Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Reformatie

Total questions: 79

Worksheet time: 49mins

Name
Class
Date
1.

Door wie werd het Calvinisme opgericht?

a)

Johannes de Doper

b)

Johannes Calvijn

c)

Johannes Hus

d)

Calvin Klein

2.

Bij welke stroming hoort het Calvinisme?

a)

Lutheranisme

b)

Katholicisme

c)

Protestantisme

d)

Soefisme

3.

Waar komt het Calvinisme het meeste voor?

a)

Azië

b)

Amerika

c)

Oost-Europa

d)

West-Europa

4.

Waardoor konden de ideeën van Maarten Luther snel en ver verspreid worden?

a)

Hij stuurde missionarissen naar andere landen

b)

Hij schreef zijn stellingen in het Latijn

c)

Hij had veel machtige vrienden

d)

De boekdrukkunst kwam op

5.

Wat is een aflaat?

a)

Een manier om tegen betaling in de hemel te komen als je hebt gezondigd

b)

Een reservering voor een plaats in de kerk

c)

Een kledingstuk van de Paus

d)

Een manier om een stuk land van de kerk te kunnen kopen

6.

Wat moet volgens de Lutheranen de basis zijn van het geloof?

a)

De tradities van de kerk

b)

Het Oude Testament

c)

De Bijbel

d)

De opvattingen van de Paus

7.

Door welke uitvinding werden de ideeën van Maarten Luther sneller verspreid?

a)

De boekdrukkunst

b)

De radio

c)

Het schrift

d)

De fiets

8.

Welke theoloog kreeg in de Nederlanden veel aanhangers?

a)

Luther

b)

Calvijn

c)

Zwingli

d)

Gregorius

9.

Waar heeft Maarten Luther geen kritiek op?

a)

De aflatenhandel

b)

De geestelijken die zich niet aan de regels van de kerk houden

c)

Het gewone volk dat zelf de Bijbel leest

d)

De rijkdom in de kerken

10.

Luther vond dat de vorst zelf mocht bepalen welk geloof in zijn land mocht worden uitgeoefend.

a)

Juist

b)

Onjuist

11.

Welke gebeurtenis zie je hierboven?

a)

De bestorming van de Bastille

b)

De Beeldenstorm

c)

De slag bij Nieuwpoort

d)

De moord op Willem van Oranje

12.
Wat is een aflaat?
a)
een briefje dat je kreeg van de kerk, als je goed geloofde
b)
een briefje dat je kreeg als je een zonde had begaan
c)
Een briefje dat je kon kopen, in ruil voor een plekje in de hemel
d)
een briefje dat je van Luther kreeg, als je hem hielp
13.
Wat is een ketter?
a)
Een ketter is iemand die niet leeft volgens de regels van de kerk
b)
Een ketter is iemand die gemarteld werd voor de waarheid
c)
Een ketter is iemand die opkwam voor de katholieke kerk
d)
Een ketter is iemand die in opstand komt tegen de protestanten
14.
Van wie is deze kerk?
a)
Katholieke kerk
b)
Protestantse kerk
15.

Waar had Luther geen kritiek op bij de katholieke kerk?

a)

Levensstijl geestelijken

b)

Verkoop aflaten

c)

Bidden

d)

Vertaling Bijbel

16.

Was het Luther zijn bedoeling om te breken met de kerk?

a)

Ja

b)

Nee

17.

Van wie is deze kerk?

a)
Katholieke kerk
b)
Protestantse kerk
18.

Een priester in bed met een prostituee is niet ok, geestelijken moeten zich immers houden aan het (a)  

19.

Een briefje dat je kon kopen om je zonden te doen vergeven noemen we een (a)  

20.

Wie is deze persoon?

a)

Calvijn

b)

Hendrik VIII

c)

Vesalius

d)

Erasmus

21.

Wat was volgens Luther de enige bron van het geloof?

(a)  

22.

Welk begrip hoort bij de volgende omschrijving?

Iemand die belangrijke delen van de officiële leer van de katholieke kerk afwijst.

(a)  

23.

In welk jaar maakte Maarten Luther een lijst van alle fouten in de kerk?

a)

1485

b)

1502

c)

1517

d)

1568

24.

Welke bewering is juist?

a)

Dankzij de boekdrukkunst nam de kritiek op de katholieke kerk toe

b)

De paus mocht zijn functie houden volgens Luther

c)

Er waren veel Lutheranen in het Duitse Rijk

d)

Karel V was één van de bekende hervormers

25.

Welk begrip hoort bij de volgende omschrijving?

Iemand die het niet eens is met de leer van de katholieke kerk en die heeft gekozen voor de leer van een hervormer.

(a)  

26.

Welk woord hoort niet in het rijtje thuis?

a)

Paus

b)

Reformatie

c)

Lutheranen

d)

Calvinisten

27.

Wel begrip hoort bij de volgende omschrijving?

Het ontstaan van nieuwe, protestantse kerken naast de katholieke kerk, als gevolg van de kritiek van hervormers.

(a)  

28.

Welk begrip hoort bij de volgende omschrijving?

Het ontstaan van nieuwe, protestantse kerken naast de katholieke kerk, als gevolg van de kritiek van hervormers

(a)  

29.
Is de tekenaar van deze afbeelding een voorstander of tegenstander van Maarten Luther?
a)
Voorstander
b)
Tegenstander
30.

Welke uitspraken passen bij de ideeën van Maarten Luther?

a)

Iedereen moet de Bijbel kunnen lezen, niet alleen de mensen die Latijn kennen.

b)

Als je een aflaat koopt, vergeeft God je jouw fouten.

c)

De Bijbel is in het Latijn geschreven. Dat moet zo blijven.

d)

Alleen de priester kan de Bijbel uitleggen.

31.

Door welke uitvinding werden de ideeën van Maarten Luther sneller verspreid?

(a)  

32.
Maarten Luther
a)
Katholiek
b)
Protestant
c)
Beiden
33.
Rooms
a)
Katholiek
b)
Protestant
c)
Beiden
34.
Veel macht
a)
katholiek
b)
protestants
c)
beiden
35.
De Paus
a)
Katholiek
b)
Protestants
c)
Beiden
36.
Rome
a)
Katholiek
b)
Protestants
c)
beiden
37.
1566, Beeldenstorm
a)
Katholiek
b)
Protestants
c)
beiden
38.
Karel V
a)
Katholiek
b)
Protestants
c)
Beiden
39.
Filips II
a)
Katholiek
b)
Protestants
c)
Beiden
40.
Eenvoudig geloof zonder kunstwerken en beelden.
a)
Katholiek
b)
Protestants
c)
Beiden
41.
Erasmus
a)
Katholiek
b)
Protestants
c)
Beiden
42.
Aflaten
a)
Katholiek
b)
Protestants
c)
beiden
43.
Beelden en kunstwerken
a)
Katholiek
b)
Protestants
c)
Beiden
44.
Christendom
a)
Katholiek
b)
Protestants
c)
Beiden
45.
splitsing van de kerk
a)
Katholiek
b)
Protestants
c)
beiden
46.
Hervorming betekent:...
a)
Niet iedereen is katholiek
b)
Niet iedereen is protestants
c)
Beiden
47.

Luther vond dat de vorst zelf mocht bepalen welk geloof in zijn land mocht worden uitgeoefend.

a)

Juist

b)

Onjuist

48.

Luther vindt dat je een vorst, die zijn land niet volgens de Bijbel bestuurt, niet hoeft te gehoorzamen.

a)

Juist

b)

Onjuist

49.
Is de tekenaar van deze afbeelding een voorstander of tegenstander van Maarten Luther?
a)
Voorstander
b)
Tegenstander
50.

Welke zin is juist?

a)

Katholieken zijn niet christelijk.

b)

Katholieken vereren veel heiligen.

c)

Katholieken vereren geen heiligen.

51.
Wat is een 'hervormer'
a)
Een ambachtsman die producten een andere vorm wil geven
b)
Iemand die de katholieke kerk wil veranderen, vernieuwen.
c)
Een lid van de adel
d)
Een leider van de boeren
52.
Welke uitspraak past bij de ideeën van Maarten Luther?
a)
Als je een aflaat koopt, vergeeft God je jouw fouten.
b)
De Bijbel is in het Latijn geschreven. Dat moet zo blijven.
c)
Iedereen moet de Bijbel kunnen lezen, niet alleen de mensen die Latijn kennen.
53.
Wat is een ketter?
a)
Een ketter is iemand die niet leeft volgens de regels van de kerk
b)
Een ketter is iemand die gemarteld werd voor de waarheid
c)
Een ketter is iemand die opkwam voor de katholieke kerk
d)
Een ketter is iemand die in opstand komt tegen de protestanten
54.

Check H5: Wat zijn 'protestanten'? 

a)

Mensen die het eens waren met de ideeën van de hervormers als Luther en Calvijn. 

b)

Mensen die het eens waren met de ideeën van de priesters en de paus in Rome

c)

Mensen die protesteren tegen de koningen en de geestelijken 

55.

Zet de volgende (verkorte) kenmerkende aspecten in de juiste volgorde

a)

De Reformatie

b)

de Overzeese Europese Expansie

c)

De opkomst van wereldeconomie en handelskapitalisme

d)

De Verlichting

e)

De Industriële Revolutie

1)
2)
3)
4)
5)
56.

De paus hoort bij de Rooms-katholieke kerk.

a)

dat is juist

b)

dat is niet juist

57.

hervorming van de kerk betekent...

a)

Naast katholieken waren er ook protestanten

b)

Katholieken bestaan niet meer.

c)

Protestanten wilden katholiek worden

58.

Onderwijs en opvoeding is volgens humanisten niet zo belangrijk. Het gaat om het geloof in God.

a)

Juist

b)

Onjuist

59.
Verandering van de kerk in twee delen: Katholiek en Protestant noemen we ...
a)
restauratie
b)
veranderen
c)
hervorming
d)
Renaissance
60.
Maarten Luther was een...
a)
wetenschapper
b)
uitvinder
c)
monnik
d)
alle drie
61.

Wat wordt er bedoeld met ratio?

a)

Een nieuwe uitvinding uit de 18e eeuw

b)

De rede (gezond) verstand

c)

Dat is een ander woord voor Renaissance

d)

Dat mensen niet voor zichzelf dachten

62.

Welke religie had Karel de Vijfde?

a)

Protestant

b)

Katholiek

63.

Wat past niet bij het humanisme?

a)

Inspiratie uit klassieke werken

b)

De mens en haar ontwikkeling staan centraal

c)

Kritiek op de samenleving

d)

Inspiratie uit de Bijbel

64.

Past deze opvatting bij een humanist?

De mens heeft maar een beperkt verstand. Daarom is het goed te doen wat belangrijke politieke en geestelijke leiders ons voorhouden.

a)

Juist

b)

Onjuist

65.

De uitspraak 'Haal het beste uit jezelf' is typisch voor humanisten

a)

Juist

b)

Onjuist

66.

De geschiedenis van het humanisme past aan het einde van de middeleeuwen. Welke jaartallen horen bij de middeleeuwen?

a)

100 - 500

b)

500 - 1000

c)

500 - 1500

d)

1000 - 1500

67.

Wie zie je op de afbeelding?

(a)  

68.

De uitspraak Memento Mori past bij de Renaissance

a)

Juist

b)

Onjuist

69.

De humanisten hadden met name veel bewondering voor:

a)

De Grieken en Romeinen

b)

De Gothiek

c)

De geestelijkheid

d)

De adel

70.

Renaissance of Middeleeuwen?

a)

Middeleeuwen

b)

Renaissance

71.

Renaissance of Middeleeuwen?

a)

Renaissance

b)

Middeleeuwen

72.

Middeleeuwen of Renaissance (let op de details!)

a)

Middeleeuwen

b)

Renaissance

73.

Bij welke tijdsgeest past het mens en wereldbeeld; 'Memento Mori'?

(a)  

74.

Wat hoort niet bij de stroming van het humanisme?

a)

geleerden

b)

studie van klassieke teksten

c)

alles klakkeloos aannemen

d)

mens belangrijk

e)

Erasmus

75.

Wat past niet bij de Rotterdammer Erasmus?

a)

Lof der Zotheid

b)

Wilde geloof zuiveren

c)

Vertaalde Nieuwe Testament

d)

Splitste zich af van de Kerk van Rome

e)

Ontdekte dat Bijbel die de kerk gebruikte vol fouten zat

76.

Bij welke tijdsgeest hoort het volgende mens- en wereldbeeld? 'Carpe Diem'

(a)  

77.

Deze uitvinding heeft bijgedragen aan de verspreiding van het humanisme.

a)

Telescoop

b)

Microscoop

c)

Boekdrukkunst

d)

Pen

78.

Wat zijn humanisten?

a)

Geestelijken uit de middeleeuwen die opzettelijk fouten maakten in bijbelvertalingen

b)

Gildemeesters die hun gezellen opleidden tot werknemers

c)

Geleerden uit de tijd van de Renaissance, die teksten uit de oudheid bestudeerden en vertaalden

79.

Wat betekent Carpe Diem letterlijk?

a)

Gedenk te sterven

b)

Pluk de dag

c)

Morgen weer een dag