wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1e les NZ klas 2

Total questions: 25

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.
Een Organisme is......
a)
Iets wat nooit geleefd heeft
b)
Een levend wezen
c)
Een onderdeel van het menselijk lichaam
d)
De leer van het leven
2.
Iets wat  geleefd heeft ,noemen we .....
a)
levend
b)
levenloos
c)
dood
d)
bewegend
3.
Op de afbeelding zie je een voorbeeld van ......
a)
een natuurgetrouwe tekening van een bloem
b)
een schematische tekening van een bloem
4.
Tot de levenskenmerken behoren.......
a)
groeien,ademhalen,ruiken
b)
ademhalen,zich voeden,lopen
c)
uitscheiden,bewegen,ademhalen
d)
voortplanten,groeien,horen
5.

Kijk goed naar de afbeelding. Je ziet hier een voorbeeld van een ...

a)

levenscylus

b)

levensloop

6.

De ontwikkeling van een vlinder is een vorm van de levenskenmerken ...

a)

voeden en groeien

b)

voeden en ontwikkelen

c)

groeien en ontwikkelen

d)

metamorfose en gedaantewisseling

7.

Als een plant fotosynthese gaat doen, heeft deze de volgende stoffen nodig ...

a)

zuurstof en glucose

b)

water en zuurstof

c)

water en koolstofdioxide

d)

water en glucose

8.

Een plant kan fotosynthese doen in ...

a)

bladeren

b)

wortels

c)

bloemen

d)

zaden

9.

nummer 2 is... en heeft als taak...

a)

zaadlob, reservevoedsel

b)

kiemplant

c)

zaadhuid, bescherming

10.

Wat is groeien?

a)

Het langer en zwaarder worden van een organisme

b)

Het zwaarder worden van een organisme

c)

Het groter en zwaarder worden van een organisme

d)

Het langer en breder worden van een organisme

11.

welk orgaan is dit?

(a)  

12.

Welk orgaan is dit?

(a)  

13.

Welk orgaan is dit?

(a)  

14.

Waaruit bestaat het ademhalingsstelsel?

a)

slokdarm, long, neusholte, mondholte

b)

luchtpijp, long, neusholte, mondholte

c)

long, mond, hart, slokdarm

d)

bloedvaten, long, neusholte en maag

15.

Wat zijn organismen?

a)

planten en dieren

b)

schimmels

c)

mensen

d)

alles wat leeft

16.

Wat is de belangrijkste functie van het spierstelsel?

a)

Stevigheid

b)

Vervoeren van voedingsstoffen

c)

beweging mogelijk maken

d)

vervoeren van zuurstof

17.

Is het skelet een orgaan?

a)

ja

b)

nee

18.

Welke van de afgebeelde dieren zijn tweezijdig symmetrisch?

a)

Alleen de dieren 1 en 2

b)

Alleen de dieren 2 en 3

c)

Alleen de dieren 2 en 4

d)

Alleen de dieren 3 en 4

19.

Welk van de dieren hebben een skelet?

a)

Alleen de dieren 2 en 3

b)

Alleen de dieren 2 en 4

c)

Alleen de dieren 2, 3 en 4

d)

Alle dieren

20.

Welk type skelet heeft dit dier?

a)

Geen skelet

b)

Uitwendig skelet

c)

Inwendig skelet

21.

Waar staat een plaatje van de rode biet

a)
b)
c)
d)
22.

Waar staat de koolrabi?

a)
b)
c)
d)
23.

Kijk goed naar de afbeelding. Welke cel is cel nummer 4?

a)

bacterie

b)

schimmel

c)

plant

d)

dier

24.

Glucose wordt NIET gemaakt in

a)

bladeren

b)

wortels

c)

stengel

d)

bloem

25.

Een plant neemt water op met

a)

bladeren

b)

wortels

c)

stengel

d)

bloem