wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

4 kader- thema 8 planten

Total questions: 45

Worksheet time: 26mins

Name
Class
Date
1.

De plant staat in de zon en heeft genoeg water. De muis heeft reserves genoeg voor het experiment. Kan de muis blijven leven?

a)

ja

b)

nee

2.

Het proces waarbij suiker gemaakt wordt in de plant heet ..

a)

verbranding

b)

fotosynthese

3.

Het proces waarbij suiker verbruikt wordt in de plant heet ..

a)

verbranding

b)

fotosynthese

4.

In welke delen kan deze plant zuurstof maken?

a)

in de bladeren en de bladstelen

b)

in de wortels en de bladstelen

c)

in de bladeren en de wortels

d)

in alle zichtbare delen

5.

Wat nemen de wortels van een plant op?

a)

Water en afvalstoffen

b)

Alleen water

c)

Water en voedingsstoffen

d)

Alleen voedingsstoffen

6.

Wat zijn de 3 functies van wortels?

a)

1. water en voedingsstoffen opnemen

2. Reservevoedsel opslaan

3. Stevigheid

b)

1. water en voedingsstoffen opslaan

2. Insecten doden

3. Stevigheid

c)

1. Stevigheid

2. Fotosynthese aangaan

3. reservevoedsel opslaan

7.

Wortelharen mogen niet beschadigd raken. Waarom niet?

a)

Er groeien blaadjes uit

b)

Ze zijn belangrijk voor de opname van water

c)

Ze zorgen ervoor dat de plant goed warm blijft

8.

In de afbeelding zie je een wortelstelsel. In de grote cirkel wordt een deel van het wortelstelsel aangegeven met een liggende streep.

Welk deel is dit?

a)

Hoofdwortel

b)

Wortelharen

c)

Zijwortel

9.

Welke 2 functies hebben stengels

a)

1. Het transporteren van water en voedingsstoffen

2. Ze zorgen ervoor dat de plant rechtop blijft staan

b)

1. Ze zorgen voor reservevoedsel

2. Het transporteren van water en voedingsstoffen

10.

Het water uit de bodem moet bij de bladeren komen.

Welke route volgt het water vanuit de bodem?

a)

1. wortels

2. bladeren

3. stengels

b)

1. bladeren

2. stengels

3. wortels

c)

1. wortels

2. stengels

3. bladeren

11.

Bevatten kruidachtige planten wel of geen hout in de stengels?

a)

Wel

b)

Geen

12.

Planten waarvan de stengels hout bevatten noemen we:

a)

Kruidachtige planten

b)

Houtachtige planten

c)

Beide antwoorden zijn onjuist

13.

Bekijk de afbeelding van het blad.

Hoe heet onderdeel 1?

a)

Bladmoes

b)

Bladschijf

c)

Stengel

14.

Monique en Daniëlle hebben een discussie over fotosynthese. Monique zegt dat bij een plant in de natuur 24 uur per dag fotosynthese kan plaatsvinden.

Is deze bewering juist of onjuist?

a)

Juist

b)

Onjuist

15.

als er stuifmeelkorrels op de stempel zitten is er sprake van

a)

ongeslachtelijke voortplanting

b)

bevruchting

c)

bestuiving

d)

anti voortplanting

16.

Waar bevindt bevruchting plaats?

a)

op de stamper

b)

op de bij

c)

in de lucht

d)

in het zaadbeginsel

17.

Wat is de functie van meeldraden?

a)

het ontvangen van stuifmeel

b)

daar vindt de bevruchting plaats

c)

het afgeven van stuifmeel

d)

de plant beschermen

18.

Wat is hier afgebeeld?

a)

levenscyclus

b)

levensloop

c)

fotosynthese

19.

Water + 1 + licht = 2 + zuurstof

Wat moet worden ingevuld bij 1? en wat bij 2?

a)

1=Glucose, 2=Voedingsstoffen

b)

1=koolstofdioxide, 2=glucose

c)

1=voedingsstoffen, 2=glucose

d)

1=voedingsstoffen, 2=koolstofdioxide

20.

Welke stoffen heeft een plant nodig om fotosynthese te laten plaatsvinden?

a)

Glucose en koolstofdioxide

b)

Glucose en zuurstof

c)

Water en koolstofdioxide

d)

Water en zuurstof

21.

Wat is geen functie van wortels?

a)

De plant stevig vast zetten in de grond

b)

Water opnemen uit de grond

c)

Voedsel opnemen uit de grond

d)

Zuurstof maken

22.

In welk deel van de wortel wordt reservevoedsel vooral opgeslagen?

a)

Hoofdwortel

b)

Zijwortel

c)

Wortelhaar

d)

Stengel

23.

het onderdeel van de plantencel dat betrokken is bij de fotosynthese is:

a)

de vacuole

b)

de celwand

c)

de bladgroenkorrels

d)

cytoplasma

24.

de stamper van een bloem is:

a)

een mannelijk voortplantingsorgaan

b)

een vrouwelijk voortplantingsorgaan

c)

een ongeslachtelijk voortplantingsorgaan

d)

een geslachtelijk voortplantingsorgaan

25.

Hierboven zie je een soort ras. Welk orgaan van het gras is bruin/beige gekleurd?

a)

wortels

b)

blad

c)

stengel

d)

bloem

26.

fotosynthese vind plaats in het volgende onderdeel van de plant:

a)

de stengel

b)

de bloem

c)

bladmoes

d)

de wortels

27.

Een plant gebruikt zijn bladeren om de volgende stof op te nemen uit de lucht:

a)

zuurstof (O2)

b)

koolstofdioxide (CO2)

c)

water (H2O)

d)

Glucose

28.

In welk nummer vindt fotosynthese plaats?

a)

11

b)

12

c)

14

d)

18

29.

Kan een plant water opnemen via de huidmondjes en koolstofdioxide

a)

Alleen water wordt opgenomen via de huidmondjes

b)

Water en koolstofdioxide worden opgenomen via de huidmondjes

c)

Alleen koolstofdioxide wordt opgenomen via de huidmondjes

d)

Geen van beide stoffen wordt opgenomen via de huidmondjes

30.

Welk orgaan heeft deze taak:

Nemen water en mineralen op uit de bodem, zetten de plant vast in de bodem.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

31.

De buitenkant van een plantencel heet

a)

vacuole

b)

celwand

c)

celkern

d)

celmembraan

32.

Van welke vaten is dit:

Hierdoor stroomt water met mineralen uit de wortels omhoog.

a)

Houtvaten

b)

Bastvaten

33.

Beschrijf fotosynthese in je eigen woorden

4 lines
34.

Dit is een voorbeeld van

a)

Geslachtelijke voortplanting

b)

Ongeslachtelijke voortplanting

c)

Geslachtelijke en ongeslachtelijke voortplanting

d)

Geen voortplanting

35.

Dit is een voorbeeld van

a)

Geslachtelijke voortplanting

b)

Ongeslachtelijke voortplanting

c)

Geslachtelijke en ongeslachtelijke voortplanting

d)

Geen voortplanting

36.

Dit is een

a)

windbloem

b)

insectenbloem

c)

geen bloem

d)

kabloem

37.

Dit is een

a)

windbloem

b)

insectenbloem

c)

geen bloem

d)

kabloem

38.

Nummer 8 is een

a)

kelkblad

b)

meeldraad

c)

stamper

d)

kroonblad

39.

Je kunt windbloemen herkennen aan

a)

korte meeldraden

b)

gekleurde kroonbladeren

c)

een lekkere geur

d)

lange meeldraden

40.

Let op, drie antwoorden goed! Voor de fotosynthese heb je nodig

a)

Water

b)

glucose

c)

koolstofdioxide

d)

zonlicht

41.

Op dit plaatje

a)

Is er wel bestuiving maar nog geen bevruchting

b)

Is er wel bestuiving en ook bevruchting geweest

c)

Is er geen bestuiving maar wel bevruchting geweest

d)

Is er geen bestuiving en geen bevruchting geweest

42.
Wat is een kiem?
a)
Een jong plantje.
b)
Een plant met een éénjarige levenscyclus.
c)
Deel van een zaad met reservevoedslel.
d)
Het begin van een nieuw plantje.
43.

Op dit plaatje zie je

a)

bestuiving

b)

bevruchting

c)

bevlekking

44.

De zaadcellen van een plant worden gemaakt in de meeldraden. Dat is nummer

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

5

45.

Een stamper is een vrouwelijk geslachtsorgaan. Wat is juist?

a)

LINKS heeft een stamper, RECHTS niet

b)

LINKS heeft een stamper, RECHTS ook

c)

LINKS heeft geen stamper, RECHTS ook niet

d)

LINKS heeft geen stamper, RECHTS wel