wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2KM - H1 Bevolking Herhaling P1.1 t/m 1.4 en p1.8

Total questions: 29

Worksheet time: 50mins

Name
Class
Date
1.

Hoeveel inwoners heeft de wereld op dit moment?

a)

8 Miljard

b)

8 Miljoen

c)

500 Miljoen

d)

14 Miljard

2.

Op welk continent in de wereld komen in de volgende jaren de meeste mensen bij?

a)

Azië

b)

Afrika

c)

Europa

d)

Noord-Amerika

3.

Hoeveel wereldbewoners zullen er naar schatting zijn in 2050?

a)

2.5 Miljard

b)

8 Miljard

c)

10 Miljard

d)

400 miljoen

4.

Bekijk de kaart.

Geef aan goed of fout:

De bevolkingsspreiding in Nederland is gelijk.

a)

Goed

b)

Fout

5.

Bekijk de kaart.

Geef aan goed of fout:

De bevolkingsdichtheid is hoog in het westen van Nederland

a)

Goed

b)

Fout

6.

Bekijk de kaart.

Geef aan goed of fout:

In de provincie Groningen heeft een lagere bevolkingsdichtheid dan de provincie Zuid-Holland

a)

Goed

b)

Fout

7.

Wat zijn redenen waarom een gebied dunbevolkt kan zijn? (meerdere antwoorden goed)

a)

Het gebied ligt aan de kust of rivieren.

b)

Het gebied heeft een aantrekkelijk klimaat.

c)

Het gebied is te koud of te warm

d)

Het gebied is moeilijk bereikbaar

8.

Wat is het verschil tussen Push en Pull factoren?

a)

Pull factoren dwingen mensen weg, terwijl push factoren mensen aantrekken naar een nieuwe locatie.

b)
Push factoren dwingen mensen weg, terwijl pull factoren mensen aantrekken naar een nieuwe locatie.
9.

Armoede, werkeloosheid en oorlog zijn een voorbeeld van .......

a)

Push-factoren

b)

Pull-factoren

10.

Wanneer een land welvarender wordt (stijgt/daalt) de bevolkingsgroei

a)

Daalt

b)

Stijgt

11.

Wat is een kenmerk van een dichtbevolkt gebied?

a)

Weinig infrastructuur

b)

Goede werkgelegenheid en voorzieningen

c)

Lage huizenprijzen

d)

Veel landbouwgrond

12.

Wat is de belangrijkste reden voor de hoge bevolkingsdichtheid in steden?

a)

Het milde klimaat

b)

De concentratie van banen en voorzieningen

c)

De aanwezigheid van landbouwgrond

d)

De hoeveelheid natuurgebieden

13.

Welke factor kan het geboortecijfer in een land doen stijgen?

a)

Hogere inkomens

b)

Hogere sterftecijfers

c)

Betere gezondheidszorg

d)

Toenemende vergrijzing

14.

Juist of onjuist: Een sterfteoverschot betekent dat er meer geboortes zijn dan sterfgevallen

a)

Juist

b)

Onjuist

15.

Juist of onjuist: Een land met een hoog sterftecijfer heeft automatisch een negatieve bevolkingsgroei.

a)

Juist

b)

Onjuist

16.

Wat is de invloed van een hoog geboortecijfer op de bevolkingsgroei?

a)

De bevolking blijft stabiel

b)

Er is geen invloed op de bevolking

c)

De bevolking neemt af

d)

De bevolking groeit

17.

Wat is de vorm van deze bevolkingsgrafiek?

a)

Granaat

b)

Urn

c)

Piramide

18.

Wat is de vorm van deze bevolkingsgrafiek?

a)

Piramide

b)

Urn

c)

Granaat

19.

Geef aan juist of onjuist:

Bij deze bevolkingsgrafiek zijn er meer jonge dan oude mensen

a)

Juist

b)

Onjuist

20.

Juist of onjuist: Een smalle top in een bevolkingsdiagram geeft aan dat er een hoge sterfte onder ouderen is.

a)

Juist

b)

Onjuist

21.

Bekijk de afbeelding over de bevolkingsontwikkeling van Amstelveen.

Geef aan juist of onjuist:

Vanaf 2010 tot 2020 heeft Amstelveen alleen maar sterfteoverschot gehad.

a)

Juist

b)

Onjuist

22.

Bekijk de afbeelding over de bevolkingsontwikkeling van Amstelveen.

Geef aan juist of onjuist:

In 2020 had Amstelveen een hoger sterftecijfer dan geboortecijfer.

a)

Juist

b)

Onjuist

23.

Welke kenmerken kunnen je identiteit bepalen?

(2 zijn antwoorden goed)

a)

Land

b)

Interesse/hobby

c)

Hand waarmee je schrijft

d)

Dat je een elektrische fiets hebt

24.

Welk begrip past het beste bij deze afbeelding?

a)

Zichtbaar cultuur kenmerk

b)

Onzichtbaar cultuur kenmerk

c)

Multiculturele samenleving

d)

Integratie

25.

Welk van de volgende onderdelen hoort bij een onzichtbaar cultuur kenmerk?

(2 antwoorden goed)

a)

Voedsel

b)

Kleding

c)

Taal

d)

Godsdienst

26.

Welke zin is goed?

a)

Integratie is het opnemen van bevolkingsgroepen met een eigen cultuur in een samenleving

b)

Integratie is een samenleving waarin veel groepen mensen met verschillende culturen samen wonen

27.

Bekijk de afbeelding.

Om welke vorm van migratie gaat het hier?

Iemand verhuist van Utrecht naar Noordwijk aan Zee.

a)

Binnenlandse migratie

b)

Buitenlandse migratie

28.

Bij migratie gaat het om het verhuizen van het ene gebied naar het andere gebied.

Welke hindernissen zijn er niet voor binnenlandse migranten maar wel voor buitenlandse migranten?

a)

Geld

b)

Grenzen en regels

c)

Natuur (meren of zeeën)

d)

Afstand

29.

Deze bevolkingsgrafiek hoort bij een ...

a)

Rijk land

b)

Arm land