen



(a)  

12.

Een hoofdletter of een kleine letter? Schrijf het woord helemaal uit.

  1. Het is september     



(a)  

13.

Los, vast, streepje? Schrijf het woord helemaal uit.

  1.      Vip behandeling



(a)  

14.

Los, vast, streepje? Schrijf het woord helemaal uit.

  1.      vwo leerling



(a)  

15.

Los, vast, streepje? Schrijf het woord helemaal uit.

  1.      Het rood wit blauw



(a)  

16.

Los, vast, streepje? Schrijf het woord helemaal uit.

  1.      acht honderd dertien



(a)  

17.

Los, vast, streepje? Schrijf het woord helemaal uit.

  1.      slecht gemanierd



(a)  

18.

Los, vast, streepje? Schrijf het woord helemaal uit.

  1. KRO medewerker



(a)  

19.

Verbeter, indien nodig, onderstaande woorden. Als je denkt dat het woord correct is, schrijf je het woord correct

bijts

(a)  

20.

Verbeter, indien nodig, onderstaande woorden. Als je denkt dat het woord correct is, schrijf je het woord correct

hijnde en verre

(a)  

21.

Verbeter, indien nodig, onderstaande woorden. Als je denkt dat het woord correct is, schrijf je het woord correct

middellen

(a)  

22.

Verbeter, indien nodig, onderstaande woorden. Als je denkt dat het woord correct is, schrijf je het woord correct

geind

(a)  

23.

Verbeter, indien nodig, onderstaande woorden. Als je denkt dat het woord correct is, schrijf je het woord correct

Hans rugzak

(a)  

24.

Verbeter, indien nodig, onderstaande woorden. Als je denkt dat het woord correct is, schrijf je het woord correct

egoisme

(a)  

25.

Verbeter, indien nodig, onderstaande woorden. Als je denkt dat het woord correct is, schrijf je het woord correct

gènant

(a)  

26.

Verbeter, indien nodig, onderstaande woorden. Als je denkt dat het woord correct is, schrijf je het woord correct

tenauwernood

(a)  

27.

Verbeter, indien nodig, onderstaande woorden. Als je denkt dat het woord correct is, schrijf je het woord correct

daarentegen

(a)  

28.

Verbeter, indien nodig, onderstaande woorden. Als je denkt dat het woord correct is, schrijf je het woord correct

de menu's

(a)  

29.

Schrijf het werkwoord tussen haakjes in de juiste vorm

(a)   je broer vliegen ook zo enerverend? (vinden)

30.

Schrijf het werkwoord tussen haakjes in de juiste vorm

  1. Dat bedrijf heeft een ander bedrijf (a)   (inlijven).

31.

Schrijf het werkwoord tussen haakjes in de juiste vorm

  1. Het te laat (a)   vliegtuig had de hele reis tegenwind (landen).

32.

Schrijf het werkwoord tussen haakjes in de juiste vorm

  1. (a)   er morgen een besluit verwacht (worden)?

33.

Schrijf het werkwoord tussen haakjes in de juiste vorm

  1. Er (a)   gisteren op verschillende plekken in de stad een nare sfeer (heersen).

34.

Schrijf het werkwoord tussen haakjes in de juiste vorm

  1. Ik hoorde dat zijn nieuwe televisie nu al kuren (a)   (vertonen).

35.

Schrijf het werkwoord tussen haakjes in de juiste vorm

  1. De docenten (a)   langdurig toen Diana was geslaagd (juichen).

36.

Schrijf het werkwoord tussen haakjes in de juiste vorm

  1. Ik hoop dat het je niet al te veel (a)   (verbazen).

37.

Schrijf het werkwoord tussen haakjes in de juiste vorm

  1. Er (a)   hier vaak een discussie plaats (vinden).

38.

Schrijf het werkwoord tussen haakjes in de juiste vorm

  1. Hij heeft zijn brood vanmorgen niet (a)   (ontdooien).