wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Regeling 10.1 tm 10.4

Total questions: 24

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.
De hersenstam:
a)
regelt onbewuste levensprocessen en reflexen
b)
coördineert bewegingen en evenwicht
c)
Zet informatie vast in je geheugen
2.

De kleine hersenen:

a)

vindt bewustwording plaats

b)

worden onbewuste levensprocessen geregeld

c)

regelen reflexen

d)

zorgt voor de coördinatie van bewegingen en je evenwicht

3.
De grote hersenen:
a)
coördineren evenwicht en beweging
b)
Zijn verbonden met diverse hersencentra en zetten verwerkte informatie vast in het geheugen
c)
regelen onbewuste levensprocessen en reflexen
4.
Uit welke delen bestaat ons zenuwstelsel?
a)
Zenuwen en hersenen
b)
Centraal zenuwstelsel
c)
Zenuwen en centraal zenuwstelsel
d)
Zenuwen en zenuwcellen
5.
Bij de hersenen bevat het buitenste gedeelte (de schors) veel.....
a)
Cellichamen van schakelcellen
b)
uitlopers van schakelcellen
c)
Zowel cellichamen als uitlopers van schakelcellen
6.

Een gezond persoon doet de Ict Bucket Challenge en gooit een emmer ijswater over zijn hoofd. Hij wordt zich bewust van de kou. In welk deel van de hersenen gebeurt dit?

a)

Grote hersenen

b)

Hersenstam

c)

Kleine hersenen

7.

In het merg liggen veel ...

a)

cellichamen van schakelcellen.

b)

uitlopers van schakelcellen.

8.

Het merg is het grijze gedeelte van de grote en kleine hersenen.

a)

juist

b)

onjuist

9.

De schors is het grijze gedeelte van de grote en kleine hersenen.

a)

juist

b)

onjuist

10.

Enkele delen van het zenuwstelsel zijn:

1. Ruggenmerg

2. Hersenstam

3. Gevoelszenuwcel

4. Grote en/of kleine hersenen


Je ruikt als je de gymzaal binnenkomt een zweetlucht. Welke volgorde is juist?

a)

3 - 1 - 2 - 4

b)

3 - 2 - 4

c)

3 - 1 - 4 - 2

d)

1 - 3 - 2 - 4

11.

Welk onderdeel van de hersenen wordt aangegeven met nummer 3?

(a)  

12.

Welk onderdeel van de hersenen wordt aangegeven met nummer 2?

(a)  

13.
Hoeveel soorten zenuwcellen bestaan er?
a)
1
b)
2
c)
3
d)
4
14.

Waar of niet waar? Je bent pas bewust van iets van buitenaf als het signaal in je grote hersenen is verwerkt

a)

Waar

b)

Niet waar

15.

De ooglidreflex kan ook optreden als de buitenste laag van de ogen te droog wordt. De zenuwuiteinden in de buitenste laag van het oog worden dan geprikkeld.


Van welk type zenuwcellen maken deze zenuwuiteinden deel uit?

a)

van bewegingszenuwen

b)

van gevoelszenuwen

c)

van schakelcellen

16.

Welke volgorde is de juiste?

a)

Prikkel --> zintuig --> gevoelszenuwcel --> centrale zenuwstelsel --> bewegingszenuwcel --> spier of klier

b)

Prikkel --> zintuig --> bewegingsszenuwcel --> centrale zenuwstelsel --> gevoelszenuwcel --> spier of klier

17.

Welke onderdelen behoren tot het centraal zenuwstelsel

a)

Ruggenmerg

b)

Hersenen

c)

Zenuwen

18.

Welk begrip hoort bij de volgende beschrijving: Een elektrisch signaal dat wordt afgegeven door zenuwcellen en wordt doorgegeven aan het zenuwstelsel.

a)

Hersenen

b)

Impuls

c)

Prikkel

d)

Zintuigcellen

19.

Als een spier of klier wordt aangestuurd gebeurt dit door een ..

a)

schakelzenuwcel

b)

gevoelszenuwcel

c)

bewegingszenuwcel

20.

Je telefoon gaat af en je pakt met je hand de telefoon op. Wat is hier de prikkel?

a)

Je telefoon

b)

Het geluid van de telefoon

c)

Je hand die de telefoon oppakt.

21.

Wat voor zenuwcel is dit?

a)

Gevoelszenuwcel

b)

Bewegingszenuwcel

c)

Schakelcel

22.

Wat voor zenuwcel is dit?

a)

Gevoelszenuwcel

b)

Bewegingszenuwcel

c)

Schakelcel

23.

Waar bevindt het cellichaam van de bewegingszenuwcel?

a)

Bij de spieren

b)

In het centraal zenuwstelsel

c)

Bij de zintuigen

24.

Waar bevindt zich het ruggenmerg?

a)

In de schedel

b)

In de wervelkolom

c)

In je bekken

d)

In je opperarmbeen