Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3H H2.1 Soorten krachten

Total questions: 15

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

De eenheid van kracht is

a)
Newton
b)
Joule
c)
Kelvin
d)

F

2.

Krachten kunnen

a)
de kleur van een voorwerp veranderen
b)
de temperatuur van een voorwerp veranderen
c)
de snelheid van een voorwerp veranderen
d)
niets aan een voorwerp veranderen
3.

Zwaartekracht werkt omhoog.

a)

Waar

b)

Niet waar

4.

Welke kracht zorgt voor het bewegen van de schaatser?

a)

spierkracht

b)

zwaartekracht

c)

veerkracht

d)

wrijvingskracht

e)

elektrostatische kracht

5.

Welke kracht werkt in op de auto?

a)

zwaartekracht

b)

gewicht

c)

elektrostatische kracht

d)

magnetische kracht

e)

wrijvingskracht

6.

Wat is het symbool voor kracht?

a)

F

b)

N

c)

K

d)

S

7.

Fv is het symbool voor

a)

voorwerpkracht

b)

veerkracht

c)

valkracht

d)

verplaatsingskracht

8.

Fz = m * g met g = 9,8 en m in kg

Een massa van 500 gram heeft een zwaartekracht van

a)

490N

b)

4,9 N

c)

4900 N

d)

50 N

9.

Fz = m * g met g = 9,8

Op een voorwerp werkt een zwaartekracht van 1000N. De massa van het voorwerp is

a)

102 kg

b)

1000 kg

c)

1020 kg

d)

10,2 kg

10.

Welke verandering is er op getreden op het colablikje?

a)

Plastische vervorming

b)

Elastische vervorming

c)

Mechanische vervorming

d)

Kreukelvorming

11.

Welke kracht werkt er in de kabels van de hijskraan?

a)

hijskracht

b)

veerkracht

c)

trekkracht

d)

spankracht

12.

Hoeveel wijst deze krachtmeter aan?

a)

1,5 N

b)

1,25 N

c)

6,25 N

d)

2,5 N

13.

Het symbool voor zwaartekracht is

a)

Fzw

b)

Fzwaar

c)

Fz

d)

Fg

14.

De vormverandering van een binnenband van de fiets als je die oppompt is

(a)  

15.

Het symbool van spankracht is

a)

S

b)

Fspanning

c)

Span-F

d)

Fs