Font size
Worksheets2H H1
Total questions: 66
Worksheet time: 1hrs 10mins
Vertaal:
la rentrée
de ruzie
het vliegtuig
de eerste schooldag
de kerk
Vertaal:
de ruzie
(a)
Vertaal:
la piscine
het vliegtuig
de ruzie
de eerste schooldag
het zwembad
Vertaal onderstaande zin naar het Nederlands.
Oui, j'ai passé de bonnes vacances.
Vertaal:
vertellen
parler
raconter
rencontrer
voir
Phrases-clés
Geef antwoord in het Frans op de vraag.
Tu as été où ?
Vertaal:
de vrijheid
(a)
Vertaal:
geweldig
formidable
nul
terrible
trop
Vertaal:
pendant
tijdens
want
waarom
te veel
Vertaal onderstaande zin naar het Nederlands.
Vous avez fait du camping ?
Vertaal:
aankomen
(a)
Vertaal:
en Angleterre
in België
in Spanje
in Duitsland
in Engeland
Vertaal:
ontdekken
(a)
Geef antwoord in het Frans op de vraag.
Qu'est-ce que tu as fait cet été ?
Vertaal:
de jongere
le/la jeune
la sœur
le garçon
le frère
Vertaal:
het eiland
la montagne
l'ile
la mer
l'avion
Vertaal:
waarom
(a)
Vertaal:
uiteindelijk
car
enfin
trop
pendant
Vertaal onderstaande zin naar het Nederlands.
C'était comment ?
Vertaal:
le temps
het weer
het station
de ruzie
de kerk
Vertaal:
het meisje
(a)
Geef antwoord in het Frans op de vraag.
Tu as parlé allemand ?
Vertaal:
ontmoeten
raconter
voir
arrêter
rencontrer
Vertaal:
in de winter
(a)
Vertaal:
la gare
de jongere
het station
de week
het verhaal
Vertaal:
want
(a)
Vertaal onderstaande zin naar het Nederlands.
J'ai été à la plage avec mes copains.
Vertaal:
moe
important
trop
fatigué
nul
Vertaal:
stoppen
voir
parler
arrêter
dormir
Vertaal:
dormir
slapen
zien
stoppen
ontdekken
Vertaal:
au printemps
in de lente
in de herfst
in de zomer
in de winter
Vertaal:
de berg
(a)
Vertaal:
allemand
Duits
Engels
Spaans
Nederlands
Vertaal:
huren
dormir
arriver
louer
voir
Vertaal:
zien
(a)
Vertaal:
d'abord
eerste
ten eerste
laatste
uiteindelijk
Geef antwoord in het Frans op de vraag.
Tu as visité Paris ?
Vertaal:
uitleggen
(a)
Vertaal:
en automne
in de lente
in de herfst
in de winter
in de zomer
Vertaal:
Spaans
(a)
Vertaal:
het dorp
l'église
la ville
le village
le château
Vertaal:
in Nederland
(a)
Vertaal:
l'histoire
de kerk
het verhaal
het kasteel
de ruzie
Geef antwoord in het Frans op de vraag.
Tu as passé de bonnes vacances ?
Vertaal:
ici
hier
daar
moe
waardeloos
Vertaal:
de reis
(a)
Vertaal:
prachtig
terrible
nul
formidable
magnifique
Vertaal:
duiken
nager
donner
faire la grasse matinée
faire de la plongée
Vertaal:
faire la grasse matinée
winkelen
duiken
uitslapen
zwemmen
Vul het juiste bezittelijke voornaamwoord in.
(mijn) ... sœur
mon
ma
ton
ta
Vul het juiste bezittelijke voornaamwoord in.
(jouw) ... amie
mon
ma
ton
ta
Vul het juiste bezittelijke voornaamwoord in.
(hun) ... amis
votre
vos
leur
leurs
Vul het juiste bezittelijke voornaamwoord in.
(haar) ... village
son
sa
ton
votre
Vul het juiste bezittelijke voornaamwoord in.
(jullie) ... sœur
notre
sa
ta
votre
Vul het juiste bezittelijke voornaamwoord in.
(onze) ... frères
ses
nos
leurs
vos
Vul het juiste bezittelijke voornaamwoord in.
(jouw) ... histoire
son
sa
ton
ta
Vul het juiste bezittelijke voornaamwoord in.
(mijn) ... voyage
son
mon
ton
votre
Vul het juiste bezittelijke voornaamwoord in.
(hun) ... piscines
sa
mes
votre
leurs
Vertaal:
Ik ben geweest
Vertaal:
Hij heeft gemaakt
Vertaal:
Wij hebben gepraat
Vertaal:
Jij hebt gehad
Vertaal:
U bent geweest
Vertaal:
Zij hebben gehad
Vertaal:
Jullie hebben gemaakt
Vertaal:
Zij heeft verteld
