wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

TL3 thema 2 bs3

Total questions: 20

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de functie van hormonen?

a)

Hormonen zorgen dat het lichaam groeit

b)

zorgen dat je niet zwanger wordt

c)

regelen allerei processen in je lichaam

2.

Oestrogenen worden in de teelballen geproduceerd

a)

waar

b)

niet waar

3.

primaire geslachtkenmerken ontstaan in de puberteit

a)

waar

b)

niet waar

4.

Baarmoederwand wordt dikker wanneer een vrouw...…..

a)

kort na de menstruatie

b)

te veel heeft gegeten

c)

haar menstruatie niet heeft gehad

5.

op welke dagen wordt de baarmoederwand afgebroken?

a)

1-10

b)

1-4

c)

14-18

d)

20-24

6.

op welke dag vindt er ovulatie plaats?

a)

op dag 7

b)

op dag 20

c)

op dag 14

d)

op dag 1

7.

is deze vrouw zwanger?

a)

ja

b)

nee

8.

Welke geslachtscellen kunnen zelf bewegen?

a)

Zaadcellen

b)

Eicellen

9.

Welke geslachtscellen zijn het grootst?

a)

Zaadcellen

b)

Eicellen

10.

Iris had op 3 maart haar eerste dag van de menstruatie. Op welke dag zal haar eerstevolgende eisprong vermoedelijk zijn?

a)

14 maart

b)

17 maart

c)

31 maart

d)

24 maart

11.

Waarvoor dient de opbouw van het baarmoederslijmvlies?

a)

Om bevruchting mogelijk te maken

b)

Om innesteling mogelijk te maken

c)

Om menstruatie mogelijk te maken

12.

Wanneer is een vrouw het meest vruchtbaar?

a)

Vlak na de menstruatie

b)

Vlak voor de menstruatie

c)

Vlak na de eisprong

d)

Vlak voor de eisprong

13.

Hoeveel dagen duurt een menstruatiecyclus ongeveer?

a)

10

b)

14

c)

28

d)

35

14.
In de bijballen worden de zaadcellen tijdelijk opgeslagen
a)
Juist
b)
Onjuist
15.
De prostaat voegt samen met de prostaat vocht toe aan de zaadcellen
a)
Juist
b)
Onjuist
16.
Op welke dag vindt op de afbeelding de eisprong plaats? 
a)
21 April
b)
22 April
c)
23 April 
d)
24 April 
17.

De menstruatie van een vrouw is een cyclus. Wat betekent dit?

a)

Dat het een keer gebeurd.

b)

Dat het steeds opnieuw gebeurd.

c)

Dat het normaal is.

d)

Dat het onregelmatig gebeurd.

18.
 Met welke letter wordt de plek aangegeven waar een eicel wordt bevrucht?
a)
P
b)
Q
c)
S
d)
R
19.

Is de balzak een primaire of secundaire geslachtskenmerk?

a)

Primaire

b)

Secundaire

20.

Is de balzak een primaire of secundaire geslachtskenmerk?

a)

Primaire

b)

Secundaire