wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 1 - Level 2

Total questions: 15

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een van de nadelen van het kopen van buitenlandse producten?

a)

Ze zijn goedkoper

b)

Het zorgt voor meer vervuiling door transport

c)

Ze zijn verser

d)

Ze verbeteren de lokale economie

2.

Welke van volgende producten worden niet in België geproduceerd?

a)

Peren

b)

Witloof

c)

Aardappelen

d)

Bananen

3.

Waarom kopen sommige belgen producten in het buitenland?

a)

Beter voor het milieu

b)

Goedkoper door lagere BTW-tarieven en accijnzen

c)

Beter voor de Belgische economie

d)

Betere kwaliteit

4.

Wat is de eurozone?

a)

Handelszone voor fruit

b)

Een groep lanen met de euro als officiële munteenheid

c)

Een netwerk van niet-gouvernementele organisaties

d)

Een zone met lage belastingen

5.

Wat is het gevolg van productie in lageloonlanden?

a)

De lonen zijn er hoog

b)

De producten woorden duurder

c)

Er is meer werkgelegenheid, maar slechte werkomstandigheden

d)

Het verbetert de lokale economie aanzienlijk

6.

Wat zijn voorbeelden van Belgische exportproducten?

a)

Chocolade en diamanten

b)

Appels en mangos

c)

Vlees en tomaten

d)

Auto's en aardbeien

7.

Welk voordeel heeft lokaal aankopen voor het milieu?

a)

Minder transport en CO2-uitstoot

b)

Hogere kwaliteit

c)

Minder verpakkingsmateriaal

d)

Lagere kosten voor de consument

8.

Welke munteenheid wordt gebruikt in Zwitserland?

a)

Dollar

b)

Euro

c)

Zwitserse Frank

d)

Britse Pond

9.

Welke landen zijn grote fruitexporteurs naar Europa?

a)

Australië en Canada

b)

Ecuador en Midden-Amerika

c)

China en Japan

d)

Rusland en India

10.

Wat doet een ngo?

a)

Beschermt bedrijven tegen belasting

b)

Helpt overheden met milieubescherming

c)

Richt zich op maatschappelijke belangen zoals gezondheid en mensenrechten

d)

Verbetert de werkomstandigheden in België

11.

Lokaal aankopen betekent dat je altijd biologisch en onverpakt koopt?
Antwoord met juist/fout

4 lines
12.

De scheepvaart veroorzaakt veel milieuvervuiling door gebruik van bunkerolie.

Antwoord met juist/fout

4 lines
13.

Het is duurder om producten in België te produceren dan in lageloonlanden.

Antwoord met juist/fout

4 lines
14.

De eurozone bestaat uit landen die de Amerikaanse dollar gebruiken.

Antwoord met juist/fout

4 lines
15.

Het kopen van binnenlandse producten draagt bij aan de werkgelegenheid in België.

Antwoord met juist/fout

4 lines