wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Halloween Quiz

Total questions: 30

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Op welke datum vieren we elk jaar Halloween?

a)
31 oktober
b)

1 november

c)

30 oktober

d)

31 november

2.

Welke vliegende zoogdieren worden vaak geassocieerd met Halloween?

a)

Spin

b)

Rat

c)

Vleermuis

d)

Zwarte kat

3.

Welke vrucht wordt uitgehold en versierd tijdens Halloween?

a)

Meloen

b)

Appel

c)

Pompoen

d)

mandarijn

4.

Mummies worden in horrorfilms vaak in Egypte gevonden.

a)

Juist

b)

Fout

5.

Wat is de naam van de pop die bezeten is in Childs Play?

a)

Chucky

b)

Annabelle

c)

Robert de Doll

d)

Slappy

6.

Wat is de naam van de enge clown in Stephen Kings It?

a)

IT

b)

Pennywise

c)

Art The Clown

d)

Killerclown

7.

Vampieren kunnen tegen zonlicht.

a)

Juist

b)

Fout

8.

Welke Netflix-serie gaat over kinderen die vreemde gebeurtenissen onderzoeken na de verdwijning van een vriend?

a)

On my block

b)

Vampire Diaries

c)

Teen wolf

d)

Stranger Things

9.

Wie is de moordenaar in A Nightmare on Elm Street?

a)

Leatherface

b)

Michael Myers

c)

Freddy Kreuger

d)

Ghost Face

10.

Weerwolven veranderen alleen bij volle maan.

a)

Juist

b)

Fout

11.

Welke kleurcombinatie hoort bij Halloween?

a)
  • Rood en blauw

b)

Paars en roze

c)
  • Zwart en oranje

d)
  • Groen en geel

12.

Wat zeg je als je snoep vraagt tijdens Halloween?

a)

Trick or Treat

b)

Candy, Please!

c)

Give me goodies

d)

Boo! Candy

13.

Wat gebeurt er volgens legendes als je op Halloween in een spiegel kijkt?

a)

Je spiegelbeeld praat tegen jou

b)

Je ziet een geest

c)

De spiegel gaat kapot

d)

De lichtend vallen uit

14.

Hoeveel procent van Amerikaanse kinderen verkleden zich voor Halloween?

a)

20%

b)

50%

c)

70%

d)

90%

15.

Wat is het meest populaire Halloween-kostuum?

a)

Spook

b)

Piraat

c)

Heks

d)

Superheld

16.

Wat gebruiken heksen vaak om hun magische drankjes te brouwen?

a)

Een ketel

b)

Een emmer

c)

Een fles

d)

Een vaas

17.

Wat is het geluid dat het meest wordt geassocieerd met spookhuizen?

a)
Zacht gefluister
b)
Flonkerende lichten
c)
Huilende wind
d)
Krakende deuren
18.

Wat voor kledingstuk draagt een spook vaak in tekeningen of films?

a)
Een sportoutfit
b)
Een clownspak
c)
Een zwarte cape
d)
Een wit laken
19.

Wat eten zombies volgens de meeste films en verhalen?

a)
Hersenen
b)
Dieren
c)
Groenten
d)
Mensen of menselijk vlees
20.

Wat is de naam van de boosdoener in de film "Scream"?

a)
Freddy Krueger
b)
Michael Myers
c)

Ghostface

d)
Jason Voorhees
21.

Welke film gaat over een meisje dat naar een andere wereld reist via een magische deur en een grote spin ontmoet?

a)
The Chronicles of Narnia
b)
The Spiderwick Chronicles
c)
Coraline
d)
Alice in Wonderland
22.

Wat voor soort monster is "Frankenstein"?

a)
Een vampier uit Transsylvanië.
b)
Een weerwolf uit de bossen.
c)
Een geest uit de onderwereld.
d)

Een experiment

23.

Welke van deze films speelt zich af in een griezelige school?

a)

The Addams Family

b)

Hocus Pocus

c)

The Nightmare Before Christmas

d)

Monster High

24.

Wat wordt vaak gebruikt om een spookhuis te versieren?

a)

Spoken

b)
Kerstversieringen
c)
Zomerbloemen en planten
d)

Spinnenwebben

25.

Wat is een typische taak van een zombie?

a)

Zingen

b)

Hersenen eten

c)

Dansen

d)

Slapen

26.

Welk Halloween-monster heeft vaak een "onzichtbare" vijand?

a)

Dracula

b)

Mummie

c)

Invisible Man

d)

Spook

27.

Welk snoepje wordt vaak geassocieerd met Halloween?

a)
Candy corn
b)
Marshmallows
c)
Gummy bears
d)
Chocolate bars
28.

In welke beroemde film worden kinderen getransporteerd naar een andere wereld door een magische stof?

a)
The Wizard of Oz
b)
Alice in Wonderland
c)
The Chronicles of Narnia
d)
Charlie and the Chocolate Factory
29.

Welk type monster is het moeilijkst te verslaan volgens veel verhalen?

a)
Trollen
b)
Vampiers
c)
Zombies
d)

Demonen

30.

Wat moet je doen om een spook te verdrijven volgens oude legendes?

a)
Een spook uitnodigen voor een gesprek.
b)
Het spook een cadeau geven.
c)
Het spook negeren en verder gaan met je leven.
d)

verjagen met zout