wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

M3 Organen en cellen 1.1 t/m 1.4

Total questions: 25

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Geef aan wat het grootste is?

a)

Cellen

b)

Orgaanstelsel

c)

Orgaan

d)

Organisme

2.

Geef aan wat het kleinste is?

a)

Cellen

b)

Orgaanstelsel

c)

Orgaan

d)

Organisme

3.

Bij welke onderdeel horen de longen?

a)

Cellen

b)

Orgaanstelsel

c)

Orgaan

d)

Organisme

4.

De dunne darm is onderdeel van...

a)

Het verteringstelsel

b)

Het spierstelsel

c)

Het bloedvatenstelsel

d)

Het ademhalingsstelsel

5.

Welk orgaanstelsel zie je op de afbeelding?

a)

Verteringsstelsel

b)

Spierstelsel

c)

Beenderstelsel

d)

Bloedvatenstelsel

6.

Welk orgaanstelsel zie je op de afbeelding?

a)

Verteringsstelsel

b)

Beenderstelsel

c)

Spierenstelsel

d)

Bloedvatenstelsel

7.

Wat is een weefsel?

a)

Een ander woord voor orgaan

b)

Een groep organen bij elkaar

c)

Alle cellen in ons lichaam

d)

Een groep cellen met dezelfde vorm en functie

8.

Wat is tussencelstof?

a)

Een stof die tussen de cellen van weefsels zit

b)

Een stof die tussen verschillende weefsels zit

c)

Een ander woord voor weefsel

d)

Een orgaan

9.

Nummer 7 verwijst naar

a)

Objectief

b)

Lens

c)

Oculair

d)

Tubus

10.

Nummer 5 verwijst naar

a)

Condensor

b)

Diafragma

c)

Lampje

11.

De totale vergroting bereken je door

a)

De vergrotingen van de oculair en objectief te vermenigvuldigen

b)

De vergrotingen van de oculair en objectief te delen

c)

De vergrotingen van de oculair en objectief op te tellen

d)

De vergrotingen van de oculair en objectief af te trekken

12.

Onderdeel 1 heet

a)

Cytoplasma

b)

Vacuole

c)

Kern

13.

Welke plastiden zitten er in een aardappel.

a)

Kleurstofkorrels

b)

Bladgroenkorrels

c)

Zetmeelkorrels

14.

Waar in een plantencel vind fotosynthese plaats?

a)

Celkern

b)

Cytoplasma

c)

Bladgroenkorrels

d)

Celwand

15.
wat veroorzaakt de gele kleur van de paprika?
a)
Plastiden
b)
Bladgroenkorrels
c)
Zetmeelkorrels
d)
Kleurstofkorrels
16.

De celkern is aangegeven met

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

7

17.

Je ziet hier een groep drinkende olifanten. Dit is een van de levenskenmerken. Andere levenskenmerken zijn...

a)

ademen en slapen

b)

bewegen en ademen

c)

slapen en ontwikkelen

d)

ontwikkelen en uitrusten

18.

Kijk naar de afbeelding. Hier wordt het levenskenmerk... uitgebeeld.

a)

ademen

b)

voeden

c)

ontwikkelen

d)

voortplanten

19.

Kijk goed naar de afbeelding. Welk orgaan is letter E?

a)

lever

b)

nier

c)

hart

d)

maag

20.
welke orgaan wordt aan gegeven met nr. 1
a)
slokdarm
b)
keel
c)
luchtpijp
d)
strot
21.
Welk orgaan wordt weergegeven met J?
a)
Lever
b)
Maag
c)
Alvleesklier
d)
Hart
22.
A. Tafel helemaal omlaag draaien en objectief 4x 
B. Tafel omhoog draaien met de grote schroef
C. Preparaat tussen de klemmen en lampje aan
D. Nauwkeurig scherpstellen met kleine schroef
E. Ongeveer scherpstellen met de grote schroef
Wat is de juiste volgorde?
a)
A - C - B - E - D
b)
A - B - C - D -E
c)
A - B - D -C -E
d)
B - A - C -E - D
23.

Wat is een gen?

a)

Een stukje van het DNA dat zorgt voor een specifieke erfelijke eigenschap.

b)

DNA

c)

Het membraan van de celkern.

d)

Een langgerekte dunne draad die voornamelijk bestaat uit DNA.

24.

Dit is een voorbeeld van een _____.

a)

cel

b)

weefsel

c)

orgaan

d)

orgaanstelsel

25.
Als ik kijk door een oculair van 10x en een objectief van 20x, dan heb ik een totale vergroting van 10 x 20 = 200x.
a)
Juist
b)
Onjuist