Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling jaar 1

Total questions: 26

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

1 is de

a)

celwand

b)

celvand

c)

celmern

d)

celkern

2.

Wat zijn organellen?

a)

Het zelfde als een orgaan, zoals een lever of hart

b)

Dit zijn de organen van een plant

c)

een groep cellen met dezelfde vorm en functie

d)

de delen van een cel die een eigen functie hebben

3.

wat is de definitie van een weefsel?

a)

een cel met een bepaalde kleur en functie

b)

een groep cellen met dezelfde kleur en vorm

c)

een groep cellen met dezelfde kleur en functie

d)

een groep cellen met dezelfde vorm en functie

4.
Deze houten tafel is.....
a)
Levend
b)
Levenloos
c)
dood
d)
geen van de genoemde 3
5.
Op de afbeelding zie je een voorbeeld van ......
a)
een natuurgetrouwe tekening van een bloem
b)
een schematische tekening van een bloem
6.
Wat is geen levenskenmerk?
a)
Voeden
b)
Bewegen
c)
Slapen
d)
Voortplanten
7.

Kijk goed naar de afbeelding en maak de zin af. Dit zijn ...

a)

eencelligen en hebben geen celwand

b)

eencelligen en hebben een celwand

c)

meercelligen en hebben geen celwand

d)

meercelligen en hebben een celwand

8.

Kijk goed naar de afbeelding. Welk type cellen is dit?

a)

dieren

b)

planten

c)

schimmels

d)

bacteriën

9.

Welke cel zie je hier?

a)

Schimmel

b)

Bacterie

c)

Dier

d)

Plant

10.

Prokaryoten hebben geen celkern

a)

Waar

b)

Niet waar

11.

Je ziet hier een type gewricht uit het menselijk lichaam. Op welke twee plekken komt dit type gewricht voor?

a)

in je schedel en tussen je vingerkootjes

b)

tussen het spaakbeen en ellepijp en in de knie

c)

in de schouder en in de elleboog

d)

in de heup en in de schouder

12.

Welke twee onderdelen zorgen ervoor dat een gewricht soepel beweegt?

a)

het kraakbeenlaagje en het gewrichtskapsel

b)

de gewrichtskom en de gewrichtskogel

c)

gewrichtssmeer en het kraakbeenlaagje

d)

de kapselband en het gewrichtssmeer

13.

Welk gewrichtsonderdeel wordt bedoeld met nummer 1?

a)

gewrichtskapsel

b)

kraakbeenlaagje

c)

gewrichtssmeer

d)

kapselband

14.
Iets waar je zintuigen op reageren heet een ...
a)
Impuls
b)
Seintje
c)
Prikkel
d)
Zenuw
15.

pijnpunten komen alleen in je huid voor

a)

waar

b)

niet waar

16.
Zenuwen, ruggenmerg en hersenen vormen samen
a)
het skelet
b)
het orgaanstelsel
c)
het spierstelsel
d)
het zenuwstelsel
17.
Met welk nummer is het glasachtige lichaam aangegeven?
a)
11
b)
2
c)
8
d)
12
18.

Wat hoort er bij nummer 7?

a)

Gehoorgang

b)

Gehoorzenuw

c)

Buis van Eustachius

d)

Slakkenhuis

19.

Welk onderdeel van de stamper kan stuifmeelkorrels opvangen?

a)

De Stempel

b)

De Stijl

c)

Het Vruchtbeginsel

20.

Kelkbladeren zijn meestal....

a)

Opvallend gekleurd

b)

Groen

21.

Dit is een..

a)

Windbloem

b)

Insectenbloem

22.

De kelkbladeren hebben nummer

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

23.

Op welke manier verspreidt deze plant zijn zaden?

a)

Door de wind

b)

Door de plant zelf

c)

Door dieren

d)

Door het water

24.

Nummer 7, de binnenkant is de

a)

helmknop

b)

zaadhuid

c)

vruchtbeginsel

d)

zaadlob

25.

Het mannelijke deel van de plant is

a)

De bloem

b)

De stamper

c)

De stempel

d)

De meeldraad

26.

Planten hebben nodig:

a)

zuurstof

b)

koolstofdioxide

c)

zuurstof en koolstofdioxide